Loondindex
Dankzij de loonindexering wordt je loon automatische aan de consumptieprijzen aangepast. Daardoor behoud je je koopkracht

📍Nieuw 2026: de 'centenindex'
De Arizona-regering keurde op 29 mei 2026 de 'centenindex' goed. Die past tijdelijk de manier waarop de indexering van lonen en uitkeringen berekend worden. Ontdek hier meer over de centenindex en het systeem van automatische indexering.
-
Wat is de centenindex?
De centenindex is een maatregel van de regering. De maatregel maakt deel uit van de programmawet die de Kamer op 29 mei goedkeurde.
De centenindex voorziet in een dubbele, gedeeltelijke vermindering van de automatische indexering in 2026 en 2028.
-
Hoe wordt de centenindex berekend?
De brutolonen tot 4.000 euro worden geïndexeerd. De uitkeringen tot 2.000 euro eveneens. Echter het deel boven de 4.000 euro voor de brutolonen en het deel boven de 2.000 euro voor de uitkeringen wordt niet langer meer geïndexeerd.
Door deze maatregel verliezen werknemers en uitkeringsgerechtigden onmiddellijk koopkracht. Maar de centenindex heeft ook negatieve gevolgen op de lange termijn, omdat de vermindering doorwerkt op toekomstige barema’s en verhogingen.
Goed om weten:
- Onder ‘loon’ wordt het brutomaandloon verstaan.
- Premies en andere extralegale voordelen worden niet meegenomen in de berekening.
Zijn er uitzonderingen?
Als de inflatie meer dan 2% bedraagt geldt er een andere berekening. In dat geval baseert men zich op het inflatiepercentage en wordt er 2% afgetrokken om de indexering te berekenen.
-
Wat is je loonverlies bij jaarlijkse indexering?
Een voorbeeld:
Een werknemer verdient 5.000 euro bruto per maand. Eén keer per jaar vindt een indexering plaats in januari en de inflatie bedraagt in 2026 2%. De werknemer krijgt dan door de centenindex in januari 2027 de volgende indexering:
- (4000 + 4000 X 2%) + (1000 + 1000 X 0%) = 4080 + 1000 = 5080 euro. Met het oude systeem, zonder de centenindex, zou hij in januari 2027 ontvangen: (5000 + (5000 X 2%)) = 5100 euro. Kortom, een verlies van 20 euro per maand.
Bij een inflatie van 4% in 2026 krijgt diezelfde werknemer via de centenindex in januari 2027 de volgende indexering:
- (4000 + 4000 X 4%) + (1000 + 1000 X 2%) = 4160+ 1020 = 5180 euro.
Met het oude systeem, zonder de centenindex, zou hij in januari 2027 ontvangen: (5000 + (5000 X 4%)) = 5200 euro. Kortom, een verlies van 20 euro per maand.
Tip: bereken met onze tool hoeveel jij precies verliest door de centenindex.
-
Wat is je loonverlies bij een maandelijkse indexering?
Voor een werknemer uit een sector met een maandelijkse indexering ligt de maandelijkse inflatie structureel ruim onder de 2% (vaak rond de 0,1% tot 0,4% per maand). In dat geval voorzien de regels uit de programmawet over de centenindex in een cumulatieve overdracht: de centenindex geldt totdat de drempel van 2% indexering is bereikt. Zolang de cumulatieve indexering geen 2% is, wordt maand na maand het inkomensdeel boven 4.000 euro niet geïndexeerd.
Concreet:
- Voor het loongedeelte tot 4.000 euro bruto: de maandelijkse indexering wordt iedere maand normaal en volledig toegepast.
- Voor het loongedeelte boven 4.000 euro bruto: dit deel van het loon wordt niet geïndexeerd zolang de som van maandelijkse indexeringen minder dan 2% is.
Een voorbeeld
Stel: een werknemer verdient 5.000 euro bruto per maand en werkt in een sector met een maandelijkse indexering.
Maand 1: indexering van 1%
- Op de eerste 4.000 euro wordt de indexering van 1% toegepast. Dat betekent een stijging van 40 euro.
- De resterende 1.000 euro wordt op dat moment niet geïndexeerd.
