Je rechten
bab449ae-2477-46b3-8fca-27c4c5741bd6
https://www.hetacv.be/je-rechten
true
Actualiteit
59ea6a04-d5cb-49bb-86bf-262457cb04b8
https://www.hetacv.be/actualiteit
true
Diensten
c7cddb17-187f-45c2-a0e2-74c299b8792b
https://www.hetacv.be/dienstverlening
true
Lid worden
abbb02d8-43dd-44b5-ae75-3cd90f78f043
https://www.hetacv.be/lid-worden
true
Het ACV
c62ac78b-1aa2-4cb9-a33b-59e6fc085fb4
https://www.hetacv.be/het-acv
true
Word nu lid

“We zien in de ogen van de kinderbegeleiders dat het zo niet meer verder kan.”

Sinds het dramatische voorval in kinderdagverblijf ’t Sloeberhuisje in Mariakerke weet iedereen: de kinderopvang in Vlaanderen verzuipt. Daarom werd daar vorig jaar 115 miljoen euro extra voor uitgetrokken. Per jaar gaat er meer dan 800 miljoen euro naar de sector. Toch blijft het personeelstekort even groot, is er nog altijd een plaatstekort en ligt de kindratio - de verhouding aantal kinderen per begeleider - te hoog. Hoog tijd voor een langetermijnvisie.

Om die visie voor te bereiden ging de Toekomstgroep Kinderopvang op vraag van Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Hilde Crevits aan de slag. De Toekomstgroep werkte aan concrete voorstellen om de Vlaamse kinderopvang te hervormen. Dat gebeurde samen met vertegenwoordigers van kinderen en ouders, van het werkveld, experten en vakbonden waaronder ACV Openbare Diensten. Op 14 maart presenteerde de groep haar Toekomstplan.

Waarom de Vlaamse kinderopvang aan herziening toe is

Gezinnen met jonge kinderen moeten kunnen rekenen op kinderopvang. Het is een basisvoorziening in onze samenleving. Het aanbod moet kwaliteitsvol en toegankelijk zijn voor alle jonge kinderen en hun gezinnen. Dat bereik je als je voldoende competente medewerkers in aantrekkelijke jobs kan aantrekken. Maar de organisatie en financiering van onze kinderopvang maken het nu niet mogelijk om die ambitie van basisvoorziening waar te maken. Het Vlaamse kinderopvangbeleid slaagt er niet in om tegelijk drie essentiële doelstellingen te realiseren: voldoende aanbod, (pedagogische) kwaliteit en duurzame kinderopvang. 

Voldoende aanbod 

Vandaag is er geen kinderopvang voor elk gezin dat daar nood aan heeft. De gemiddelde dekkingsgraad in Vlaanderen is 44 plaatsen per 100 kinderen en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 49 plaatsen. Er zijn ook grote verschillen in het gebruik van kinderopvang. Kinderen in kansarmoede met een moeder van niet-Belgische origine gaan het minst naar de kinderopvang (35,0%), bij niet-kansarme kinderen met een moeder van Belgische origine ligt het gebruik het hoogst (78,8%).

Inkomenstarief en voorrangsregels

Een inkomenstarief laat ouders bijdragen in verhouding tot hun financiële draagkracht. Het is hét instrument voor een toegankelijke kinderopvang, zeker voor gezinnen met een laag inkomen, (her) intreders, werkzoekenden, inburgeraars en andere kwetsbare doelgroepen. Als we voor 80 procent van de kinderen tot 2,5 jaar opvang nodig hebben, dan moeten er op tien jaar tijd 29.000 plaatsen bijkomen. 

De recente invoering van de voorrangsregels (werkende ouders krijgen voorrang) zal het probleem niet oplossen. Integendeel, ze staan haaks op de gelijkwaardigheid van de economische, sociale en pedagogische Ze verhogen ook de drempel naar werk in plaats van deze te verlagen en sluiten kwetsbare gezinnen uit, in plaats van hen te ondersteunen. De Toekomstgroep vraagt dan ook om de voorrangsregels opnieuw aan te passen.

Statuut onthaalouders

Sinds kort hebben enkele honderden onthaalouders via een proefproject eindelijk een statuut als werknemer. Deze wettelijke verankering van het werknemersstatuut voor onthaalouders is het resultaat van een decennialange vakbondsstrijd. Maar de overgrote meerderheid van de onthaalouders zit nog steeds in het zogenaamde sui generisstatuut. Dat geeft geen recht op betaalde vakantie, uitkeringen bij ziekte, pensioenopbouw … En als één of meer kindjes niet komen opdagen, voelen ze dat meteen in hun portemonnee.

