Is jullie oorspronkelijke missie vandaag nog relevant?
Kathleen Stinckens: “Meer dan ooit. De Bendecommissie stelde vast dat de verschillende politiediensten – rijkswacht, gerechtelijke en gemeentepolitie – elkaar wantrouwden en dat er geen sprake was van een behoorlijke interne controle. Daarom kwam er een onafhankelijk orgaan als toezichthouder dat rechtstreeks rapporteert aan het parlement en aanbevelingen voor verbetering kan formuleren. Aan onze kernopdracht is weinig veranderd, maar de context wel: onze maatschappij is veel complexer geworden en er gaat meer aandacht naar het respecteren van onze fundamentele rechten en vrijheden.”
Wat is voor jou, 35 jaar na de oprichting, de grootste verandering?
“Vooral de maatschappij zelf. Die is veel kritischer geworden tegenover gezag en reageert, onder andere door sociale media, veel sneller. Iedereen heeft meteen een oordeel klaar en dat maakt ons toezicht niet eenvoudiger. Net daarom is het essentieel dat wij ons niet laten meeslepen. Wij oordelen neutraal en onpartijdig en dat vraagt tijd. Ons onderzoek dient ieders belang: van de maatschappij én van de politiediensten. Iedereen heeft baat bij een goed werkende politie.”
Jullie takenpakket is doorheen de jaren flink uitgebreid. Hoe verhouden die nieuwe bevoegdheden zich tot jullie kernopdracht?
“Er is nooit iets weggevallen, enkel bijgekomen (lacht). Wat veel mensen niet weten: we zijn niet alleen bevoegd voor de lokale en federale politie, maar ook voor bijzondere inspectiediensten zoals de voedselinspectie, en voor de veiligheidsdiensten van het openbaar vervoer, zoals Securail. Daarnaast kwamen er rollen bij die op het eerste gezicht wat verder van ons kernwerk afstaan: sinds 2019 zijn we het externe meldpunt voor klokkenluiders binnen de politie en samen met het Comité I, dat toezicht houdt op onze inlichtingendiensten, zijn we de gegevensbeschermingsautoriteit voor het OCAD (Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse). Dat wil zeggen dat we de privacytoezichthouder zijn voor persoonsgegevens die het OCAD verwerkt. Sinds 2024 doen we ook preventieve bezoeken aan commissariaten om te controleren of mensen die van hun vrijheid beroofd zijn, menswaardig worden behandeld. Al die taken draaien uiteindelijk om hetzelfde: onafhankelijk toezicht op wie macht over burgers uitoefent.”
Waar gaan de klachten meestal over?
“Over twee grote zaken: het gedrag van politiemensen, verbaal en non-verbaal en de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Interessant is dat uit onze onderzoeken blijkt dat de politie in 70 procent van de gevallen wel degelijk correct handelde. Er zit dus een groot verschil tussen perceptie en realiteit. Hoe iemand een klacht formuleert, zegt vooral iets over hoe die burger zich voelde tijdens het contact.”
Is dat de reden dat beter communiceren bovenaan jullie lijstje van aanbevelingen staat?
“Klopt. Burgers zijn mondiger dan vroeger en aanvaarden gezag niet meer zomaar. Het 'omdat ik het zeg' werkt niet meer. Mensen verwachten uitleg en transparantie en dat is terecht. Hoe een politieoptreden verloopt, bepaalt mee het vertrouwen in de politie. Maar het is een en-enverhaal. In een acute situatie heeft de politie niet altijd tijd om alles toe te lichten. Wij pleiten ervoor om zoveel mogelijk te communiceren waar het kan. Maar als burger moeten we ook beseffen dat de politie het monopolie op geweld heeft en daardoor meer rechten krijgt zodra ze in functie is. Dat besef lijkt bij sommige mensen weggeëbd.”
Botsen jullie met kritiek op een politiedienst niet op weerstand?
“Dat risico is er altijd. Daarom laten we voor onze thematische onderzoeken, zoals bijvoorbeeld over de omgang met psychisch kwetsbare mensen, de betrokken politiediensten onze bevindingen vooraf inkijken. Zij kunnen dan hun opmerkingen doorgeven voor we naar het parlement gaan. Dat principe ken ik nog uit mijn tijd als rechter: als een expert advies gaf, mochten de partijen dat eerst becommentariëren, wat tot een beter gefundeerd verslag leidde. Wij passen onze conclusies niet zomaar aan, maar laten het parlement wel weten welke opmerkingen we kregen. Zo voelen politiediensten zich gehoord en worden onze aanbevelingen breder gedragen op het terrein.”
Er komt regelmatig kritiek op hardhandig politieoptreden, denk aan de arrestatie van Groen-voorzitter Aimen Horch deze zomer in Antwerpen. Wat kan het Comité P daarin betekenen?
