Verdriet en rouw bij onderwijspersoneel: niet te onderschatten!

Omgaan met verdriet en rouw is niet eenvoudig. COnneCt reikt tips aan over hoe je het op je school, centrum of instelling kan aanpakken.

Mensen moeten regelmatig afscheid nemen. Het maakt deel uit van het leven. 

Afscheid nemen komt in veel vormen voor. En het ene afscheid is al meer ingrijpend dan het andere. Soms moeten we afscheid nemen van een vriend, collega of familielid. Dat kan diverse redenen hebben: iemand verandert van job, iemand is lange tijd out door ziekte, iemand gaat met pensioen, je hebt een conflict en daardoor bijna geen contact meer, een scheiding, een overlijden …

Het is duidelijk dat het ene afscheid een grotere impact heeft dan het andere. 
Voor een buitenstaander is het soms moeilijk te begrijpen waarom een bepaald afscheid bij iemand ontzettend veel pijn kan doen of misschien helemaal niet. 

Bij om het even welk afscheid moeten we rekening houden met de mogelijke pijn die hiermee gepaard gaat. We noemen dat rouwen. 

Het is voor COnneCt belangrijk dat mensen recht hebben op hun verdriet. Dat ze tijd of ondersteuning krijgen tijdens hun rouwproces voor welke ingrijpende ervaring ook.

Wat kun je doen om werk werkbaar te maken en te houden voor iemand die verdriet heeft, om welke reden ook? Wat kun je als beleidsteam en als schoolteam betekenen in situaties van verdriet? 

Gelukkig beschikken al heel wat scholen over draaiboeken bij slecht nieuws, bijvoorbeeld voor het overlijden van een leerling. Het zijn deze draaiboeken die, samen met onze inzichten, kunnen inspireren om verschillende rouwprocessen bij personeel een juiste plaats te geven op school.

Verdriet en rouw in al zijn complexiteit

Veel vormen van verdriet worden vaak niet juist ingeschat. Mensen hebben wel eens de neiging om verdriet te minimaliseren: “Het is toch al twee jaar geleden dat je vader overleed?”, “Je bent niet alleen met dit probleem!”, “Er zijn er die het nog moeilijker hebben.”… Dat soort uitspraken zijn wellicht goed bedoeld, maar ze getuigen niet meteen van warm begrip. Ze zijn eerder een uiting van onmacht om met deze situaties om te gaan.

Nochtans kunnen al deze vormen van verdriet – én de reacties erop – een enorme impact op iemands persoonlijk en professioneel functioneren hebben. De dood van een geliefd persoon,  echtscheiding, ernstige ziekte, psychiatrische problematieken bij een familielid, het niet geslaagd zijn van een kind, een onvervulde (klein)kinderwens … laten een mens niet onberoerd. 
De manier waarop de (werk)omgeving omgaat met de ‘rouwende’ is bepalend voor het verwerkingsproces.  

Enkele getuigenissen 

Onderwijspersoneelsleden die aankloppen bij COnneCt, melden in hun verhaal vaak dat ze zich op de één of andere manier niet goed ondersteund voel(d)en in de rouw(periode) die ze doormaken of doormaakten. 

“Op de begrafenis van mijn moeder was er geen vertegenwoordiging van de school. Dat doet pijn als je hoort dat er op andere scholen wel collega’s en leerlingen mogen aanwezig zijn.”

“De crematie van mijn vader kon niet meteen aansluiten op de afscheidsviering. Ik kreeg met moeite vrij om naar de bijplaatsing van de urne te gaan de dag nadien. Alsof ik een fout maakte in de planning van het afscheid.”

“Mijn echtscheiding werd benaderd als een administratief fait divers. Het is inderdaad iets privé, maar dat belet niet dat men op zijn minst aan je kan vragen hoe het met je gaat.”

“Langzaam maar zeker behoor ik tot de oudsten van het lerarenkorps. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat ik een goede leraar ben, maar op een subtiele manier word ik minder en minder betrokken. De hints om deeltijds te gaan werken laten voelen dat men aan je kennis en kunde twijfelt.”

“De diagnose dat ik aan reuma leed, sloeg bij me in als een bom. Weken liep ik als een zombie rond. Collega’s, noch de directie vroegen hoe het echt met me ging. Ja, wel of de medicatie werkte.”

