Tip 2: kinderen en jongeren zijn wat ze zijn

Deze post hoort bij een reeks tips voor het onderwijspersoneel in 2020 en gaat over kinderen en jongeren en hoe je met hen kan omgaan.

Opeenvolgende generaties jongeren

In onze tweede tip willen we ons focussen op onze corebusiness: de leerlingen en studenten. 

Hoe kan ik als leraar, opvoeder en directeur de vinger aan de pols blijven houden en begrip blijven hebben voor de manier waarop onze vlug veranderende maatschappij vooral de jongeren sneller dan ooit verandert?

Als leraar zie je generaties kinderen en jongeren komen en gaan. De dynamiek die van hen uitgaat, moedigt je dag na dag aan om je leraar zijn en je lessen in vraag te stellen en bij te sturen. 

Als je weet dat een generatie om de drie tot vijf jaar verandert van eigenheid, stel je je best zo flexibel mogelijk op. Je bent verplicht van hen te leren opdat zij van jou leren! 

Nochtans …

De belangrijkste voorwaarde waaraan je voor alle generaties jongeren moet voldoen, is dezelfde: respect. 

Ongeacht hun afkomst verlangen alle, maar dan ook alle, jongeren ernaar respectvol benaderd te worden. In de kleinste details van je manier van lesgeven, voelen jongeren of je er bent voor hen of niet. In de kleinste details van je manier van omgaan met hen als persoon, voelen ze of je oordeelt of niet. 

Dat wil niet zeggen dat je als leraar niet kritisch mag zijn! Als je kritische bemerkingen ingegeven zijn door een grote bezorgdheid én professionaliteit, aanvaarden kinderen en jongeren die graag. Misschien gebeurt dat niet zonder slag of stoot, maar met respect kom je er, zeker weten!

Waar je wieg staat

Als leraar is het interessant je de vraag te stellen waar de wieg stond van de jongeren die je voor je hebt zitten. 

Die plaats is nog steeds bepalend voor de rest van hun leven. Dit is een logica waar we als onderwijskundigen intussen van overtuigd zijn, maar we neigen dit wel eens te vergeten. Kinderen en jongeren hun kansen worden bepaald door hun aanleg en het milieu waarin ze opgroeien. 

Als leraar kan jij het verschil maken! Die spreekwoordelijke schouderklop en het onvoorwaardelijke geloof in iemands kunnen, maken dat jongeren andere levenskeuzes maken dan van hen verwacht wordt op basis van hun afkomst: “waarom wil je studeren voor verpleegkunde terwijl je alles in je hebt om een goede arts te worden?” “Als je toch zo graag ‘ontwerpt’ en uittekent, is een technische opleiding misschien meer aangewezen?” “Je artistieke talenten mogen niet ongebruikt blijven!” “Waarom zou je de rolverdeling in beroepen niet mogen doorprikken en studeren waarvoor je echt interesse hebt?” 

Experimenteren

Kinderen en jongeren experimenteren graag. Ze toetsen af wat ze thuis en op school leren of leerden. Als leraar ben jij één van hun klankborden. En dat is belangrijk! Onderschat niet hoe belangrijk jij als rolmodel kan zijn in wat je zegt, doet en voorhoudt. Het  zit hem daarbij soms echt in de details: hoe reageer je op een leerling die worstelt met zijn seksuele identiteit? Hoe reageer je op leerlingen met tattoos wetende dat meer en meer jongeren én volwassenen dit stijlvol vinden? Hoe reageer je op een probleemsituatie bij een leerling thuis? Welk boodschap geef je mee in je bedenkingen bij bepaalde beroepen, onderwijsvormen, studierichtingen…? 

Ouders kloppen meer en meer aan bij de leraren van hun kinderen. Achter die mondigheid schuilt soms wat leraren ervaren als bemoeizucht. 

Meer en meer ouders zijn hoger opgeleid dan het lerarenpubliek. Het kan met recht en reden zijn dat deze ouders in het belang van de school bijvoorbeeld zelf of via participatieorganen als de ouderraad en de schoolraad onjuistheden aanklagen, inspraak voor leraren, leerlingen en hun ouders vragen of problemen in verband met het welbevinden van kinderen en jongeren aankaarten. In jouw reactie is het belangrijk te laten voelen dat jij als leraar de professional in je vakgebied bent en blijft. Maar, de bekommernissen gezamenlijk delen toont dat jullie samen school willen maken! 

Als ouders aankloppen voor meer pedagogische aspecten, dan ga je er best van uit dat je  je  medeopvoeder bent. Vaak kun je samen met ouders een antwoord bieden op opvoedingsvragen in het algemeen en experimenteergedrag in het bijzonder. Zogenaamd moeilijke ouders zijn met andere woorden vaak ouders met ernstige vragen rond de aanpak van een problematische opvoedingssituatie thuis, op school of in de ruimere leefwereld van hun kinderen. 

Klas

De samenstelling van een klas kies je niet, die krijg je. Bij de opstart van een schooljaar kan de directie, indien organisatorisch mogelijk, rekening houden met de wensen en opmerkingen van het lerarenteam.

