De pensioenhervorming die het federaal parlement eind mei goedkeurde, is voor werknemers en ambtenaren geen alleenstaand feit. Ilse Heylen: "Dit is de volgende in een lange rij aanvallen op onze pensioenen. Eerder werd de pensioenleeftijd verhoogd, voor ambtenaren werd de referentiewedde al opgetrokken van 5 naar 10 jaar, er werd gemorreld aan de tantièmes, de bonificatiejaren verdwenen en de perequatie gehalveerd. En nu komt daar dus weer een nieuwe resem hervormingen bij. Door de eigen werkgever nota bene."
Voor contractuele en statutaire ambtenaren gelden ook de algemene maatregelen die voor alle werknemers zijn goedgekeurd (zie kader p. 12). "Die hebben voor heel veel mensen het gevolg dat halverwege de rit de regels veranderen. Wij zien dat, en met ons veel mensen, als contractbreuk."
Retroactief en onrechtvaardig
Net dat retroactieve karakter is voor ACV Openbare Diensten de kern van het probleem. "Omdat de regering snel geld in het laatje wil zien, koos ze voor een retroactieve aanpak", ziet Ilse Heylen de verklaring. "Mensen die nu al halverwege hun loopbaan zitten en in het verleden keuzes hebben gemaakt waaraan op dat moment geen negatieve gevolgen vasthingen, zijn daar nu wel de dupe van. Dat is fundamenteel onrechtvaardig."
Daarom trekt ACV Openbare Diensten, samen met andere vakbonden, naar het Grondwettelijk Hof. "Om het disproportionele karakter van de maatregelen aan te klagen, die volgens ons onvoldoende gegrond zijn. Minister Jambon heeft deze hervormingen erdoor gekregen zonder zelfs te kijken of eerdere hervormingen hun doel bereikten." Ook andere instellingen delen die kritiek: "De Raad van State bevestigde dat de hervorming tot discriminatie leidt. Het Federaal Planbureau voorspelt een grotere pensioenkloof, meer ongelijkheid en stijgende armoede."
Bijzonder onderbelicht blijft de kwestie van de zware beroepen. "Deze hervormingen staan niet op zich, er hangen nog andere dossiers aan vast die erdoor beïnvloed worden. Denk aan de discussie over zware beroepen. Wij hebben actief aan dat debat deelgenomen: welke factoren moeten meetellen, en voor welke groepen?
Maar in de federale pensioenhervormingen ontbreekt een brede, wettelijke uitzonderingsregel voor zware beroepen. Wie lang genoeg heeft gewerkt, kan wel via een lange carrière vervroegd stoppen, maar dat is niet hetzelfde als een echte regeling voor zware beroepen."
Bij ambtenaren met een zwaar beroep weegt de combinatie van fysieke en mentale belasting doorheen een loopbaan zwaar door. "Bij deze groep is het cumulatieve effect van alle maatregelen enorm. Je kan van iemand die dertig jaar bij de brandweer of in de zorg werkt niet zomaar verwachten dat die het tot 67 volhoudt, gewoon omdat de wet dat nu zo voorschrijft. Zolang er geen duidelijk kader ligt voor wie echt een zwaar beroep uitoefent, blijft dat een blinde vlek in deze hervorming."
Wachten op het Grondwettelijk Hof
Deze zomer en najaar is het gemeenschappelijk vakbondsfront druk bezig om het dossier met bezwaren voor te bereiden. "Eind dit jaar willen we indienen, als onze analyse met concrete dossiers rond is." Daarom riep ACV Openbare Diensten leden op om zich aan te melden. "Op die manier kunnen we onze motieven bij het Grondwettelijk Hof staven met concrete cases. Afgaand op de vele reacties zal het daar niet aan ontbreken." De belangrijkste pensioenregels gaan in vanaf 1 januari 2027, ruim voor het Hof een uitspraak zal doen. "De kans is dus groot dat mensen die vanaf dan met pensioen gaan de impact al zullen voelen. We hopen dan ook dat een uitspraak van het Hof met terugwerkende kracht zal gelden."
Ambtenarenpensioenen zijn niet te hoog
Bij veel gewone werknemers leeft het idee dat ambtenarenpensioenen te hoog zijn en dat daar dus best wat kan worden bespaard. Een gevoel waar de regering dankbaar gebruik van maakt om de ambtenarenpensioenen te beperken. Ilse Heylen weerlegt dat beeld met klem. "Kijk je naar het Europese gemiddelde, dan zie je juist dat de Belgische werknemerspensioenen te laag zijn. Het ambtenarenpensioen kon dus tot nu als de standaard gelden om naartoe te werken voor de andere stelsels. Dat staat zelfs zo in het regeerakkoord: een sterk wettelijk pensioen (eerste pijler). Hierbij kon voor mijn part het ambtenarenpensioen een referentie zijn. Van die sterke eerste pijler schiet nu maar weinig van over."
"Je kan ook geen appels met peren vergelijken. In de privésector bestaan grote verschillen tussen sectoren en bedrijven en genieten veel werknemers van een aanvullend pensioen via een groepsverzekering. Dat hebben ambtenaren niet. Als men het dan toch heeft over harmonisatie, waar blijft dan het aanvullend pensioen voor ambtenaren?"
Ondertussen wordt het statuut van ambtenaar op meerdere fronten verder uitgehold. "Deze regering schaft de ziektedagen af en het medisch pensioen is sinds juni van dit jaar ook niet meer mogelijk. In Wallonië en bij de federale overheid zal overgegaan worden naar contractuele werving, met uitzondering van gezagsfuncties, zoals al langer het geval is in Vlaanderen."
De hervormingen maken een loopbaan als ambtenaar ook minder aantrekkelijk voor nieuwe instromers, vreest Heylen. "Voor veel mensen vormt het pensioen een belangrijk deel van hun loopbaankeuze, omdat de verloning tijdens de actieve loopbaan voor de meeste ambtenaren niet zo hoog ligt als in de privé. Nu het pensioen ook vermindert, wordt de keuze voor een job als ambtenaar minder aantrekkelijk."
Het kan anders
ACV Openbare Diensten is niet tegen hervormingen op zich, wel tegen deze keuzes. De studiedienst van het ACV werkte een reeks alternatieven uit om andere keuzes te maken, zonder in te leveren op een waardige levensstandaard. Zo ziet ACV bijvoorbeeld nog veel ruimte in een kritische blik op subsidies aan bedrijven. Ook binnen de gezondheidszorg, een grote hap van het federale budget, valt geld te besparen door sterker op preventie in te zetten. "En wil je als overheid extra geld binnenhalen, investeer dan bijvoorbeeld in sociale en fiscale inspecteurs. Elke inspecteur extra levert een pak extra inkomsten op."
Tot slot pleit ACV voor een echt eindeloopbaanbeleid, zodat mensen het effectief tot hun 67ste kunnen volhouden.