“Na de behandeling van mijn borstkanker, verbeet ik de pijn als ik aantekeningen moest maken op het bord. Ik voelde me gekwetst als vrouw én kon niet behoorlijk functioneren als leraar. Een klas met een smartboard hielp, maar re-integratie na kanker is meer dan dat.” 

“Kinderen hebben die goed studeren is een zegen. Wat als je als leraar kinderen hebt die worstelen met hun studies?”

“Al die verhalen over kinderen en kleinkinderen in de lerarenkamer… Dat hakt erop in als je eigen kinderwens niet in vervulling ging. Oké, het leven gaat door, maar er blijft een gemis.”

“Ik deed al zoveel interims. En toch geraak ik niet definitief aan de bak. Wat scheelt er toch met mij?”

“Collega’s negeren me meer en meer sinds ik graadcoördinator werd. Ik zit dan ook tussen twee stoelen: die van het beleid en die van het lerarenkorps. Wat kan ik daaraan doen?”

“Tijdens mijn ziekteverlof informeerde niemand van het beleidsteam hoe het met me ging.”

“Ik werk op twee scholen. Tijdens mijn ziekteverlof merkte ik hoe verschillend men omgaat met een ziek personeelslid. De directrice van mijn ene school belde regelmatig. De andere nooit.”

“Onze directeur is een zeer vriendelijke en toffe dame, maar heeft jammer genoeg niet de capaciteiten om met verdriet om te gaan.”

“Mijn miskraam werd afgedaan als een spijtige, maar mislukte poging om kinderen te hebben. Ze moesten eens weten hoeveel energie een vruchtbaarheidsbehandeling vraagt!”

“Bij de vroeggeboorte van onze dochter kreeg ik in plaats van steun ‘lessen’ in de maatschappelijke kost van zorg voor premature kinderen.”

“Mijn vrouw en ik hadden echt graag kinderen gehad. Na een lange, uitputtende medische zoektocht hebben we er ons uiteindelijk bij neergelegd dat we geen kinderen kunnen krijgen. Toch blijft de knagende pijn van dit gemis. Als er in de leraarskamer over de kinderen wordt verteld, ga ik een ander hoekje opzoeken. Soms zijn er geen hoekjes meer over …”

Visies op rouw en rouwverwerking

We baseren ons op literatuur voor een theoretische achtergrond over rouwverwerking. We herkennen in de werking van COnneCt dezelfde verwerkingsprocessen bij verdriet in al zijn vormen.

“Rouwverwerking is tot rust komen na een ingrijpende verdrietige ervaring.”
Manu Keirse

In de jaren zeventig van de vorige eeuw werd de Zwitserse psychiater Elisabeth Kübler Ross bekend, omdat zij als eerste de verschillende fasen in een rouwverwerkingsproces in beeld bracht. 

De vier fasen die zij onderscheidde, werden de laatste decennia vanuit diverse invalshoeken in vraag gesteld en bijgestuurd. Fasen veronderstellen volgens huidige experts concrete grenzen, terwijl in de werkelijke rouwverwerking sprake is van overlappende en in elkaar vloeiende verwerkingsprocessen. 

Zo spreekt de Amerikaanse rouwtherapeut William Worden eerder van rouwtaken dan fasen in het rouwproces. Ook rouwdeskundigen zoals Maggie Stroebe, Johan Maes, Harriëtte Modderma en Manu Keirse stuurden de visie van Kübler Ross intussen bij op basis van hun praktijkervaring of academisch onderzoek. 

Het is goed de verschillende fasen van Elisabeth Kübler Ross eerst even in beeld te brengen. Zij vormen een invalshoek van waaruit rouwverwerking kan worden verstaan of verhelderd.

Tegelijk maakt de benadering van Elisabeth Kübler Ross duidelijk dat de uiteenlopende verdrietervaringen zowel in een individuele als in een sociale context vragen om een gepaste benadering. 

Het is daarbij belangrijk om weten dat een onderwijspersoneelslid dat worstelt met verdriet of rouw, niet anders is dan andere mensen die dat proces doormaken. De context waarin ze moeten werken, is daarentegen wel specifiek: interactie is voor een onderwijspersoneelslid noodzakelijk, zowel met de leerlingen, de collega’s als met de buitenwereld. 
Voor de ene is dat een zegen tijdens een rouwverwerkingsproces, voor de andere een hel.

