Het laatste jaar van de ambtenaar?
Traditiegetrouw volgt op het feestgedruis en de vele nieuwjaardrinks enige soberheid. Voor ambtenaren volgt echter een ware ontnuchtering: de begrotingen zijn snoeihard voor openbare diensten. En dat betekent dat ook de burger dit zal voelen. Deze regering haalt duidelijk het grof geschut boven om die ‘verdomde, geldverslindende ambtenaar samen met die logge, veel te omvangrijke overheid’ uit te roeien.
Een eerste aanval: de pensioenhervorming
Een eerste aanval zit in de pensioenhervorming. Ambtenaren betalen daar het gros van omdat ze zogenaamd te hoge pensioenen hebben. Voor het ‘gemak’ vergeet men daar wel bij te vermelden dat deze regering zelf aangeeft voorstander te zijn van een sterke eerste pijler: precies wat het ambtenarenpensioen vandaag nog te bieden heeft. Intussentijd zal maar weinig ambtenaar kunnen rentenieren met zijn of haar pensioen en worden fundamenten van een degelijk pensioen genadeloos onderuit gehaald.
Het centenindex-gedrocht als artillerie
De centenindex zal voor het personeel binnen de overheid extra zwaar wegen en blijvende gevolgen kennen. Anders dan in de private sector bestaat het grootste deel van hun verloning uit een bruto baremaloon. Of met andere woorden: ze kunnen niet onderhandelen over hun salarispakket.
De ‘grootverdieners’ in de openbare sector zullen bovendien al snel ontdekken dat deze centenindex in de praktijk neer komt op een definitieve verlaging van de loonschalen, verpakt als een technische en tijdelijke maatregel.
Besparingen en 38% werkgeversbijdrage: het nekschot
Ook deze regeringen kloppen zich trots op de borst als ze opnieuw de streep trekken door de rekening van het overheidsapparaat. Op Vlaams niveau wordt het vizier steevast op VDAB en de Lijn gericht, waar respectievelijk nog eens 80 miljoen en 35,5 miljoen bespaard wordt. Bovenop de al geplande besparingen. Federaal zal men selectief vervangen à rato van 2 op 5 tot de ondoordachte besparingsdoelstellingen worden bereikt. Statutaire werving wordt ‘ontmoedigd’, (lees: onmogelijk gemaakt), door de werkgeversbijdrage op te trekken tot 38%. Het laatste jaar van de ambtenaar lijkt dus aangebroken.
Op lokaal niveau vangt men intussen de klappen op van het federaal wanbeleid. Denk maar aan de gevolgen van de beperking van de werkloosheid in tijd. Uitbestedingen en privatiseringen duiken er voortdurend de kop op. Ondanks meerdere bewijzen dat die uitbestedingen en privatiseringen geen enkele meerwaarde betekenen en al helemaal geen besparing!
Flexijobs als sluipend gif
Ondertussen zal de overheid gedepanneerd worden door de deur naar flexijobs wijd open te zetten. Vooral gepensioneerden zijn meer dan welkom om de gaten goedkoop op te komen vullen. En ja, iedereen mag gerust een centje bijverdienen, maar als burger rekenen we toch ook vooral op beleid dat voorziet in degelijke tewerkstelling en kwaliteitsvolle dienstverlening? En wie eindelijk met pensioen is, mag voor ons part ook rekenen op welverdiende rust met een degelijk pensioen.
Aantrekkelijke werkgever!?
Tot zover de overheid als aantrekkelijke werkgever. Nu al leert een bevraging onder overheidspersoneel ons dat maar liefst 60% denkt de job niet te kunnen volhouden tot hun pensioen, dat meer dan de helft aangeeft uit te kijken naar een andere job en dat 70% hiervan tussen de 25 en de 45 jaar is.
U zult betalen!
De gevolgen van hardvochtige regelgeving in combinatie met een ontspierde overheid zijn nu al overduidelijk. Kijk maar naar de personeelstekorten, de afwezigheidscijfers door stressgerelateerde klachten en de dagelijkse agressiegevallen tegen dienst- en hulpverleners.
Maar toch blijft het beleid het licht van de zon ontkennen. Spuug- en plakwerk in beleid als meer beveiliging, nog meer bestraffen en hervormen zullen hier geen soelaas brengen. Enkel mensen, middelen en een menselijk, rechtvaardig en evenwichtig beleid kunnen dat.
Er zullen weer tal van meningen en debatten de kop op steken. Er zullen weer geanimeerde debatten gevoerd worden in het theater dat wij parlement noemen.
En we voorspellen het nu al, de geijkte riedeltjes van te veel, te duur en te log zullen weer de kop opsteken, maar de slotsom blijft: u en ik zullen betalen. Minder en duurdere dienstverlening, minder ondersteuning voor mensen die het moeilijk hebben en geen perspectief voor jongeren. We zullen ooit nog met weemoed terugkijken op die ambtenaar die ons , mogelijks inderdaad met een klein ambtenarees accentje, op weg hielp wanneer we het nodig hadden…