- Het nieuwe brutoloon bedraagt dus 5.040 euro.
Maand 2: indexering van 1,5%
- De sectorale indexering komt daarmee in totaal op 2,5% (1% + 1,5%). De grens van 2% is dus overschreden.
- Om aan die eerste 2% te komen, wordt op de eerste 4.000 euro nog 1% indexering toegepast. Deze 1% wordt nog steeds niet toegepast op het deel boven 4.000 euro. Dat geeft opnieuw een stijging van 40 euro.
- Het gedeelte van de inflatie boven die 2% — in dit geval 0,5% — wordt daarna toegepast op het volledige loon, + 25,2 euro.
- Het totale brutoloon bedraagt 5.105,2 euro.
Bij een maandelijkse indexering is de blokkering van het loondeel boven 4.000 euro dus niet blijvend. Dat deel van het loon wordt alleen tijdelijk afgeremd tijdens de eerste 2% indexering, berekend vanaf 1 juni 2026. Zodra die 2% bereikt is door de opeenvolgende maandelijkse indexeringen, wordt het volledige loon opnieuw normaal geïndexeerd
Tip: bereken met onze tool hoeveel jij precies verliest door de centenindex.
-
Wat vindt het ACV van de centenindex?
Volgens het ACV is deze maatregel een regelrechte aanval op het automatische indexeringsmechanisme:
- De maatregel leidt tot een blijvend verlies aan koopkracht.
- Bovendien is de toepassing ervan oneerlijk. In het geval van de uitkeringen houdt de maatregel immers geen rekening met gezinssituaties.
- De implementatie in veel sectoren is bijzonder complex.
- De maatregel is, ook al moet in theorie een deel van de winst die het oplevert voor bedrijven worden teruggestort, een voordeel voor de werkgevers dat betaald wordt door de werknemers.
-
En wat met het voorstel van de sociale partners?
De sociale partners, onderhandelden in april 2026 over een alternatief voor de centenindex. De belangrijkste verdienste van dit akkoord tussen de sociale partners is de afschaffing van de centenindex in de private sector. De maatregel zou wel gedeeltelijk van toepassing blijven in de publieke sector en op bepaalde uitkeringen.
Het akkoord van de sociale partners bevat ook andere belangrijke aanpassingen, waaronder een wijziging in de manier waarop energieprijzen (gas en elektriciteit) worden meegenomen bij de berekening van de index. Het doel is om de index stabieler en meer representatief voor reële prijzen te maken, door rekening te houden met oude, maar nog steeds lopende energiecontracten en door schommelingen af te vlakken door het prijsgemiddelde over twaalf maanden te nemen. Tegelijkertijd wordt het behoud van het sociaal tarief voor energie bevestigd, zodat een groot aantal kwetsbare gezinnen beschermd kunnen blijven tegen prijsstijgingen.
Het ACV steunt dit akkoord omdat het een sterk negatieve maatregel voor werknemers afweert, terwijl de kern van het automatische indexeringssysteem behouden blijft. Het beperkt het verlies van koopkracht, garandeert meer stabiliteit en beschermt de meest kwetsbare gezinnen. Het akkoord voorkomt ook overwogen scenario’s die nog nadeliger waren, zoals een diepgaandere aanpassing van het indexeringssysteem en de barema’s.
📉 Gratis rekentool centenindex
Word je getroffen door de centenindex? Met onze handige tool bereken je snel hoeveel jij verliest!
Wat is de index en hoe werkt dit mechanisme?
-
Hoe wordt de index berekend?
De index wordt bepaald op basis van 3 elementen:
- Indexkorf. Deze korf bevat ongeveer 500 producten en diensten. Op basis van de prijzen van deze producten meet men in welke mate de kosten van en voor levensonderhoud (de levensduurte) stijgt. Men herziet elke 2 jaar de producten en diensten in de korf. Het koopgedrag van de bevolking bepaalt de inhoud van de korf. De index meet dus de evolutie van de prijzen van de producten en diensten die Belgische gezinnen kopen.
- Gezondheidsindex. In de jaren 1990 werden tabak, alcoholische dranken, benzine en diesel uit de indexkorf gehaald. Sindsdien spreekt men van de gezondheidsindex.
