In de aanloop naar de treinstaking van 26 tot 30 januari, die naast de recent aangekondigde aanval op het personeelsstatuut ook de nadelige pensioenmaatregelen nog eens onder de aandacht moet brengen, vind je hieronder een laatste update over de onderhandelingen rond de pensioenhervorming. Het goede nieuws is dat die hervorming intussen op een aantal punten is bijgesteld, maar daartegenover staat dat de globale visie van de Arizona-regering gericht blijft op besparingen op de rug van de openbare diensten.
Een eerste aanpassing betreft de vroegst mogelijke pensioendatum voor rijdend personeel. De initiële maatregel om de pensioenleeftijd elk jaar met een jaar op te trekken kwam neer op een soort wortel die werd voorgehouden en telkens opschoof, maar op onze vraag blijft dan toch de mogelijkheid bestaan om na dertig dienstjaren bij het spoor met vervroegd pensioen te gaan. Dit weliswaar mits inachtneming van een wachttijd. Die bedraagt één jaar voor wie normaliter in 2027 zou vertrekken, twee jaar voor wie in 2028 met pensioen zou gaan, enzovoort – tot maximum elf jaar voor wie pas in 2037 aan de beurt zou zijn.
ACV-Transcom kon ook bekomen dat de refertewedde voor depensioenberekening van iedereen die geboren is tussen 1962 en 1970 behouden blijft. In hetzelfde verband wordt bovendien de vrijstelling van acht jaar veralgemeend. Concreet betekent dit bijvoorbeeld dat de referteperiode voor iemand die in 1978 is geboren 13 – in plaats van 21 – jaar bedraagt. En terwijl de pensioenberekening van statutairen initieel al vanaf het geboortejaar 1997 op basis van een loopbaan van 45 jaar zou gebeuren, is dat uiteindelijk pas voor statutairen die na 2004 geboren zijn het geval. Bovendien wordt de referteperiode op vraag van ACV-Transcom niet onmiddellijk gelijkgeschakeld met die van de andere ambtenaren. In plaats van tot 2032 jaarlijks twee jaar toe te voegen, zal er vanaf 2030 om de vijf jaar één jaar bijkomen – een meer geleidelijke overgang. |
|