Besluit over zij-instromers zorgt voor ongelijke behandeling onderwijspersoneel

Vanaf 1 september wil minister Weyts meer zij-instromers aantrekken in het onderwijs om zo een antwoord te bieden aan het lerarentekort. Wie vanuit de privé kiest voor een job in het onderwijs, zal tot acht jaar nuttige ervaring kunnen meenemen. Concreet zullen zij-instromers dus tot 300 euro netto per maand extra kunnen verdienen. Op zich is dat een goed idee. Alleen zorgt het besluit voor een ongelijke behandeling van personeelsleden in het onderwijs en heeft het COV, de grootste vakbond van het basisonderwijs, vragen bij de kwaliteitsbewaking van het onderwijspersoneel. Er blijven ook nog een aantal onduidelijkheden. 

Ongelijke behandeling

Wie op 1 september als zij-instromer start kan tot 8 jaar anciënniteit meenemen. Wie op 1 juni startte kan dat niet. Dat betekent een aanzienlijk loonverschil tussen 2 mensen die exact dezelfde job zullen uitvoeren. De overheid verantwoordt deze verschillende behandeling uitsluitend op basis van de budgettaire beperkingen die ze heeft. Voor het COV is dat geen geldig argument. Er is geen objectief verschil tussen een zij-instromer die start op 1 september en één van voor die datum. Zij moeten dus ook financieel gelijk behandeld worden. 

Kwaliteitsbewaking

De overheid benadrukt het belang van gekwalificeerd personeel, maar maakt de regeling ook van toepassing op personeelsleden die niet over een vereist of voldoende geacht onderwijsdiploma beschikken. Voor het COV is dat een brug te ver. Minimaal zouden personeelsleden met een ander bekwaamheidsbewijs een verplicht opleidingstraject moeten volgen om wel een voldoend of vereist diploma te behalen.

Onduidelijkheden

Een regeling met belangrijke invloed op het salaris kan enkel doorgevoerd worden met een sluitend en objectief systeem voor het aantonen van anciënniteit. Welk systeem zal ervoor zorgen dat zowel gewone werknemers als zelfstandigen dat kunnen doen? 

Het COV vraagt zich ook af waarom de overheid nalaat om andere eenvoudige maatregelen te nemen die het behoud van deze personeelsleden in het onderwijs kunnen stimuleren. Zo vervalt de anciënniteit van de zij-instromer als die na enkele jaren als onderwijzer in een ander ambt in het onderwijs gaat werken, bijvoorbeeld als zorgcoördinator. De overheid maakt een uitzondering voor selectie- en bevorderingsambten (bijvoorbeeld directeur basisonderwijs) maar niet voor andere ambten. Door die regeling zal de instroom in het onderwijs voor de betrokken personeelsleden er niet bepaald aantrekkelijker op worden.  

Voor het COV blijft een regeling over zij-instroom bespreekbaar als maatregel, op voorwaarde dat het geen ongelijkheid creëert tussen personeelsleden en ambten en mits het inzet op kwaliteit en professionalisering. Anders zal het eerder contraproductief zijn.  

In de begroting wordt de meerkost van de maatregel geraamd per onderwijsniveau. Het COV staat erop dat als zou blijken dat er minder zij-instroom is dan het geraamde budget, dat deze middelen op een andere wijze in het basisonderwijs geïnvesteerd worden om het lerarentekort weg te werken.  

Personalization