- Loonaanpassing. De aanpassing van de lonen aan de index wordt berekend op basis van het gemiddelde van de gezondheidsindex tijdens een periode van 4 maanden. De loonontwikkeling volgt dus met enige vertraging de stijging van de levensduurte. Men spreekt dan van loonindexering. De loonaanpassingen zijn op die manier gespreid in de tijd.
- Indexkorf. Deze korf bevat ongeveer 500 producten en diensten. Op basis van de prijzen van deze producten meet men in welke mate de kosten van en voor levensonderhoud (de levensduurte) stijgt. Men herziet elke 2 jaar de producten en diensten in de korf. Het koopgedrag van de bevolking bepaalt de inhoud van de korf. De index meet dus de evolutie van de prijzen van de producten en diensten die Belgische gezinnen kopen.
-
Is de index hetzelfde voor iedereen?
Geregeld via cao
De automatische aanpassing van de lonen aan de index is niet bij wet maar sectorale cao's geregeld Daarom wordt de indexering niet voor iedereen op hetzelfde moment doorgevoerd.
In sommige sectoren worden de lonen op vaste tijden aangepast aan de index. Dat verschilt van sector tot sector.
Uitzonderingen: sociale uitkeringen en lonen overheidssector
Uitzonderingen zijn sociale uitkeringen en de lonen in de overheidssectoren. Deze aanpassingen zijn bij wet geregeld.
In de openbare sector is de indexering van de ambtenarenlonen wettelijk geregeld. De administratie moet de regeling toepassen. Als de gezondheidsindex een bepaald niveau overschrijdt, dan zegt men dat ‘de spilindex overschreden is’ en worden de lonen aangepast. Dat gebeurt in de openbare sector automatisch:
- 1 maand na overschrijding van de spilindex voor de pensioenen en de sociale uitkeringen, bv. het gewaarborgde gemiddelde minimumloon
- 2 maanden na overschrijding van de spilindex voor de wedden en de lonen
-
Hoe zit het met de loonindexering voor overheids- en onderwijspersoneel?
In de openbare sector is de indexering van de ambtenarenlonen wettelijk geregeld. De administratie moet de regeling toepassen. Als de gezondheidsindex een bepaald niveau overschrijdt, dan zegt men dat ‘de spilindex overschreden is’ en worden de lonen aangepast. Dat gebeurt in de openbare sector automatisch:
- 1 maand na overschrijding van de spilindex voor de pensioenen en de sociale uitkeringen, bijvoorbeeld. het gewaarborgde gemiddelde minimumloon
- 2 maanden na overschrijding van de spilindex voor de wedden en de lonen
Hetzelfde geldt voor onderwijspersoneel. Werk je in het onderwijs en heb je vragen? Neem dan contact op met je centrale:
- www.cov.be - als je werkt in het vrij of officieel gesubsidieerd basisonderwijs
- www.coc.be - als je werkt in een van de andere sectoren
-
Wat is een indexsprong?
Soms beslist de regering dat er een indexsprong moet plaatsvinden. De manier waarop kan
Dan wordt de automatische loonindexering tijdelijk stopgezet en worden één of meerdere indexeringen overgeslagen.
indexbevriezing stopt de automatische loonstijging voor een periode. In de publieke sector en sociale voorzieningen wordt dan een indexoverslag gedaan. In andere sectoren wordt 2% van de geplande loonstijging ingehouden.
**Zijn er nog andere manieren om indexering te beperken?**Ja, bijvoorbeeld door de btw op energie te verlagen van 21% naar 6%. De overheid betaalt dan die rekening, maar doordat de prijzen minder snel stijgen, gaat de indexering ook trager.
**Wie profiteert daarvan?**Vaak houden bedrijven zo meer geld over, omdat zij minder moeten uitbetalen. Voor jou als werknemer kan het meevallen of tegenvallen: wie veel aan energie besteedt, wint soms. Besteed je weinig aan energie, dan loop je juist geld mis.
**Wat zijn de gevolgen voor je loon, uitkering of pensioen?**Bij een indexbevriezing ontvang je minder dan je normaal zou krijgen. Dit heeft niet alleen nu, maar ook later gevolgen: toekomstige loonstijgingen en uitkeringen zijn lager, omdat ze berekend worden op basis van je huidige, lagere loon. Ook je pensioen bouw je zo minder snel op. Hoe jonger je bent bij zo’n indexbevriezing, hoe meer inkomen je op termijn misloopt.
