Krachtlijn 3

Klassikale vormen van leren brengen (jonge) mensen met verschillende interesses, noden en achtergronden samen rond gedeelde leerstof.

Klassikale vormen van leren brengen (jonge) mensen met verschillende interesses, noden en achtergronden samen rond gedeelde leerstof.

Verschillen tussen (jonge) mensen op vlak van etnisch-culturele achtergrond, talenten, identiteit, levensbeschouwing, ondersteuningsbehoefte… zijn vandaag heel zichtbaar in onderwijs. Tegen die achtergrond experimenteren heel wat scholen met nieuwe werk- en organisatievormen die vertrekken vanuit de talenten, de noden of de identiteit van leerlingen voor een ontwikkelingsgericht aanbod of zelfsturend traject op maat. Van onderwijspersoneel wordt verwacht dat het de leerling centraal stelt en aansluiting vindt bij heel verschillende beginsituaties en leefwerelden van leerlingen.

Onderwijs moet (jonge) mensen samenbrengen vanuit de overtuiging dat zij, eventueel binnen de grenzen van hun beperking en met bijkomende inspanning, oefening of herhaling, kunnen leren en dat de gedeelde leerstof voor elk van hen relevant is. Klassikale vormen van leren kunnen, ook in het buitengewoon onderwijs, verbindend zijn door niet te vertrekken van wat (jonge) mensen van elkaar onderscheidt.

COC verzet zich tegen doorgedreven vormen van maatwerk die de verschillen tussen (jonge) mensen als basis nemen voor een gepersonaliseerd aanbod, gepersonaliseerde doelstellingen en diploma’s op maat. Zij doet dat vanuit de overtuiging dat dergelijke vormen van maatwerk (jonge) mensen vastzetten in hun talent, hun beperking of hun identiteit en zo de verbindende opdracht van onderwijs in gevaar brengen.

Actiepunten
  • COC beklemtoont de cruciale rol van klassikale vormen van leren. Ze verhogen de kans om als leerling te worden aangesproken zoals alle anderen en niet als iemand die bij voorbaat dit wel kan en dat niet. Daar ontstaat de mogelijkheid om van elkaar te leren, in discussie te gaan, verbanden te leggen, inzichten te verdiepen, eigen overtuigingen even tussen haakjes te zetten, in vraag te stellen, aan te scherpen of te nuanceren. Waar klassikaal leren omslaat in samen geïndividualiseerde trajecten afleggen, is dat niet langer mogelijk.

  • COC wil dat er, binnen het onderwijsonderzoek aan universiteiten en binnen lerarenopleidingen, middelen worden uitgetrokken om de impact van zelfsturend en ontwikkelingsgericht leren en van flexibele leertrajecten op het realiseren van de onderwijsdoelen te onderzoeken.

  • COC wil dat de overheid meer middelen voorziet om, binnen de mogelijkheden van binnenklasdifferentiatie, rekening te houden met specifieke zorgvragen van leerlingen.

  • COC wil dat leerlingen waarbij mentale, sociale of fysieke beperkingen het volgen van het gemeenschappelijk curriculum of deelname aan de gewone schoolcontext bemoeilijken, een beroep kunnen doen op gespecialiseerde begeleiding en ondersteuning, steeds met het oog op maximale vormingskansen. Voor zover gespecialiseerde zorg binnen de school noodzakelijk is, moet daarvoor met bijkomende middelen gespecialiseerd personeel aangetrokken worden dat leraren ondersteunt.

  • COC vraagt om het M-decreet kritisch tegen het licht te houden. De overheid moet voldoende financiële middelen en een regelgevend kader voorzien, waarbinnen de draagkracht van de school en het recht van het kind op vormend onderwijs bepalen of een kind in een gewone school dan wel in een school voor buitengewoon onderwijs terechtkan. Waar de behoefte aan maatwerk of gespecialiseerde zorg ten koste gaat van de groep of in de weg staat van een optimale vorming van de leerling zelf, moet in overleg met alle betrokkenen (leraren, zorgteam, CLB, ouders) ingegrepen kunnen worden.

  • COC vraagt dat leraren tijdens hun opleiding en tijdens verdere professionalisering de nodige inhoudelijke, didactische en pedagogische expertise verwerven en gedreven zijn in de leergebieden, vakken, domeinen of disciplines die ze onderwijzen. Van daaruit zijn ze immers in staat om bij (jonge) mensen interesse te wekken, kennis en vaardigheden bij te brengen, hen uit te dagen en waar nodig te remediëren of te differentiëren. COC wil dat lerarenopleidingen een aanbod voorzien waarin studenten kennis kunnen maken met het buitengewoon onderwijs en zich kunnen bekwamen in de omgang met leerlingen met specifieke onderwijsnoden.

  • COC wil dat de overheid, scholen en leraren omzichtig omspringen met (gestandaardiseerde) toetsen, leerlingvolgsystemen, diagnostische testen… Uiteraard maken die deel uit van de onderwijs- praktijk, maar de informatie die ze opleveren, moet het vertrekpunt zijn om situaties van ‘niet kunnen’ om te zetten in situaties van ‘kunnen’. Wanneer ze alleen vastleggen wat leerlingen kunnen of niet kunnen om hun persoonlijk traject daarop af te stemmen, verliest onderwijs zijn vormende betekenis.

  • COC beklemtoont dat onderwijs discipline vraagt. Die steunt op de vakkundigheid van leraren en op hun vermogen om vanuit hun eigen passie aandacht te vragen voor gedeelde leerstof en om er interesse voor te wekken. Daarnaast moeten leraren van leerlingen inspanningen kunnen vragen en van hen kunnen verwachten dat ze met de leerstof bezig zijn. Daarvoor moeten zij kunnen rekenen op vertrouwen van en ondersteuning door collega’s, directie en ouders.

  • COC dringt erop aan dat de overheid, scholen en onderwijspersoneel inzetten op het voorkomen van schoolmoeheid en vroegtijdig schoolverlaten. Voor leerlingen die (tijdelijk) geen aansluiting vinden bij het (voltijds) onderwijs moet de overheid inzetten op een aanbod dat die aansluiting opnieuw mogelijk maakt. Onderwijs, niet werk of welzijn, moet daarin de hoofdrol blijven spelen, met respect voor de leerplicht. Opvang binnen welzijnstrajecten, noch doorstroom naar het arbeidscircuit mogen een dergelijk aanbod verdringen of vervangen. Elke leerling, ongeacht zijn persoonlijke situatie, heeft immers recht op vormend onderwijs. Wanneer dat om een of andere reden niet lukt, moet de weg naar de centra voor basiseducatie openblijven.

Personalization