Vrijheid van vereniging wordt bedreigd
Vrijheid van vereniging wordt bedreigd
Auteur: Alexis Fellahi
November 2025
Minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin heeft een voorstel op tafel gelegd rond de versnelde administratieve ontbinding van verenigingen. Dit dreigt een zorgwekkende inbreuk te vormen op de vrijheid van vereniging, die nochtans beschermd wordt door de Grondwet.
In de tekst staan onder meer voorstellen die de uitvoerende macht de mogelijkheid zou geven om verenigingen te ontbinden, te verbieden of zelfs hun activa te bevriezen zonder tussenkomst van justitie. Dit in naam van de ‘nationale veiligheid’, ‘democratische orde’ of zelfs ‘het voorkomen van radicalisme’.
De coalitie ‘Recht op Protest’, waarvan het ACV lid is, en het Federaal Instituut voor de bescherming en de bevordering van de Rechten van de Mens (FIRM) sloegen reeds alarm. Het FIRM beschouwt de voorgestelde maatregelen als “aanzienlijke inmenging in de vrijheid van vereniging en de vrijheid van meningsuiting”. Hoewel niet alle inmenging verboden is, moet deze voldoen aan enkele criteria zoals legaliteit, legitimiteit en proportionaliteit. Het FIRM is van mening dat het wetsontwerp ernstige vragen oproept op het gebied van legaliteit én proportionaliteit.
De termen die in het wetsontwerp worden gebruikt, zijn uiterst vaag en missen een duidelijke rechtsgrondslag. De doelstellingen zelf verwijzen naar termen die niet gedefinieerd zijn en niet in de wet voorkomen, zoals ‘radicalisme’ en ‘misbruik’. Deze vage concepten laten ruimte voor een te ruime interpretatie door degenen die de wet uitvoeren.
Het wetsontwerp heeft wel voor ogen om een aantal organisaties uit te sluiten, zoals erkende politieke partijen, erkende vakbonden én erkende religieuze groeperingen. Een geruststelling voor ons, zou je denken. Maar ook hier schuilt het probleem dat veel termen vaag zijn. Wat wordt er bijvoorbeeld bedoeld met een erkende politieke partij of een erkende vakbond? Erger nog, het wetsvoorstel bepaalt dat als de regering van mening is dat het doel van de vereniging is afgeweken van haar oorspronkelijke doelstelling, het verbod kan worden toegepast. In zijn huidige vorm riskeert het wetsvoorstel te worden gebruikt om talloze organisaties te treffen en de vrijheid van vereniging in België te beperken.
De minister haalde voorbeelden uit buurlanden aan om zijn wetsvoorstel te verdedigen. In Frankrijk toonde de praktijk echter alle risico’s van dit soort wetgeving aan. De opvallende ontbinding van de milieubeweging “Earth Uprisings”, die vervolgens door de Raad van State werd vernietigd, is een van de meest opvallende voorbeelden van een schending van het internationaal recht en een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting. Ook de recente poging om het collectief “Action Palestine” te ontbinden – ook in Frankrijk – zou ons tot uiterste waakzaamheid moeten aanzetten.
Tel daar nog de internationale context bij, waar veel autoritaire regimes verenigingen en vakbonden verbieden in naam van de veiligheid. Onze autoriteiten zouden dergelijke wet niet moeten aannemen. De ontbinding van een vereniging kan nooit het privilege van een minister mogen zijn, dat is in strijd met het internationaal recht én de mensenrechten. Dit voorstel schendt dan ook een fundamenteel recht: het recht om te protesteren en zich te verenigen. Als we deze schending toestaan, staan we toe dat alle dissidente stemmen monddood kunnen gemaakt worden.
