Renovatiegolf moet gepaard gaan met degelijke arbeidsvoorwaarden
Renovatiegolf moet gepaard gaan met degelijke arbeidsvoorwaarden
Auteur: Stijn Gryp
April 2026
Gebouwen zijn verantwoordelijk voor ongeveer 40 procent van het energiegebruik en daarmee voor 35 procent van de CO₂-uitstoot in Europa. Er zijn nu nieuwe Europese afspraken over het traject naar klimaatneutraliteit hiervan. In België zou slechts één op de twintig woningen momenteel klimaatneutraal zijn. De rest zal de komende 25 jaar dus nog grondig moeten worden aangepakt. In Vlaanderen zou het gaan om ongeveer 3 miljoen energetische renovaties.
Het doel is om tot een volledig energiezuinig en emissievrij Europees gebouwenpark te komen tegen 2050. Het kader is vastgelegd in de nieuwe richtlijn over de energieprestatie van gebouwen (EPBD 4). Alle lidstaten moeten nu beginnen met stapsgewijze invoering van de richtlijn. Deze bevat onder andere nieuwe eisen voor nieuwbouw, verduurzaming van bestaande gebouwen en een verbeterd energielabel. In de praktijk zullen vooral renovaties sneller moeten, met bijzondere aandacht voor de slechtst presterende gebouwen. Uit klimaathoek komt kritiek dat strengere verplichte Europese renovatiebenchmarks werden afgezwakt ten gunste van nationale trajecten. Ook België moet dus een definitief gebouwenrenovatieplan opstellen tegen eind dit jaar. Dat bevat onder andere een overzicht van ons volledig gebouwenbestand, een kalender met nationale doelstellingen per komend decennium en een overzicht van maatregelen, investeringsnoden en financieringsbronnen daarvoor.
De nieuwe EPBD als algemeen beleidskader waar fossielvrije verwarming en koeling steeds belangrijker wordt, is ook volgens het ACV onvermijdbaar. Het plan dat Europa oplegt, zal naast wooncomfort en klimaatdoelstellingen immers ook voor fossiele (prijs)onafhankelijkheid zorgen. De druk van deze nieuwe EPBD-regelgeving brengt echter bij veel gezinnen bijkomende zorgen over de mogelijkheid om dit allemaal ooit te kunnen realiseren en/of betalen.
De SERV en Minaraad adviseerden recent over de noodzakelijke update van het plan, omdat de Belgische beleidshefbomen in gebouwentransitie voornamelijk regionaal zijn. Opschaling via een collectieve en gebiedsgerichte aanpak evenals verzekering van beschikbaarheid en betaalbaarheid voor álle gezinnen, vormden één van hun hoofdboodschappen. Randvoorwaarden om de uitdaging te doen slagen zijn een betere prijsverhouding van elektriciteit ten opzichte van gas; voldoende flankerend en ontzorgend beleid; een belangrijke rol hierbij voor lokale overheden; een sociaal rechtvaardige financiering en ten slotte gerichte communicatie en bewustmaking. Dit laatste is van cruciaal belang voor alle huishoudens. Sowieso zal de noodzakelijke resterende energiebron in het beoogde gebouwenpark elektrisch zijn, en wordt die elektriciteit zo massaal mogelijk lokaal en hernieuwbaar opgewekt.
Zonder voldoende capaciteit in de bouw- en installatiesector blijven deze intenties echter steken in papieren plannen. Er moet veel sterker gekeken worden naar maatregelen aan de aanbodzijde
(toekomstgerichte opleiding, arbeidsmarkt) als naar een zo efficiënt mogelijke vraagzijde. Vakbonden in heel Europa zijn bijkomend bezorgd over de kwaliteit van de arbeid en sociale bescherming in de bouwsector. De renovatiegolf zal uiteraard een stimulans zijn voor een aangroei van werkgelegenheid in de bouw. Dit moet met degelijke arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden en respect voor collectieve akkoorden. Een explosieve groei van de sector geeft verhoogd risico op ongelijke behandeling en zwakkere sociale bescherming.
Dit alles vergt uiteraard bijkomende financiering en inspanningen van alle bevoegde overheden. Als eerste quick win: rol eindelijk een ambitieus Belgisch sociaal klimaatplan uit! Het Europees sociaal klimaatfonds dat daarbij hoort, moet een turbo zetten op (collectieve) energetische transitie- en besparingsondersteuning. Daarnaast moet er uiteraard aandacht blijven voor directe compensatie voor huishoudens die in hun woonsituatie langer afhankelijk zullen blijven van de grillen van de fossiele energiemarkten.