Elisabeth Kübler Ross

Zij onderscheidt vier fasen in het rouwverwerkingsproces. Voor iedereen verloopt dit anders. Niet iedereen doorloopt per definitie deze fasen. Sommigen blijven in een bepaalde fase hangen of slaan er een over. Nog anderen ‘hervallen’ in een eerder doorgemaakte fase. Het is met andere woorden een individueel proces dat iedereen op zijn of haar tempo doormaakt, soms … een leven lang. 

  1. Fase van ontkenning: men ontkent in eerste instantie de realiteit en de impact van slecht nieuws. Sommigen spreken van een soort verdoving: het dringt niet echt door.
    Voorbeelden:
    a. Het is niet waar dat een geliefde overleed, hij/zij komt wel terug. 
    b. De diagnose kanker is een vergissing. Heeft de radioloog de opnames wel juist geïnterpreteerd? 
    c. Het kan niet dat ik kanker heb, want ik leef toch erg gezond?
    d. Mijn partner heeft me verlaten, maar hij/zij vindt de weg wel terug. Het is maar een crisis.
    e. Mijn negatieve evaluatie is zo erg niet. Als ik maar met mijn werkpunten aan de slag ga, ontslaan ze me niet.
  2. Fase van woede/boosheid: wanneer men niet langer de dood van een geliefde ontkent of wanneer de realiteit van een negatieve ervaring doordringt, kan er woede of boosheid ontstaan. Die boosheid wordt vaak op de omgeving geprojecteerd. In deze fase worden relaties op de proef gesteld.
    Voorbeelden:
    a. Het is de fout van de artsen. 
    b. Het is door het gebrek aan ondersteuning dat ik een negatieve evaluatie kreeg.
    c. Het negatief verslag van de inspectie is een gevolg van onze slechte vakgroepwerking. 
    d. Het is altijd tegen mij. Mijn collega’s maken precies dezelfde fouten. Ze moeten mij hebben.
  3. Fase van onderhandelen of marchanderen: in deze fase gaat men beloftes maken of akkoorden afsluiten om toch heelhuids uit deze situatie te geraken. 
    Voorbeelden:
    a. Als ik genees van mijn kanker, doe ik een bedevaart. 
    b. Als ik voldoende aan mindfulness doe, verdwijnt mijn burn-out vanzelf. 
    c. Als ik ‘normaal’ probeer te functioneren, zal mijn partner zeker overwegen terug te keren. 
    In deze fase merkt men dat mensen wel eens problemen krijgen met werkafspraken of maatschappelijke verplichtingen in het algemeen: hun focus is gericht op het gevecht aangaan tegen het verdriet dat hen werd aangedaan. 
  4. Fase van depressie: de waarheid dringt langzaam maar zeker door. 
    a. De geliefde komt nooit meer terug. 
    b. De relatie is onherroepelijk gedaan. 
    c. De kanker is een feit …
    d. Wat is de zin van het leven?

Na dit proces komt de rouwende in de meeste gevallen tot aanvaarding. Iedereen doet dat op zijn tempo en moet niet per se alle fases doormaken. Vaak hoor je dan zeggen dat iemand het verdriet een ‘plaats’ heeft gegeven. Veel rouwenden vinden deze uitspraak ongelukkig: zij spreken liever van een andere manier van vasthouden van hun geliefde of onvervulde wens zoals gezondheid, (klein)kinderen …

De rouwtaken volgens William Worden, Manu Keirse, Johan Maes e.a.

Omdat de rouwende actief bij het proces betrokken is, spreken rouwdeskundigen nu meer van rouwarbeid en rouwtaken. Dit geldt voor alle soorten rouwprocessen. 

Deze taken bestaan erin:

  1. te accepteren dat bijvoorbeeld de overledene, je gezondheid … er niet meer is. Dit is hetzelfde als het ‘erkennen’ dat de overledene, je gezondheid … er niet meer is.
  2. emoties te doorleven, de pijn van het verlies te ervaren. Dit is hetzelfde als het ‘herkennen’ van gevoelens van verdriet en onmacht.
  3. zich aan te passen aan een leven zonder ... (de overledene, gezondheid, (klein)kinderen, gewenste job …). Dit is hetzelfde als het ‘verkennen’ van nieuwe of andere perspectieven.
  4. de overledene of een tegenslag emotioneel een plaats te geven/anders vast te houden om opnieuw in het leven en in nieuwe relaties te investeren. Dit is hetzelfde als het ‘zoeken’ van (een nieuwe) verbinding met zichzelf en met de omgeving. Voor veel mensen is deze ‘taak’ het moeilijkst te vervullen. 
Het is belangrijk om in het personeelsbeleid in te zetten op een warme school, zodat de gewenste verbinding alle kansen krijgt, ook op de werkvloer.

