Huidige maatregelen verlengd tot krokusvakantie

Minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) heeft op zaterdag 2 januari 2021 besloten om de coronamaatregelen die in onderwijs al van toepassing waren niet te versoepelen tot aan de krokusvakantie. Daarenboven mogen leerlingen en personeelsleden die terugkeren van vakantie in een rode zone de onderwijsinstellingen niet betreden.

Bestaande maatregelen blijven voorlopig van kracht tot krokusvakantie

De preventieve maatregelen die de onderwijsinstellingen toepassen, blijken volgens de wetenschappers erg effectief te zijn. Het is dus uiterst belangrijk om die strikt te blijven naleven: draag een mondmasker, houd voldoende afstand en ventileer en verlucht binnenruimtes, zoals klaslokalen, refters, lerarenkamers ... Probeer de contacten met je collega’s op school (lunch, pauze, lerarenkamer ...) zo veilig mogelijk te houden. En alle vergaderingen en oudercontacten moeten uiteraard nog altijd digitaal plaatsvinden.

Wanneer uit de lokale risicoanalyse zou blijken dat strengere maatregelen nodig zijn, moeten die ook genomen worden. Zo kan er bijvoorbeeld lokaal toch beslist worden om in de derde graad van het basisonderwijs de leerlingen te verplichten om een mondmasker te dragen.

Ook de regels rond de organisatie van extra-murosactiviteiten blijven van kracht. Dat betekent dat de extra-murosactiviteiten opgeschort blijven (zowel de één- als de meerdaagse uitstappen). Uitzonderingen hierop zijn enkel de observatieactiviteiten en praktijklessen op verplaatsing in functie van de opleiding secundair onderwijs en activiteiten waarvan de risicoanalyse uitwijst dat ze veiliger kunnen plaatsvinden buiten het schooldomein dan in de eigen klaslokalen en waarbij je geen openbaar vervoer gebruikt. Op het volgende coronaoverleg voor onderwijs zal beslist worden wat de regels zijn voor de periode na de krokusvakantie tot de paasvakantie. De experts verwachten echter dat het ook dan weinig waarschijnlijk zal zijn dat één- of meerdaagse uitstappen kunnen plaatsvinden.

Ondertussen wordt ook aan een plan B gewerkt, voor het geval de cijfers opnieuw stijgen. Dat plan komt er niet alleen voor onderwijs, maar voor de maatschappij in het algemeen.

Kerstvakantie en terugkeer uit rode zone

Het Nationaal Overlegcomité heeft op woensdag 30 december 2020 beslist om de reisregels aan te scherpen om te vermijden dat reizigers besmettingen vanuit het buitenland zouden invoeren. Het Overlegcomité wil zo de mogelijke verspreiding van (nieuwe varianten van) het virus tegengaan. Reizigers die terugkeren uit een rode zone worden beschouwd als een hoogrisicocontact. Ze moeten zich dan ook onmiddellijk na hun terugkeer laten testen en zeven dagen na hun aankomst moeten ze een tweede test ondergaan. In afwachting van het resultaat van de tweede test gaan ze in quarantaine. Pas na een negatief resultaat van de tweede test stopt de quarantaine. Ook wie een test weigert, is verplicht in quarantaine te gaan.

De onderwijsinstelling moet de leerlingen of personeelsleden die in dat geval zijn tijdens deze verplichte quarantaineperiode de toegang tot de school, het centrum of de instelling ontzeggen. Het zou namelijk een te groot gezondheidsrisico zijn voor de andere leerlingen en personeelsleden om deze leerlingen of personeelsleden toe te laten. Voor leerlingen in quarantaine die niet ziek zijn, kan de onderwijsinstelling afstandsonderwijs organiseren, maar dat is niet verplicht. De onderwijsinstelling bepaalt zelf hoe ze dat doet, na overleg in het bevoegde lokaal onderhandelingscomité.

Sneltesten op school vanaf 4 januari 2021

Coronasneltesten moeten ervoor zorgen dat scholen veilig open kunnen blijven. Half december startten pilootprojecten met sneltesten voor leerlingen en personeelsleden die een hoogrisicocontact hadden met een besmet persoon op school. 

De sneltesten worden nu verder uitgerold over heel Vlaanderen. Ze bieden de mogelijkheid om de situatie in scholen op de voet te volgen en te garanderen dat het veilig is om naar school te gaan. Via sneltesten worden mogelijke clusters sneller opgespoord, krijgt men een beter zicht op mogelijke superverspreiders en kunnen sneller de nodige maatregelen genomen worden om besmettingen in te dijken. De doelgroepen zijn de leerlingen van het lager en secundair onderwijs en de personeelsleden van het basisonderwijs, secundair onderwijs en de onderwijsinternaten (inclusief de IPO’s) die een hoogrisicocontact hadden op basis van het contactonderzoek van het CLB. Daarnaast worden ook de laagrisicocontacten getest bij een vermoeden van een cluster.

De test die gebruikt wordt, is de ‘Nal von mindentest’. Het is de bedoeling om de test binnen de 24 uur na het CLB-contactonderzoek en de vaststelling van het hoogrisicocontact af te nemen en ten laatste op dag vier na het laatste hoogrisicocontact. De test is redelijk comfortabel, omdat de afname gebeurt via een wisser in de keel en een wisser twee centimeter diep in de neus. De betrokken CLB’s zullen de onderwijsinstellingen contacteren waar er zich problematische situaties voordoen en de leerlingen en personeelsleden uitnodigen om een sneltest te laten afnemen. Noch leerlingen, noch personeelsleden kunnen verplicht worden tot zo’n test. Wie weigert, zal echter beschouwd worden als ‘positief’ en verplicht in quarantaine moeten gaan.

Secretaris-generaal Koen Van Kerkhoven had het bij Radio 1 en Joe over de heropstart van het onderwijs:

 


 


 

Personalization