Index factcheck!
Een discussie over de index leidt vaak tot enkele sterke oneliners. Ze klinken goed, tot je er even over nadenkt. Om je te wapenen tegen het arsenaal dat tegenstanders van de index op ons afvuren, hebben we enkele van deze dooddoeners opgelijst. We leggen je ook uit waarom ze niet kloppen.
-
Een index in centen in plaats van procenten is eerlijker
Neen, klopt niet!
Net zoals de inflatie wordt de automatische loonindexering uitgedrukt in procenten en niet in euro’s. Zou het dan niet socialer zijn om de indexering in centen toe te kennen, en niet in procenten? Iemand die 1.000 euro verdient en een indexering van 10% krijgt, zal immers maar 1.100 euro overhouden, terwijl iemand met een loon van 5.000 euro dan maar liefst 500 euro extra krijgt.
Maar in werkelijkheid is er niets sociaal aan een indexering in centen in plaats van procenten.
- In de eerste plaats wordt niemand rijker van een indexering. Het corrigeert enkel – met enige vertraging afhankelijk van je paritair comité – het koopkrachtverlies door de stijgende prijzen en beschermt zo zowel hogere als lagere inkomens tegen verarming.
- Ook de stelling dat een index in centen een herverdeling van rijkdom is, omdat de lagere inkomens daarbij een relatievere koopkrachtcorrectie krijgen dan rijkere, is een kromme redenering. Er wordt niets herverdeeld, de lagere lonen behouden in het beste geval hun koopkracht, maar winnen niets. De enigen die winnen, zijn de werkgevers en de aandeelhouders die een hogere winstmarge zien omdat ze werknemers met hogere lonen niet of minder moeten bijpassen.
- De verliezer is – naast de hogere inkomens – de overheid en de sociale zekerheid. Zij zien minder bijdragen binnenkomen. Hiervan zijn alle werknemers en mensen die genieten van een vervangingsinkomen de dupe, want de druk om te besparen op de sociale zekerheid zou toenemen.
- In de eerste plaats wordt niemand rijker van een indexering. Het corrigeert enkel – met enige vertraging afhankelijk van je paritair comité – het koopkrachtverlies door de stijgende prijzen en beschermt zo zowel hogere als lagere inkomens tegen verarming.
-
We worden rijker van de index
Neen, klopt niet!
Om te beginnen: een indexering levert niemand iets op. Het beschermt ons enkel tegen verarming.
En die bescherming is dan nog niet volledig, omdat de indexering gebeurt op basis van de gezondheidsindex én er nog tal van vertragingseffecten zijn, in de ene sector al meer dan in de andere.
-
De index moet bepaald worden op het mediaanloon
Neen, dat is geen goed idee.
Soms wordt voorgesteld om de indexering toe te passen op het mediaanloon in ons land, en dit bedrag dan uit te keren aan alle werknemers die er recht op hebben.
Deze formule werkt inderdaad herverdelend werkt van hoge naar lage lonen. Maar er zijn 2 belangrijke bezwaren:
- Hier zou een belangrijke herverdeling van arbeid naar kapitaal in zitten. Boven het mediaanloon zitten er weliswaar evenveel werknemers als onder het mediaanloon, maar omdat hun loon hoger ligt, zit er veel meer loonmassa boven de mediaan dan eronder.
- Daarnaast zou dit in veel sectoren onbetaalbaar zijn. Doorgaans zijn het niet de werkgevers die hoge lonen betalen die het meeste afzien van de indexering, maar eerder de sectoren van de lage lonen. Het gaat vaak om arbeidsintensieve sectoren. Die hebben het sowieso al moeilijk om die lage lonen te betalen. Hen opzadelen met een extra indexering, zal dus snel op economische bezwaren stoten.
- Hier zou een belangrijke herverdeling van arbeid naar kapitaal in zitten. Boven het mediaanloon zitten er weliswaar evenveel werknemers als onder het mediaanloon, maar omdat hun loon hoger ligt, zit er veel meer loonmassa boven de mediaan dan eronder.
