Welke plaats geeft deze regering aan het sociaal overleg?
Welke plaats geeft deze regering aan het sociaal overleg?
Auteur: Benoît Dassy
Maart 2026
Eindelijk witte rook uit Brussel! Op vele plekken in haar regeerakkoord blijft de nieuwe regering echter schimmig. Bovendien pakt ze uit met onrustwekkende budgettaire ambities. De geplande besparingen, onder meer via een hervorming van de overheidsdiensten, lijken erg optimistisch. Tegelijk staan ze soms op gespannen voet met de goede intenties die in de regeringsverklaring worden uitgesproken. Minder middelen leiden immers zelden tot een betere dienstverlening aan burgers, of die nu door de overheid of door de non-profitsector wordt georganiseerd.
Deze regering is ook de enige waarbij de minister-president niet aan de onderhandelingen deelnam. Dat doet vermoeden dat er nog veel discussie komt over de uitvoering van het akkoord. We hopen dat die de problemen voor werknemers en burgers als gevolg van de vermindering van de regionale middelen niet verder verergeren.
Daarnaast rijst de vraag welke sociaaleconomische strategie deze regering voor ogen heeft. De tijd tot de volgende verkiezingen is beperkt en de uitdagingen zijn groot, zeker voor werknemers die worden getroffen door de Arizonamaatregelen. De sociale partners zijn alvast gestart met overleg over hoe ze met deze nieuwe situatie kunnen omgaan. Het blijft echter afwachten hoe de huidige regering zich daarin zal opstellen.
Deze kersverse regering moet nu snel handelen en staat daarom voor een strategische tweespalt om haar beleid concreet te maken: als een bulldozer beslissingen doordrukken of bedachtzaam samenwerken met representatieve actoren die kunnen bijdragen aan een doeltreffende uitvoering. Maatregelen werken immers niet automatisch beter omdat ze snel op papier worden gezet. De realiteit op het terrein moet worden meegenomen en de betrokken werknemers moeten zich gerespecteerd voelen. Gebeurt dat niet, dan botsen plannen al snel op de praktijk: op blinde vlekken, improvisatie, weerstand en soms zelfs contraproductieve effecten.
Gelukkig heeft Brussel een sterke traditie van sociaal overleg, zowel tussen de sociale partners onderling als met de Brusselse regering. Die traditie kreeg onder meer vorm in het proces van de ‘gedeelde prioriteiten’. Daarbij engageren bevoegde ministers zich om de sociale partners al vóór het opstellen van een tekst te raadplegen, zodat beleidskeuzes tijdig kunnen worden bijgestuurd en een zo breed mogelijk draagvlak kan ontstaan. Dat verhoogt vaak de kans op een succesvolle uitvoering. Bovendien zijn de sociale partners betrokken bij het beheer van instellingen die in de frontlinie van deze uitdagingen staan, zoals Actiris en Bruxelles Formation.
Normaal worden die gedeelde prioriteiten vastgelegd in overleg tussen de gewestregering en de vertegenwoordigers van de sociaaleconomische wereld, tijdens een sociale top. Opmerkelijk genoeg wordt hierover in de regeringsverklaring met geen woord gerept. Welke plaats zal deze regering geven aan het sociaal overleg? Zal het pakket gedeelde prioriteiten al bij het begin van de legislatuur worden vastgelegd? En hoe ambitieus zal dat pakket zijn?
Voorlopig blijven antwoorden op deze vragen uit. Toch zou de onduidelijkheid over de sociaaleconomische strategie voor Brussel snel moeten worden weggewerkt. Verschillende belangrijke dossiers, zoals de hervorming van de werkgelegenheidssteun, geraken immers maar moeilijk uit het slop zonder de steun van de sociale partners.
