Rustpensioen

Het rustpensioen voor het vastbenoemd onderwijspersoneel

 

Wanneer kan je als vastbenoemd onderwijspersoneelslid op rustpensioen en aan welk bedrag?

Je moet rekening houden met verschillende bepalingen om dit te laten vast stellen:

  • de datum van het pensioen
  • het bedrag van het pensioen

 

Je leest er hieronder meer over.

 

De datum van het pensioen voor de pensioenen die ingaan VOOR 1 januari 2017

 

De wettelijke pensioenleeftijd

De wettelijke pensioenleeftijd is 65 jaar.

Iedereen kan vanaf dan met pensioen. Het aantal jaar dat werd gewerkt, speelt geen rol.

Werken na de leeftijd van 65 jaar is mogelijk indien het schoolbestuur hiermee akkoord is. De goedkeuring gebeurt telkens per schooljaar. Gaat het schoolbestuur niet akkoord, volgt verplicht het pensioen.

 

Het vervroegd pensioen vóór de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar

Een kort historisch overzicht. Tot en met het kalenderjaar 2012 kon je met vervroegd pensioen gaan vanaf de leeftijd van 60 jaar op voorwaarde dat je ten minste vijf voor het pensioen aanneembare dienstjaren telde.

Door een eerste reeks pensioenmaatregelen werd vanaf 2013 ieder jaar de leeftijd met 6 maanden verhoogd telkens gekoppeld aan een strengere loopbaanvoorwaarde. Zo kon je in 2013 op 60,5 jaar met vervroegd pensioen met een loopbaan van 38 jaar. In 2016 was vervroegd pensioen mogelijk vanaf 62 jaar met 40 dienstjaren.
Tijdens heel deze periode bleef het ook mogelijk om op 60 jaar met vervroegd pensioen te gaan, maar dan moest je wel voldoen aan nog strengere loopbaanvoorwaarden. In 2013 kon je toch op 60 jaar met vervroegd pensioen op voorwaarde dat je 40 dienstjaren telde. In 2016 moest je al 42 dienstjaren bewijzen om op 60 jaar met vervroegd pensioen te kunnen gaan. Met een loopbaan van 41 dienstjaren kon je in 2016 op 61 jaar met pensioen.

Vandaag geniet het onderwijspersoneel een voordeliger pensioenbreuk (tantième 1/55) dan de klassieke 1/60 in het openbaar ambt. Dit werkt ook door bij de vaststelling van de dienstjaren die nodig zijn om op vervroegd pensioen te kunnen gaan. Op de effectieve prestaties worden verhogingscoëfficiënten toegepast waardoor deze diensten een grotere waarde krijgen en sneller wordt voldaan aan de opgelegde loopbaanvoorwaarde.

 

Gemengde loopbaan

Een aantal personeelsleden hebben een gemengde loopbaan, bijvoorbeeld onderwijs en/of privé- en/of zelfstandige diensten. De jaren gewerkt in de privésector of/en als zelfstandige komen ook in aanmerking om de loopbaanjaren aan te tonen. 

Daarnaast is er ook de zogenaamde diplomabonificatie (zie verder). De duur voor het behalen van het diploma dat nodig is om de taak uit te oefenen, telt mee om de loopbaanjaren aan te tonen. Ook de periode van de militaire dienst(en) telt mee om de loopbaanjaren te bewijzen.

 

Afbouw van de diplomabonificatie 

"De wet van 28 april 2015 houdende de bepalingen betreffende de pensioenen van de publieke sector" regelt vanaf 1 januari 2016 de geleidelijke afschaffing van de diplomabonificatie voor de opening van het recht op pensioen.

De vermindering gebeurt in functie van de studieduur verbonden aan het diploma:

  • De vermindering bedraagt 4 maanden  per kalenderjaar voor een diploma met een studieduur van 2 jaar of minder.
  • De vermindering bedraagt 5 maanden  per kalenderjaar voor een diploma met een studieduur van meer dan 2 jaar en minder dan 4 jaar.
  • De vermindering bedraagt 6 maanden  per kalenderjaar voor een diploma met een studieduur van 4 jaar of meer.
  • De eerste vermindering wordt toegepast op de pensioenen die ingaan vanaf 1 januari 2016.