Goed voorbereid en overlegd, heeft een les alle kans op slagen. Dat wil zeggen dat je bovenop je lesvoorbereiding op de hoogte moet zijn van wat er leeft in een klas, welke problemen zich specifiek bij bepaalde leerlingen voordoen. Aarzel daarom niet tijdig inzage te vragen in de leerlingendossiers of, beter, pleeg overleg met de interne leerlingenbegeleiding. Een zogenaamde moeilijke leerling of klas kan met de juiste aanpak leiden tot ‘nog meer goesting’ om met deze leerling/klas verder aan de slag te gaan. 

Blijf je botsen op probleemgedrag? Durf dan je onzekerheid of je onmacht te bespreken met je mentor/directie/leerlingenbegeleider!

Levenslang leren dankzij leerlingen?

Leerlingen schenken ons elke dag opnieuw nieuwe leerkansen. Door de manier waarop ze, soms nogal ‘kort door de bocht’, in het leven staan, geven ze ons de kans om elke dag weer bij te leren. We kunnen bijleren over de manier waarop we samen school maken. Boeit het onderwerp, de les nog? Hoe kan ik leerwinst boeken? Geven we hen voldoende inspraak? Dagen we hen voldoende en op hun maat uit? 

Leerlingen bieden ons elke dag een venster op de wereld aan. De manier waarop ze zich kleden, de taal die ze hanteren, hun gebruik van sociale media… het is een schat aan informatie die ze ons elke dag opnieuw gratis aanbieden.

Willem

Willem studeerde af als ‘houttechnieker’ en ging aan de slag bij een interieurontwerper. Hij groeide er door tot ploegleider. Na enkele jaren koos hij voor een nieuwe uitdaging en maakte hij de overstap naar het onderwijs. Een nieuwe wereld ging voor hem open! Naast de theorielessen verzorgde Willen de lessen praktijk houtbewerking in de derde graad tso. Op een dag klopte Willem aan bij COnneCt: hij kon niet langer overweg met de mentaliteit en de ingesteldheid van ‘de leerlingen van tegenwoordig’. 

“Mijn verwachtingen worden helemaal niet ingelost. In het bedrijf waar ik werkte, had ik elke veertien dagen een één-op-één-overleg met de baas, zodat ik wist waar ik met de ploeg op moest inspelen in de productie." 

"Maar hier op school word je aan je lot overgelaten. De technisch adviseur van de houtafdeling loopt wel eens langs, ja, maar niemand controleerde tot nog toe mijn lesvoorbereidingen op inhoud en aanpak. Laat ons maar lessen uitschrijven! Administratie? Daar zijn we goed in!"

"En dan moet je weten welke leerlingen ik  voor me heb! Sjonge sjonge, wat zullen die in het bedrijfsleven afzien! Losgeslagen als je er niet sterk de hand in houdt! In de productie stelt men wel andere eisen! En anders … Ze zouden ze beter een goede sollicitatietraining geven! En laat ze maar wat meer stage doen in plaats van ‘inleefdagen’ te organiseren in de sociale sector. Wat hebben ze daaraan? En sanctioneren mogen we ook al niet te veel want dan staan de ouders op de stoep!" 

"Wat moet ik doen? Volhouden of teruggaan naar ‘de privé’?”

Willem is het perfecte voorbeeld van iemand die vanuit een totaal ander – en voor het onderwijs wel degelijk verrijkend - referentiekader de overstap maakte naar het onderwijs. Leerlingen moeten voor hun toekomst voorbereid worden op de eisen van het bedrijfsleven. Kennis toepassen vanuit een juiste werkattitude en met de nodige verantwoordelijkheidszin staat hierin centraal. 
Maar, vanuit een onderwijskader moet je leerlingen de kans geven dat stapje voor stapje te leren, rekening houdend met het feit dat ze de bedrijfswereld totaal niet kennen. Met die basis kunnen leerlingen aan de slag, met die basis kan een bedrijf nieuwe werknemers kneden tot de medewerker die ze wensen. 

Ondertussen is het belangrijk dat Willem zijn weg zoekt op school en in het onderwijs in het algemeen. Intern overleg kan helpen om de lessen juist in te schatten en op te vatten. Vakoverleg leidt tot het vastleggen van leerlijnen waarin iedere leraar zijn verantwoordelijkheid heeft. De leerlingenbegeleiding en het CLB zijn van onschatbare waarde om samen ‘recht te trekken wat krom is’ bij leerlingen. Interne begeleiding maakt dat je je langzaam maar zeker gaat thuis voelen in die andere wereld die de school is.

Na een viertal overlegmomenten met COnneCt zag Willem het opnieuw zitten. Binnen een half jaar neemt hij weer contact op met COnneCt. Niet alleen hij, maar ook wij zijn benieuwd hoe hij ondertussen timmerde aan zijn onderwijsweg. 




 

Personalization

Je webbrowser is verouderd en wordt niet ondersteund door de ACV-website. Klik hier om een nieuwere versie te installeren.