Persbericht
21-4-2026
Gemeenschapsinstellingen voeren actie: personeel eist duidelijkheid
Morgen, woensdag 22 april, legt een deel van de gemeenschapsinstellingen het werk neer. De overdracht van het onderwijzende personeel binnen de instellingen sleept niet alleen al heel lang aan, maar zorgt ook voor heel veel onzekerheid onder het personeel. Zij eisen dringend duidelijkheid.
Gemeenschapsinstellingen zijn gesloten jeugdinstellingen die intensieve residentiële jeugdhulp bieden aan jongeren tussen 12 en 18 jaar die door een jeugdrechter verplicht geplaatst zijn. De instellingen richten zich op beveiliging, pedagogische begeleiding, time-outs, en onderwijs om jongeren te heroriënteren. Vanaf september 2026 valt het onderwijzend personeel binnen de gemeenschapsinstellingen niet langer onder justitie, maar wel onder onderwijs. Hierdoor wordt een deel van de personeelsleden overgedragen naar het GO! onderwijs.
Het dossier rond de overgang sleept al jaren aan. Nu in de eindfase duiken er heel wat problemen op. Inschalingen die verkeerd gebeuren, verlofstelsel die niet op elkaar zijn afgesteld, afsprakenkaders die nog niet rond zijn, …
In een ultieme poging om dit dossier nog recht te trekken was er vanochtend, dinsdag 21 april een overleg tussen vakbond en het kabinet.
Tijl Reusen is secretaris bij ACV Openbare Diensten: “Deze transitie zou in principe vrij probleemloos moeten kunnen verlopen. De enige voorwaarden zijn natuurlijk dat het personeel respectvol wordt behandeld en dat niemand erop achteruitgaat. We hebben duidelijk gecommuniceerd over onze verwachtingen, maar het kabinet slaagt er niet in om de vele bezorgdheden van het personeel weg nemen. De getroffen personeelsleden willen nu eindelijk de zekerheid die ze verdienen.”
ACV Openbare Diensten hoopt dat er heel snel duidelijkheid komt over de toekomstige situatie van de personeelsleden.
“Wij starten nu met een actiedag en zullen nadien personeelsvergaderingen organiseren om te kijken welke toekomstige acties er nog zullen volgen. Niemand mag erop achteruitgaan gewoon omdat de overheid vindt dat een personeelslid door een ander “potje” betaald moet worden,” besluit Tijl Reusen.