-
Geen loonnormwet, dan ook geen automatische indexering meer
Klopt niet!
We strijden nu al even tegen de loonnormwet uit 1996. De Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) veroordeelde België reeds door te stellen dat die wet in strijd is met het fundamentele recht van werkenden op vrije loononderhandelingen.
Daartegen hebben de werkgevers weinig verweer, dus gooien ze het over een andere boeg. “Loonnormwet weg, dan ook geen automatische indexering meer”, klinkt het dan. Volgens de werkgevers garandeert de loonnormwet immers de indexering van de lonen, én is dat dus ook een wettelijke ingreep in de vrijheid van onderhandelingen.
Maar daar slaan de werkgevers de bal grondig mis: de indexering in de privésector wordt helemaal niet door een wet gegarandeerd, maar is het resultaat van cao’s die afgesloten werden in sectoren en bedrijven.
Net daarom heeft een deel van de werknemers in ons land geen recht op een automatische indexering van hun loon, omdat er in hun sector of bedrijf geen cao is, of omdat ze er van werden uitgesloten, of omdat de cao enkel een indexering voorziet van de sectorale minima. Al die cao’s kwamen tot stand door vrije onderhandelingen, zonder dat er een wettelijke ingreep aan te pas kwam.
Werknemers zonder automatische indexering – of met slechts een gedeeltelijke – kunnen zich helemaal niet beroepen op de loonnormwet om een volledige indexering te krijgen van hun werknemer.
Het enige wat de loonnormwet doet, is de wettelijke ingreep in de vrijheid van onderhandelingen enigszins milderen door te bepalen dat de wet door de regering of de werkgevers niet mag misbruikt worden om de eerder onderhandelde cao’s niet uit te voeren. Inclusief de indexerings-cao’s. Dat is geen ingreep in het recht op collectief onderhandelen, wel integendeel: het is een beperking van het recht voor regeringen om in te grijpen in eerder onderhandelde cao’s.
Lees verder over de loonnormwet.
-
Een netto-indexering is even goed voor de werknemer
Fout!
De werkgeversorganisaties ijveren meer en meer voor een netto-indexering, met als framing dat de werknemer evenveel zou overhouden.
Maar dat klopt sowieso al niet, omdat er voor de netto verhogingen geen opbouw is van sociale rechten. Maar waar er vooral makkelijk aan voorbijgegaan wordt: dit zou een enorme aderlating voor de sociale zekerheid én collectieve diensten betekenen, waarvan de werknemers sowieso ook de dupe worden.
Het ACV berekende dat een netto-indexering maar liefst 9,92 miljard euro (!) zou kosten aan de sociale zekerheid en de diverse overheden mochten we in 2022 en 2023 een netto-indexering hebben (gehad).
-
Onze inflatie ligt hoog door onze hoge lonen
Fout!
De loon-prijsspiraal is nog zo’n argument dat vaak wordt bovengehaald als kritiek op de index. Kort uitgelegd: de gestegen loonkosten worden doorgerekend in de prijzen, waardoor er hogere looneisen volgen omdat de prijzen gestegen zijn. Maar dat is niet het geval de laatste decennia.
Statbel, het Belgische statistiekbureau, berekende dat de inflatie vooral te wijten is aan de hogere energiekosten én de stijgende voedselprijzen, en dus niet het gevolg is van een loon-prijsspiraal. Komt daar nog eens bij dat bijna de helft van de werknemers (40%) pas in januari werd geïndexeerd, en dat de inflatie dus geen gevolg kon zijn van iets wat nog niet had plaatsgevonden.
Sterker nog: de prijsverhogingen om de (hoge) winstmarges op peil te houden wegen sterker door dan de loonkosten.
Vragen over je werk of inkomen?
Blijf er niet mee zitten. Je kan als lid altijd terecht bij het ACV!
💡 Veel van de regels hangen af van de sector waarin je werkt. Kies daarom nu je sector om meteen informatie op maat te krijgen.
PC 221 - Papierproductie
Halfjaarlijkse indexering (januari en juli) berekend op het afgevlakte gezondheidsindexcijfer van december en juni.
