Werknemers onvoldoende beschermd tegen arbeidsongevallen
Werknemers onvoldoende beschermd tegen arbeidsongevallen
Auteur: Kris Van Eyck
Februari 2026
De voorbije decennia is het aantal arbeidsongevallen in ons land aanzienlijk gedaald. Waar in 1985 nog ongeveer 270.000 arbeidsongevallen in de privésector werden gemeld, waren dat er in 2024 nog 148.000. Maar achter die daling schuilt een verontrustende tendens die dringend politieke aandacht vraagt: het aandeel geweigerde aangiftes stijgt al jaren en bereikte in 2024 een historisch hoogtepunt.
Terwijl in 1985 slechts 2,2% van de aangiftes van arbeidsongevallen werd geweigerd door de verzekeraars, liep dat op tot 17,1% in 2024. Dat betekent dat mogelijks meer dan 25.000 werknemers per jaar niet vergoed worden voor hun arbeidsongeval. Bovendien treft deze evolutie niet alle werknemers even hard. 17,1% weigeringen is een gemiddelde voor alle verzekeraars. Eén verzekeraar weigert bijna 20% van alle ongevallen op de arbeidsplaats.Voor de arbeidswegongevallen zijn de cijfers nog slechter, gemiddeld 20% aan weigeringen met uitschieters tot 35% voor een bepaalde verzekeraar. Dat niet alle werknemers even goed beschermd zijn, blijkt bijvoorbeeld ook uit de statistieken voor uitzendkrachten. In 2023 werd gemiddeld 23% van hun arbeidsongevallen geweigerd en maar liefst 38% (!) van hun arbeidswegongevallen. Dezelfde problemen verwachten we bij jobstudenten en flexi-jobbers. Het is dus absoluut nodig dat we cijfers krijgen over het aantal arbeidsongevallen en de door de verzekeraar geweigerde ongevallen van deze werknemers. Sommige werknemers vallen sowieso buiten de boot. Schijnzelfstandigheid, vaak ook gekoppeld aan detachering, zorgt voor menselijke drama’s. Getuige hiervan zijn een aantal ernstige arbeidsongevallen met buitenlandse werknemers. Of de platformwerkers, waarvoor de minister van Werk bij KB de inwerkingtreding van de arbeidsongevallenverzekering nu met twee jaar uitstelt.
Hoewel de wettelijke definitie van een arbeidsongeval helder is, leidt de te strikte toepassing ervan in de praktijk tot het groot aantal weigeringen:
- Geen bewijs van de feiten door onder andere gebrek aan getuigen: 25% van de weigeringen.
- Gebrek aan medewerking van het slachtoffer door bijvoorbeeld niet antwoorden op een brief van de verzekeraar: 23% van de weigeringen.
- Geen bewijs van letsel door ontbreken van een medisch attest: 18% van de weigeringen.
Te veel werknemers blijven zo zonder enige vorm van vergoeding achter na een arbeidsongeval. De kost van geweigerde arbeidsongevallen ligt nu bij het slachtoffer en de maatschappij en niet bij de verzekeraars. Dit is een duidelijk alarmsignaal. De arbeidsongevallenwetgeving is bedoeld om slachtoffers te beschermen en te vergoeden. Vandaag lijkt die doelstelling niet langer gerealiseerd te worden. We bereiken een punt waarop de wetgeving en de controlemechanismen niet meer aangepast zijn aan de realiteit op het terrein.
Daarom vraagt het ACV om het beleid dringend te herbekijken en bij te sturen. De controle op de verzekeraars moet verder opgevoerd worden. Het ACV bekwam recent dat Fedris, het Federaal Agentschap voor beroepsrisico’s, alle geweigerde ernstige arbeidsongevallen zou controleren. Door opgelegde besparingen van de federale regering dreigt deze opdracht geschrapt te worden. Ook moeten de complexe procedures herbekeken en zo nodig hertekend worden, specifiek met oog voor de meest kwetsbare werknemersgroepen. Het slachtoffers of de rechthebbende moet onmiddellijk een kopie van de aangifte ontvangen zodanig dat ze kunnen corrigeren en de nodige bijstand vragen.
