Opleidingen zijn geen administratieve overlast
Opleidingen zijn geen administratieve overlast
Auteur: Maarten Gerard
Januari 2026
Minister van Werk Clarinval kondigde de afschaffing van de Federal Learning Account (FLA) aan op 10 december, wat tussendoor nog snel in een parlementair amendement werd geregeld. Zonder analyse ten gronde. Groot applaus op sommige banken en bij werkgevers omdat er alweer administratieve overlast zou zijn beperkt. Of de FLA werkelijk zo veel moeite kost voor werkgevers, is hoogst discutabel. Maar nog veel belangrijker, de essentie van het debat wordt vlot genegeerd. Hoe zit het met die opleiding in bedrijven?
In 2022 werd het individueel opleidingsrecht ingevoerd, het recht op een vast aantal opleidingsdagen per jaar. Met enkele tussenstappen heeft intussen zo goed als elke werknemer in een onderneming met minstens 20 werknemers recht op vijf opleidingsdagen per jaar. Goed nieuws, want opleiding is essentieel. Voor werknemers én voor ondernemingen. Opleidingen verhogen de productiviteit, de werkbaarheid en het welbevinden van werknemers. Alledrie zaken waar we in onze economie hard op moeten inzetten, gelet op de uitdaging van een razendsnel wijzigende economie en verhoogde uitval naar ziekte.
Internationale vergelijkingen tonen al jaren dat we als België nochtans zwak scoren op dat front. De Europese Commissie streeft tegen 2030 naar een jaarlijkse opleidingsdeelname van 60% onder volwassenen. Het gemiddelde in België bedroeg 35,5% in 2024. Vooral kortgeschoolden en oudere werknemers blijven ondervertegenwoordigd. Net zij hebben het meest te winnen bij bijscholing, maar krijgen de minste kansen. In een context van technologische evolutie en competentieveroudering is dit een tikkende tijdbom.
Enter het individueel opleidingsrecht, de hefboom die ondernemingen kunnen gebruiken om het vormingsbeleid voor iedereen uit te bouwen. De realiteit blijkt echter weerbarstiger. Uit een ACV-analyse van de sociale balans van 12.091 ondernemingen voor 2024 blijkt dat maar liefst 73,5% niet aan die vijf dagen komt. De mediaan ligt nog net op 2,5 dagen per werknemer, en dan rekenen we nog gul. Zeker gezien we met de sociale balans al sowieso de grotere, meer gestructureerde ondernemingen vatten. De opleidingskost bedraagt gemiddeld 1,2% van de loonmassa, ruim onder de vroegere doelstelling van 1,9%. Ondernemingen met vooral arbeiders scoren beduidend slechter (2 dagen en een inspanning van 8,8%), kleine ondernemingen eveneens (resp. 2 dagen en 1,1%).
Er zijn uitstekende voorbeelden te vinden van ondernemingen met ruime opleidingsmogelijkheden. Maar ze zijn allerminst de regel, zo blijkt uit de cijfers.
De FLA was het instrument dat meer transparantie moest bieden aan werknemers over hun opleidingsrecht en gevolgde opleidingen. Zowel de registratie van het recht als van veel opleidingen was intussen geautomatiseerd, dus de FLA is administratief helemaal niet zwaar. En verdere automatisering was bespreekbaar. Daarom is het onbegrijpelijk dat de FLA zo nodig moest worden afgeschaft en niet gewoon aangepast. Of dreigde de FLA te veel de ongemakkelijke waarheid bloot te leggen van ondermaatse investering in opleiding?
We hebben sterke kaders nodig die het individueel opleidingsrecht versterken, transparantie garanderen en ondernemingen stim_uleren om een warm leerklimaat te creëren. Zonder duidelijke opvolging blijven bedrijven die geen inspanningen leveren onder de radar, met alle gevolgen van dien. De kost van het gebrek aan opleiding in ondernemingen is duizend maal groter voor onze economie én werknemers dan de inspanning van een goede opvolging.