Rechten van het kind

Kinderrechtencommissaris Caroline Vrijens gaf op het slotevent over het Toekomstplan een reflectie over de slottekst. “Het plan is doordrongen van het feit dat de toegang tot kinderopvang in principe een basisrecht is, voor elk kind, zonder onderscheid. Daaruit vloeit voort dat iedereen toegang moet krijgen. Dan kan je nadenken over de manier waarop: inkomensgerelateerd, al dan niet voorrang geven aan bepaalde groepen. Sommige doelgroepen zijn moeilijker bereikbaar, bij hen moet je proberen drempels op alle mogelijke manieren weg te werken. Daar zit nog veel potentieel. Als je kijkt naar de manier waarop vzw Elmer in Brussel werkt: daar zijn mama's die ze eerder begeleidden er nu tewerkgesteld, er is een mooie dynamiek. Het biedt niet alleen de kans aan ouders om steun te vinden bij opvoedingsvragen maar men krijgt ook de tijd om de eigen situatie te verbeteren door bijvoorbeeld een opleiding te gaan volgen, werk te gaan zoeken of tijd te hebben om het eigen pad te volgen.

Onderzoek wijst uit dat kinderopvang in de vroege levensjaren positieve effecten heeft op cognitieve ontwikkeling, sociale vaardigheden en het leren van de taal en woordenschat. Dat is van onschatbare waarde, zeker voor kinderen die van thuis uit minder kansen krijgen door de situatie waarin ze opgroeien.” 

Kritisch voor nieuwe voorrangsregels

“Maar kinderopvang moet betaalbaar zijn met een voldoende aanbod. We zijn heel bezorgd over de nieuwe voorrangsregels. We begrijpen dat werkende mensen nood hebben aan kinderopvang. Tegelijk mag het niet zo zijn dat daardoor mensen geraakt worden die er heel veel baat bij zouden hebben maar die niet vier vijfde werken of een opleiding volgen. Daarom zou er op lokaal vlak maximaal bereikbare kinderopvang georganiseerd moeten worden. Met een goede connectie met het lokaal sociaal beleid en met de kleuterscholen. Daar wordt nu over nagedacht.”

“Voor de kinderbegeleiders streven we naar de verlaging van de kindratio, naar 5 kinderen per begeleider. De begeleiders hebben ook nood aan een goede opleiding en coaching, goede loon- en arbeidsvoorwaarden en genoeg werkingsmiddelen. Want zorgdragen voor baby’s en peuters is heel belangrijk werk. Het Toekomstplan is een grote stap vooruit. Het moet natuurlijk wel uitgevoerd worden. Daar zijn politieke daadkracht en middelen voor nodig. In het belang van de allerkleinsten.”

Crisiskabinet Kinderopvang

Het Crisiskabinet Kinderopvang is een groep bezorgde ouders en sympathisanten. Ze hielpen  kinderopvang mee op de kaart te zetten door wekelijks aanwezig te zijn – mét kinderen – in het Vlaams Parlement. Eén van de leden is historica en illustratrice Noëmi Willemen. “We zien in de ogen van de kinderbegeleiders dat het zo niet meer verder kan. De crisis kun je niet oplossen zonder eerst voor hen te zorgen en hun werk werkbaar te maken.”

2 miljard

“De oorzaak van de problemen ligt in de decennialange onderinvestering, het verlagen van de normen en verhogen van de kindratio. Ouders krijgen vaak te maken met begeleiders die zonder omkadering voor heel veel kinderen moeten zorgen en die bovendien niet goed verloond worden. Om een betere opvang te garanderen is er meer dan twee miljard euro nodig om meer plaatsen te creëren en ervoor te zorgen dat het personeel niet massaal wegloopt. Het systeem kraakt.”

“Het is ook een kwestie van keuzes maken. De crisis maakt heel duidelijk dat we ons als maatschappij moeten afvragen of we kinderopvang een kerntaak van de overheid vinden of niet. Ik vind van wel. Kinderopvang heeft ook positieve gevolgen voor kwetsbare kinderen. Overheden moeten dus zeker investeren in goede opvang in wijken met meer kwetsbare kinderen. De Vlaamse regering maakt keuzes die totaal de andere kant opgaan. Het is puur kortetermijndenken: ze richten zich op ouders die werken. Het beleid reduceert kinderopvang tot enkel een economische functie.”