Het is moeilijk een tijd te plakken op de duur van een verwerkingsproces. Als je kan denken over het verlies zonder pijn, als je terug kan investeren in het leven en in nieuwe relaties, kan dat wijzen op de voltooiing van de rouwarbeid of … toch nog op het vermijden van de pijn en het verdriet. 

Rouwen en verdriet op school

Heel wat scholen beschikken al over een draaiboek rond de begeleiding van leerlingen in rouw. Elementen daaruit kunnen vertaald worden naar de ruime personeelsgroep. We denken daarbij aan:

  • de manier waarop slecht nieuws kan worden meegedeeld
  • de wijze waarop leerlingen hun verhaal kwijt kunnen
  • het belang van een afscheidsviering
  • de manier waarop herinneringen in stand worden gehouden
  • de betrokkenheid bij alle andere vormen van verdriet

Je mag stellen dat het niet goed is pijn en verdriet uit de weg te gaan op school in het algemeen en bij de personeelsgroep in het bijzonder. Een personeelslid moet de nodige tijd en ruimte krijgen om aan de slag te kunnen gaan met zijn verdriet. 

Omdat de (reactie van de) omgeving bepalend is voor het goed doormaken van een rouwperiode, is het belangrijk:

  • dat men het rouwproces ziet als een intensieve opdracht die de nodige tijd en ruimte vraagt. Het is niet voor niets dat rouwtherapeuten een uitgebreider rouwverlof bepleiten. Zo kan men in alle rust tot zichzelf komen.
  • dat men oog en oor heeft voor de gevoelens waarmee een rouwende worstelt. Troost bieden kan door naar deze gevoelens te luisteren zonder te oordelen. Op school is deze taak niet evident. Maar, door er echt tijd voor te maken, zal het verwerkingsproces beter verlopen en blijft de betrokkenheid van een personeelslid bij de school overeind. Meer nog, in veel gevallen verhoogt ze omdat de persoon in kwestie zich gedragen voelt. 
  • dat men beseft dat rouwen een invloed heeft op iemands hele wezen: fysiek, emotioneel, existentieel … Omdat het rouwproces/verdriet van een onderwijspersoneelslid zich gedeeltelijk in de context van de school afspeelt, is het belangrijk dat de school niet alleen nadenkt over de manier van omgaan met iemands verdriet. Het is ook belangrijk dat ze, rekening houdend met ieders specifieke context, werkbare en doenbare maatregelen treft, opdat het onderwijspersoneelslid zich gelukkig kan blijven voelen in haar/zijn opdracht: een comfortabeler lesrooster, ondersteuning door een leraar-coach, het gevoel geven echt open te staan voor een babbel … Het is daarbij waardevol dat je eigen referentiekaders en eigen visies niet vooropstelt als richtinggevend.

Aandachtspunten

  • Verlies en verdriet samen dragen is helend.
  • Respecteer iemands wensen over verlieservaringen. Bespreek daarom wat de betrokkene wenst, wat kan en wat niet.
  • Huldig het inzicht dat een verlies/verdriet verwerken op zich niet bestaat. Verlies kan je daarentegen wel overleven. Dat is trouwens ook een belangrijk inzicht in de omgang met en aanpak van leerlingen! Een puber kan bijvoorbeeld jaren na de echtscheiding van zijn ouders nog revolteren tegen het verdriet dat zijn ouders hem in zijn ogen aandeden.
  • Verlieservaringen samen en op een doorleefde manier doormaken, creëert verbondenheid.
  • Heb oog voor de totale situatie waarin iemand een verlieservaring opdeed.
  • Iedereen ervaart zijn verlies op zijn manier. Het is niet aan de omgeving om hierover te oordelen. Zo wordt het verlies van een huisdier heel vaak verschillend geïnterpreteerd. 
  • Toon begrip voor de momenten dat iemand eens geen pijn voelt. Dat is normaal en het is een manier om zichzelf te beschermen. 
  • Toon begrip als iemand zijn of haar leven opnieuw wil leiden.
  • Rouwen duurt een leven lang. Uitgaan van de veronderstelling dat een verlieservaring na enkele jaren verwerkt is, zorgt voor onbegrip.

