Vergoedingen

Soms heb je als onderwijspersoneelslid bij je salaris recht op een extra vergoeding.

Hieronder vind je een opsomming van de verschillende mogelijke vergoedingen.

Bestuursvergoeding

Als je als vastbenoemd personeelslid via een verlof wegens tijdelijk andere opdracht (TAO) een beter bezoldigde betrekking (met een hogere salarisschaal) uitoefent, ontvang je hiervoor een vergoeding. De bestuursvergoeding voor een betrekking van directeur is het verschil tussen de salarisschaal directeur en de salarisschaal vanuit de vastbenoemde betrekking.

 

Haard- en standplaatsvergoeding

De haard- of standplaatsvergoeding is een bijkomende jaarlijkse toelage die maandelijks wordt uitbetaald als je brutojaarsalaris onder de wettelijk vastgestelde grens van € 18 329,28 (niet-geïndexeerd) ligt.

 

Afhankelijk van je persoonlijke situatie krijg je een ‘haardtoelage’ of een ‘standplaatstoelage’.

 

Je krijgt de haardtoelage als:

  • je gehuwd bent of samenwoont  (tenzij de haardtoelage al aan je partner is toegekend)
  • je alleen woont en voor één of meerdere kinderen in je gezin kinderbijslag ontvangt.

 

Als je geen haardtoelage ontvangt, dus in andere gevallen dan hierboven, ontvang je een standplaatstoelage.

 

Via dit formulier kan je de haardtoelage aanvragen.

 

De standplaatsvergoeding hoef je niet  aan te vragen.

 

Niet-verworven salarisschaal

Heb je een bijkomend diploma of getuigschrift behaald, dan heb je recht op een extra uitkering: dit is de niet-verworven salarisschaal.

Het niet- geïndexeerd jaarbedrag van de meest voorkomende niet-verworven salarisschalen is:

  • Getuigschrift van hogere opvoedkundige studiën € 321,18 - codebarema 031
  • Diploma van hogere opvoedkundige studiën € 428,29 - codebarema 032
  • Getuigschrift grondige kennis tweede taal Frans € 428,29 - codebarema 045
  • Diploma of getuigschrift buitengewoon onderwijs € 321,18 - codebarema 030
  • Diploma of bachelor zorgverbreding € 321,18 - codebarema 047

 

Vakantiegeld

Elk personeelslid dat het vorige kalenderjaar (= referentiejaar) in het onderwijs aan de slag was, ontvangt in de maand mei vakantiegeld. Het vakantiegeld is afhankelijk van de geleverde prestaties in het referentiejaar.

 

Enkel voor vast benoemde personeelsleden wordt het vakantiegeld berekend op 70% van het geïndexeerd brutosalaris van de maand maart van het jaar waarin het vakantiegeld wordt uitbetaald.

 

Voor alle andere personeelsleden wordt het vakantiegeld berekend op 92% van het geïndexeerd brutosalaris van de maand maart.

 

Je merkt dat er een verschil is tussen het vakantiegeld voor vast benoemde personeelsleden en tijdelijke. Deze vermindering voor vast benoemden wordt in datzelfde jaar gecompenseerd door een bij hen even grote toename van de eindejaarstoelage. Deze aanpassing gebeurt naar aanleiding van besparingsmaatregelen genomen in 2013.

 

Aanvullend vakantiegeld voor schoolverlaters

Ben je in juni of in de loop van het referentiejaar afgestudeerd? Dan heb je geen recht op volledig vakantiegeld.

  • Als je op 31 december van dat referentiejaar jonger bent dan 25 jaar,
  • én je bent binnen de 4 maanden na het behalen van je diploma gestart in het onderwijs

 

dan heb je recht op een aanvullend vakantiegeld.

 

Dit aanvullend vakantiegeld moet je aanvragen door het aanvraagformulier voor aanvullend vakantiegeld voor schoolverlaters in te dienen bij je werkstation.

 

Eindejaarstoelage

Je ontvangt een eindejaarstoelage in december als je tijdens de referentieperiode een opdracht binnen het onderwijs had en hiervoor een salaris van AgODi ontving. De referentieperiode is anders voor tijdelijke dan voor vastbenoemde personeelsleden.

  • Voor tijdelijke personeelsleden loopt de referentieperiode van 1 september tot en met 30 juni, het voorgaande schooljaar dus.
  • Voor vastbenoemde personeelsleden (of personeelsleden toegelaten tot de proeftijd) loopt de referentieperiode van 1 januari tot en met 30 september van het jaar waarin de eindejaarstoelage wordt toegekend.