Deze maatregel is niet van toepassing op wie uiterlijk op 1 januari 2015 in terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen (TBSVP) was of uiterlijk op 1 januari 2015 in TBSVP kon, maar niet is ingestapt; of op wie een aanvraag deed voor TBSVP met ingang ten laatste op 1 september 2015 EN deze indiende en goedkeuring kreeg bij het schoolbestuur vóór 1 januari 2015.

 

De datum van het pensioen voor de pensioenen die ingaan VANAF 1 januari 2017

Op 10 augustus 2015 werden de voorwaarden opnieuw verstrengd met de wet tot verhoging van de wettelijke leeftijd voor het rustpensioen, de voorwaarden voor de toegang tot het vervroegd pensioen en de minimumleeftijd voor het overlevingspensioen

 

De wettelijke pensioenleeftijd

De wettelijke pensioenleeftijd is 65 jaar indien het pensioen ingaat vóór 1 februari 2025.

De wettelijke pensioenleeftijd is 66 jaar indien het pensioen ingaat tussen 1 februari 2025 en 31 januari 2030.

De wettelijke pensioenleeftijd is 67 jaar indien het pensioen ingaat vanaf 1 februari 2030.

Werken na de wettelijke leeftijd is mogelijk indien het schoolbestuur hiermee akkoord is. De goedkeuring gebeurt telkens per schooljaar. Gaat het schoolbestuur niet akkoord, volgt verplicht het pensioen.

 

Het vervroegd pensioen vóór de wettelijke pensioenleeftijd van 65/66/67 jaar

De mensen die een lange loopbaan én een bepaalde leeftijd hebben, kunnen vóór de wettelijke pensioenleeftijd met vervroegd pensioen gaan.

Het vervroegd pensioen kan ingaan vanaf de leeftijd van 63 jaar indien het vastbenoemd personeelslid 42 loopbaanjaren kan bewijzen.

Als overgangsmaatregel wordt de leeftijd voor 2017 op 62 jaar en 6 maand gebracht en de loopbaanduur op 41 jaar.

De leeftijd voor 2018 wordt op 63 jaar gebracht en de loopbaanduur op 41 jaar.

Vanaf 2019 geldt een minimumleeftijd van 63 jaar en een loopbaanduur van 42 jaar.

Voor wie een lange loopbaan heeft, kan het vervroegd pensioen ten vroegste ingaan op de leeftijd van 60 jaar met 44 dienstjaren.

Op de leeftijd van 61 jaar of 62 jaar of ouder zijn dan 43 loopbaanjaren vereist om met vervroegd pensioen te kunnen gaan.

Het onderwijspersoneel geniet een voordeliger pensioenbreuk (tantième 1/55) dan de klassieke 1/60 in het openbaar ambt. Dit werkt ook door bij de vaststelling van de dienstjaren die nodig zijn om op vervroegd pensioen te kunnen gaan. Op de effectieve prestaties worden verhogingscoëfficiënten toegepast waardoor deze diensten een grotere waarde krijgen en sneller wordt voldaan aan de opgelegde loopbaanvoorwaarde.

Voor de pensioenen die ingaan vanaf 2019 is de verhogingscoëfficiënt voor iedereen 1,0500.

De maatregelen zijn niet van toepassing op wie uiterlijk op 1 januari 2015 in terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen (TBSVP) was of uiterlijk op 1 januari 2015 in TBSVP kon, maar niet is ingestapt; of op wie een aanvraag deed voor TBSVP met ingang ten laatste op 1 september 2015 EN deze indiende bij het schoolbestuur vóór 1 januari 2015.