“Over dat specifieke dossier loopt het onderzoek nog, dus daar kan ik niets over zeggen. Wat doen we als we klachten krijgen? We analyseren hoe zo’n manifestatie is aangepakt, los van het individuele gedrag van een agent. Uit eerdere onderzoeken, naar aanleiding van betogingen van onder meer Extinction Rebellion en de gele hesjes, kwamen concrete aanbevelingen die werden opgevolgd door de politiediensten. Ze gebruiken nu minder plastic tie wraps als handboeien bij bestuurlijke aanhoudingen en agenten dragen naamplaatjes of zijn op een andere manier identificeerbaar.”
Volstaan de huidige technieken en opleidingen nog?
“Vroeger dachten we dat een agent een 'Robocop' moest zijn: sportief, getraind, niet bang om geweld te gebruiken. Vandaag verwacht de burger een ander profiel. De-escalatie en communicatie moeten de basis zijn van elk politieoptreden, fysiek ingrijpen het allerlaatste middel. De afweging om geweld te gebruiken moet razendsnel gebeuren in een crisissituatie. Om van die afweging een reflex te maken, moet je ze voortdurend trainen, niet enkel in de basisopleiding maar doorheen de hele loopbaan. Die continue training kan nog beter, zien we.”
Het Comité P heeft geen sanctiebevoegdheid. Dat wordt jullie vaak verweten, maar jij ziet het als een voordeel?
“Zeker. Politiemensen zijn wettelijk verplicht om volledig mee te werken aan onze onderzoeken. Dat kan alleen als ze vrijuit kunnen spreken, zonder angst om achteraf gestraft te worden. Wij zijn geen rechtbank of tuchtoverheid. Dat zie je ook terug in hoe we met klachten over individuele agenten omgaan: net omdat wij niet straffen, kunnen we die doorsturen naar het korps, zodat de leidinggevende snel kan ingrijpen én de organisatie eruit leert. Ontdekken we tijdens een onderzoek een misdrijf, dan melden we dat verplicht aan het parket. Onze eigen onderzoeksdienst, de Dienst Enquêtes met 47 mensen, voert wel onderzoek als een agent verdacht wordt van een zeer zwaar misdrijf zoals corruptie of een overlijden door geweld. Dat gebeurt bij ons omdat we onafhankelijk zijn: zo speelt de perceptie dat politiediensten elkaar beschermen niet mee.”
Hoe verhoudt de rol van vakbonden en middenveld zich tot jullie werking?
“Zij hebben net zoals wij belang bij één gedeeld doel: beter functionerende politiediensten. Voor onze thematische onderzoeken kloppen we bewust aan bij middenveldorganisaties en vakbonden om te horen wat er leeft.”
Waarom nam je dit engagement in 2018 op?
“Als advocaat, parketmagistraat en twaalf jaar politierechter kwam ik op verschillende manieren in contact met politiewerk. Ik besefte hoe zwaar een magistraat leunt op goed politiewerk: zonder dat vertrouwen komt een belangrijke pijler van onze democratie in het gedrang. Als voorzitter bekijk ik de werking van de politie nog eens van een andere kant. Daar heb ik geen dag spijt van gehad, ook al mag het soms wat sneller vooruitgaan voor mij (lacht). Maar dat heb ik hier ondertussen geleerd: soms moet er wat tijd over gaan om de geesten te laten rijpen.”
Welk thema ligt jou persoonlijk nauw aan het hart?
“Alles rond de omgang met psychisch kwetsbare personen. Na de dood van Jonathan Jacob in een Antwerpse politiecel waren we teleurgesteld over hoe weinig er veranderde, ondanks de rapporten en de aanbevelingen die het Comité P gedaan had. Ondertussen zien we meer opleiding en – cruciaal – multidisciplinaire samenwerking. In een ideale wereld hoeft de politie niet eens tussen te komen als volop wordt ingezet op preventie en zorg, en vermijden we tragedies.”
Hoe kan de werking van het Comité P zelf sterker?
“Met meer budget en meer onderzoekers zouden we sneller kunnen werken. Onze eigen databank is aan het einde van haar levensduur, dus in januari 2027 starten we met een nieuwe. Daarnaast werken we aan een uniform klachtenreglement: een soort draaiboek over hoe een klacht tegen de politie kwalitatief behandeld moet worden, waar ze ook wordt ingediend. Ik hoop dat daar tegen eind 2027 een breed gedragen document uit rolt. Op termijn is het einddoel één centrale klachtendatabank, maar daarvoor ontbreekt vandaag de budgettaire ruimte.”
Tot slot: wat wil je de politiemensen onder de lezers meegeven?
“Dat een goedwerkende politie een zaak van iedereen is. Wij zijn niet pro of contra de burger, niet pro of contra de politie. We zijn er voor een politie die democratisch, integer en gemeenschapsgericht functioneert. Ik vergelijk het Comité P graag met een kompas: we sanctioneren niet, we dwingen niets af, maar we geven wel richting. En als de politie beter functioneert, wint uiteindelijk iedereen daarbij: de burger, de rechtsstaat en de politiemensen zelf.”