 

Afhankelijk van je prestaties tijdens de referentieperiode krijg je meer of minder eindejaarstoelage. De eindejaarstoelage omvat een vast en een veranderlijk gedeelte.

  • Het vaste gedeelte wordt jaarlijks aangepast.
  • Het veranderlijke gedeelte is 2,5% van het jaarloon dat als basis dient om je brutomaandloon van oktober van het referentiejaar te berekenen.

 

Gezinsvergoedingen

 

Geboortepremie

 

Bij gezinsuitbreiding heb je recht op een geboortepremie of kraamgeld. Vanaf 24 weken zwangerschap tot 5 jaar na de geboorte van je kind kan de vader, meemoeder of in tweede instantie de moeder de geboortepremie aanvragen bij het Federaal agentschap voor de kinderbijslag (Famifed).

 Meer informatie vind je op http://www.famifed.be/home

 De nodige formulieren vind je op http://vlaanderen.famifed.be/nl/forms/49

 

Adoptiepremie

 

Wanneer je een kind adopteert heb je recht op een adoptiepremie  en nog geen geboortepremie ontving. De adoptieouder krijgt de adoptiepremie. Als je samen met je partner een kind adopteert, dan kies je zelf wie de premie krijgt. Kies je niet, dan wordt de premie betaald aan de adoptiemoeder (als de partners van verschillend geslacht zijn), aan de oudste (als beide adoptieouders hetzelfde geslacht hebben).Je kunt de adoptiepremie aanvragen tot 5 jaar na het indienen van het verzoekschrift tot adoptie of de ondertekening van de adoptieakte.

 Meer informatie vind je op http://www.famifed.be/home

 De nodige formulieren vind je op http://vlaanderen.famifed.be/nl/forms/49

 

Kinderbijslag

 

Vanaf de geboorte of adoptie van je kind heb je recht op kinderbijslag. Dat is een maandelijkse bijdrage in de kosten voor de opvoeding van je kind. Je kind heeft onvoorwaardelijk recht op kinderbijslag tot 31 augustus van het jaar waarin het 18 wordt (=tot het einde van de leerplicht). Na 31 augustus kan je kind nog recht hebben op kinderbijslag onder bepaalde voorwaarden, tot maximaal op het einde van de maand waarin je kind 25 jaar wordt. Voor kinderen met een handicap of kinderen waarvan een van de ouders overleden is, is er een verhoogde kinderbijslag.

 

De vader, moeder of meemoeder vraagt de kinderbijslag aan. Als je al kinderbijslag krijgt voor één of meer kinderen, of als je een geboortepremie (kraamgeld) hebt ontvangen vóór de geboorte, hoef je niets te doen. Je kinderbijslagfonds onderzoekt dan automatisch je recht op kinderbijslag. Is dat niet het geval? Vraag dan aan het secretariaat van je school of centrum naar het aanvraagformulier, of druk het af vanop de website van het Federaal agentschap voor de kinderbijslag (FAMIFED) en bezorg het ingevulde formulier aan het secretariaat van je school of centrum. Dat secretariaat zal de aanvraag naar FAMIFED doorsturen.

 Meer informatie vind je op http://vlaanderen.famifed.be/nl/

 De nodige formulieren vind je op http://vlaanderen.famifed.be/nl/forms/49

 

Bijkomende vergoedingen

 

Middagtoezicht

 

Het middagtoezicht kan niet opgelegd worden aan de onderwijspersoneelsleden omdat dit valt buiten de normale aanwezigheid van de leerlingen. Wanneer men dat toezicht toch uitvoert, heeft men recht op ten minste het minimumuurloon voor bedienden. Sinds 1 december 2012 bedraagt het minimaal gewaarborgd brutouurloon € 9,12. Het ministerie van Onderwijs en Vorming komt hiervoor niet tussenbeide.

 

Begrafenisvergoeding

 

Aan de nabestaanden van vastbenoemde of daarmee gelijkgestelde personeelsleden, overleden in actieve dienst, wordt een vergoeding voor begrafenisonkosten verstrekt. Die vergoeding wordt elk jaar en voor de duur van dat jaar vastgesteld. De vergoeding is gelijk aan het laatst genoten brutosalaris, maar beperkt tot een maximumbedrag.

Personalization