Belangrijk

Er is een overgangsmaatregel voorzien voor wie 55 jaar of ouder is in 2016. Indien blijkt dat er door de wet van 10 augustus 2015 langer moet gewerkt worden dan dit het geval was in vergelijking met de vorige regelgeving, wordt het aantal jaar langer werken beperkt als volgt:

  • wie geboren is in 1960 of 1961 moet maximum 3 jaar langer werken
  • wie geboren is in 1958 of 1959 moet maximum 2 jaar langer werken
  • wie geboren is in 1957 of vroeger moet maximum 1 jaar langer werken

 

Gemengde loopbaan

Een aantal personeelsleden hebben een gemengde loopbaan, bijvoorbeeld onderwijs en/of privé en/of zelfstandige. De jaren gewerkt in de privésector of/en als zelfstandige komen ook in aanmerking om de loopbaanjaren aan te tonen. 

Er is ook de zogenaamde diplomabonificatie( zie hieronder). De duur voor het behalen van het diploma dat nodig is om de taak uit te oefenen, telt mee om de loopbaanjaren aan te tonen. Ook de periode van de militaire dienst(en) tellen mee om de loopbaanjaren te bewijzen.

 

Afbouw van de diplomabonificatie

"De wet van 28 april 2015 houdende de bepalingen betreffende de pensioenen van de publieke sector" regelt vanaf 1 januari 2016 de geleidelijke afschaffing van de diplomabonificatie voor de opening van het recht op pensioen.

De vermindering gebeurt in functie van de studieduur verbonden aan het diploma:

  • De vermindering bedraagt 4 maanden  per kalenderjaar voor een diploma met een studieduur van 2 jaar of minder.
  • De vermindering bedraagt 5 maanden  per kalenderjaar voor een diploma met een studieduur van meer dan 2 jaar en minder dan 4 jaar.
  • De vermindering bedraagt 6 maanden  per kalenderjaar voor een diploma met een studieduur van 4 jaar of meer.
  • De eerste vermindering wordt toegepast op de pensioenen die ingaan vanaf 1 januari 2016.
  • De diplomabonificatie zal volledig verdwenen zijn voor de pensioenen die ingaan vanaf 1 januari 2030.

Deze maatregel is niet van toepassing op wie uiterlijk op 1 januari 2015 in terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen (TBSVP) was of uiterlijk op 1 januari 2015 in TBSVP kon, maar niet is ingestapt; of op wie een aanvraag deed voor TBSVP met ingang ten laatste op 1 september 2015 EN deze indiende bij het schoolbestuur vóór 1 januari 2015.

 

Het pensioenbedrag

 

 

Formule pensioenberekening indien geboren vóór 01-01-1962

Gemiddelde wedde laatste 5 jaar x aantal dienstjaren/55 = pensioenbedrag (legerdienst telt mee a rato van 1/60)

 

Formule pensioenberekening indien geboren vanaf 01-01-1962

Gemiddelde wedde laatste 10 jaar x aantal dienstjaren/55 = pensioenbedrag (legerdienst telt mee a rato van 1/60)

 

Het pensioenbedrag kan maximum 75% zijn van de gemiddelde wedde over de laatste 5 of 10 jaar.

Het aantal dienstjaren is de som van de werkelijke prestaties en sommige periodes van verloven en afwezigheden én de duur van het behalen van het diploma die nodig is om de taak uit te oefenen (diplomabonificatie). Voor pensioenen die ingaan vanaf 01-01-2019 is nog slecht een deel van de diplomabonificatie gratis aanneembaar. Het overige deel van de diplomabonificatie is pas aanneembaar mits een bijbetaling voor het pensioen. Militaire diensten tellen mee aan tantième 1/60.

Bij een gemengde loopbaan met zowel diensten in het onderwijs en diensten als werknemer/bediende in de privésector wordt voor beiden een afzonderlijk pensioen toegekend. Beide pensioenen worden beheerd door de Federale Pensioendienst. Indien er zowel diensten zijn in het onderwijs en diensten als zelfstandige wordt het pensioen voor de diensten als zelfstandige toegekend door de Rijksdienst voor Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen.

Het pensioen vanuit privédiensten en vanuit diensten als zelfstandige wordt op een andere manier berekend en is veel lager dan een pensioen vanuit diensten in het onderwijs.

Personalization

Je webbrowser is verouderd en wordt niet ondersteund door de ACV-website. Klik hier om een nieuwere versie te installeren.