Vakantiegeld en eindejaarstoelage

Vakantiegeld

Elk personeelslid dat het vorige kalenderjaar (= referentiejaar) in het onderwijs aan de slag was, ontvangt in de maand mei vakantiegeld. Het vakantiegeld is afhankelijk van de geleverde prestaties in het referentiejaar.

Tot 2020 was er een verschil in basisbedrag van het vakantiegeld tussen wie betaald werd als tijdelijk of vastbenoemd personeelslid door de uitwerking van het raamakkoord. Vanaf 2021 heeft het raamakkoord geen uitwerking meer en ontvangt iedereen opnieuw een vakantiegeld dat wordt berekend op basis van 92% van het geïndexeerde brutosalaris van de maand maart.

Aanvullend vakantiegeld voor schoolverlaters

Ben je in juni of in de loop van het referentiejaar afgestudeerd? Dan heb je geen recht op volledig vakantiegeld.

  • Als je op 31 december van dat referentiejaar jonger bent dan 25 jaar,
  • én je bent binnen de 4 maanden na het behalen van je diploma gestart in het onderwijs

dan heb je recht op een aanvullend vakantiegeld.
Dit aanvullend vakantiegeld moet je aanvragen door het aanvraagformulier voor aanvullend vakantiegeld voor schoolverlaters in te dienen bij je werkstation.

Eindejaarstoelage

Op maandag 20 december 2021 zal de eindejaarstoelage 2021 betaald worden. Deze toelage wordt apart gestort. Ze is dus niet vervat in de uitbetaling van het loon.

Minder dan vorig jaar?
Personeelsleden die uitsluitend vastbenoemd zijn en die in de referentieperiode van dit jaar evenveel presteerden als in die van vorig jaar zullen een bedrag ontvangen dat toch lager is dan dat van vorig jaar. Maar je lijdt geen schade!

Om een besparing te realiseren zonder koopkrachtverlies werd in 2013 bij de begrotingsopmaak een raamakkoord afgesloten tussen de Vlaamse regering en de vakorganisaties. Het vakantiegeld van deze personeelsleden werd verminderd terwijl tegelijkertijd hun eindejaarstoelage werd verhoogd met eenzelfde bedrag. Op die manier ontvingen personeelsleden in december 2020 samen met de eindejaarstoelage het ontbrekende deel van het vakantiegeld.

Vanaf 2021 verviel dit raamakkoord, en kregen deze vastbenoemde personeelsleden in mei weer meteen hun volledige vakantiegeld.
Het bedrag dat op 20 december wordt gestort, bestaat dus alleen uit de eigenlijke eindejaarstoelage.

Mede dankzij inspanningen van het COV krijgen jullie nu op het juiste moment de juiste betaling. Een terugkeer naar de normale situatie en dus een nuloperatie voor het personeel.

Voorwaarden
Om recht te hebben op de eindejaarstoelage moet je tijdens de referentieperiode bezoldigde prestaties hebben geleverd. Worden gelijkgesteld met bezoldigde prestaties:

Het bedrag dat op 20 december wordt gestort, bestaat dus alleen uit de eigenlijke eindejaarstoelage. Een inspanning van de overheid om jullie terug op tijd te betalen, en op jaarbasis een nuloperatie voor het personeel.
  • periodes waarin vastbenoemden in TBS ziekte of TBS voorafgaand aan het rustpensioen een wachtgeld(toelage) ontvingen
  • periodes waarin tijdelijke personeelsleden onbezoldigd ziekteverlof en/of onbezoldigd bevallingsverlof namen.

Referentieperiode
Voor tijdelijke personeelsleden is de referentieperiode het voorgaande schooljaar, dus van 1 september 2020 tot 30 juni 2021. Deze referentieperiode geldt ook voor personeelsleden die op 1 januari 2021 geheel of gedeeltelijk vastbenoemd werden. 
Voor vastbenoemde personeelsleden is de referentieperiode een vast deel van het lopend jaar: van 1 januari 2021 tot en met 30 september 2021. 

Berekeningswijze
Bij de berekening van de eindejaarstoelage gelden de volgende parameters:

  • een forfaitair gedeelte dat dit jaar 671,75 euro bedraagt;
  • een veranderlijke gedeelte dat 2,5 procent bedraagt van de geïndexeerde jaarlijkse brutobezoldiging op 1 oktober 2021;
  • de prestaties geleverd tijdens de referentieperiode.

Wie tijdens de referentieperiode geen voltijdse aanstelling had, een verlof nam of niet de hele tijd in dienst was, zal dus minder ontvangen dan het maximumbedrag. Prestaties bovenop een volledige betrekking, zoals in bijbetrekking, zorgen niet voor een verhoging van de eindejaarstoelage.

Voorbeeld
Dit jaar bedraagt de eindejaarstoelage van een vastbenoemde of tijdelijke (kleuter)onderwijzer met 15 jaar geldelijke anciënniteit op 1 oktober 2021 en volledige prestaties tijdens de referentieperiode 1777,25 euro. Bij een vastbenoemd personeelslid wordt van dit bedrag nog een bijdrage voor de verzekering voor geneeskundige zorgen (VGZ) en bedrijfsvoorheffing afgehouden. Bij een tijdelijk personeelslid gebeurt er een afhouding van de bijdrage voor de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid (RSZ) en van bedrijfsvoorheffing.


  

Personalization

Je webbrowser is verouderd en wordt niet ondersteund door de ACV-website. Klik hier om een nieuwere versie te installeren.