Hoe het ook kan

  • Een telefoontje of een bezoekje van iemand van het beleidsteam in een moeilijke periode verricht wonderen. Als de interesse authentiek is, werkt dat helend!
  • Een kaartje van collega’s of het lerarenteam geeft moed.
  • De bekendmaking van een overlijden aan de personeelsgroep: doe dat niet zakelijk, maar kleed het nieuws warm in. Een mooie plek aan het mededelingsbord en een mooie begeleidende tekst tonen welk belang de school hecht aan het samen dragen van slecht nieuws.
  • Is het gewenst dat de school vertegenwoordigd is bij een afscheidsviering? Zo ja, dan is  het belangrijk dat te doen. Het laat diepe sporen na als men vanuit de school de indruk wekt niet geïnteresseerd te zijn.  
  • Is er aandacht voor de overleden leerlingen, (oud-)personeelsleden en hun familie tijdens een herdenkingsdienst? In het schooltijdschrift?
  • Welke nazorg is er voor rouwende personeelsleden? Is er informeel een goede opvang en gedragenheid of is er iemand aangesteld als klankbord voor het rouwende personeelslid? 
  • Voor deze en zoveel andere situaties van verdriet:
    • Investeert de school in een sfeer van openheid en begrip voor collega’s met verdriet?
    • Heeft men oog voor collega’s in ziekteverlof? Wordt er wel eens gebeld of een kaartje gestuurd? Let de school op dat ongepaste/ongewenste info niet bij de zieke terecht komt? Is de administratie (bv. adresseringsgegevens) aangepast?
    • Schat men situaties van ziekte en verdriet steeds juist in? Kan men daarover praten met elkaar? 
    • Heeft de school oog voor een plan van aanpak voor de re-integratie van een personeelslid dat ernstig ziek was of door een ernstige crisis ging? 
    • Als een personeelslid (leraar, opvoeder, directeur …) een nieuwe uitdaging aangaat na langere tijd in de school te hebben gewerkt, is het goed om ook afscheid te nemen. Zowel voor het personeelslid als voor de collega’s kan dat helend werken. Het versterkt ook de band tussen de personeelsleden. Je wordt gewaardeerd voor je inzet en je neemt sportief afscheid van elkaar.
    • Wanneer een collega een crisis doormaakt door zijn functioneren (slechte evaluatie, probleem met collega of directeur, negatieve feedback van inspectie of begeleiding …) is het goed om dit ook bespreekbaar te maken. Je kunt luisteren en feedback geven die heel waardevol en ondersteunend kan zijn.
    • Kies altijd voor de goede plaats en tijd om iemand te ondersteunen in zijn rouwproces. Een schouderklopje aan de koffieautomaat zegt soms meer dan een lang gesprek, maar een existentiële vraag stellen terwijl je in een rij staat te wachten om jezelf van een kopje koffie te voorzien is op zijn minst af te raden.
    • Mensen die in een rouwproces zitten, reageren soms onverwacht hevig of afwijzend. Dat is, gezien het proces dat ze doormaken, te begrijpen. Dat is niet leuk, maar je mag dit zeker niet te persoonlijk nemen. Geef de persoon in kwestie zeker een tweede kans.

Besluit

In de werking van COnneCt komen we in contact met uitzonderlijke situaties. We weten wel degelijk dat er op veel scholen massaal wordt geïnvesteerd in een warm school- en personeelsklimaat. 

Dit alles belet niet dat onze uitzonderlijke ervaringen de behoeften aan een warme ondersteuning bij rouw en verdriet scherp stellen. De combinatie gezin-arbeid kan maar slagen dankzij goede afspraken, maar een gelukkige work-lifebalans kan maar bewerkstelligd worden als men op beide fronten kansen creëert om dit geluk waar te maken, om een fijn werkklimaat waar te maken. En daarin heeft men oog voor rouw en verdriet. Als een school die kans niet grijpt, riskeert men verder te moeten gaan met verbitterde en teleurgestelde collega’s. En dat moeten we voorkomen. 

Personalization

Je webbrowser is verouderd en wordt niet ondersteund door de ACV-website. Klik hier om een nieuwere versie te installeren.