Hervorming werkloosheid: het Grondwettelijk Hof bevestigt een aanzienlijke achteruitgang van de sociale bescherming
Hervorming werkloosheid: het Grondwettelijk Hof bevestigt een aanzienlijke achteruitgang van de sociale bescherming
Auteur: Koen Meesters
September 2026
Op donderdag 10 september heeft het Grondwettelijk Hof zich uitgesproken over het eerste beroep tot nietigverklaring tegen bepaalde bepalingen van de werkloosheidshervorming. Dit beroep werd ingediend door het ACV, samen met andere vakbonden en middenveldorganisaties.
Hoewel het Hof de beperking in de tijd van werkloosheids- en inschakelingsuitkeringen bekrachtigt, erkent het echter - zoals eerder de Raad van State - dat deze beperking een aanzienlijke achteruitgang teweegbrengt op het vlak van sociale bescherming.
Deze erkenning is van groot politiek belang. Het debat kan niet langer worden herleid tot een louter budgettaire ingreep of het activeren van werkzoekenden. De hoogste grondwettelijke rechtsinstantie van België heeft vastgesteld dat deze hervorming daadwerkelijk het niveau van sociale bescherming fors terugdringt voor wie geen werk heeft of zijn werk dreigt te verliezen. Met andere woorden: de regering koos ervoor om een grootschalige sociale achteruitgang te bewerkstelligen.
Deze achteruitgang kan volgens het Hof worden gerechtvaardigd door de doelstellingen van de wetgever inzake de begroting en de terugkeer naar de arbeidsmarkt. Toch tonen de cijfers aan dat deze hervorming zijn doel mist: volgens de laatste monitoring van de RVA had slechts 13,5% van wie zijn werkloosheidsuitkering verliest, terug werk gevonden. De omstreden veronderstellling waarop de hervorming berust (dat een snellere uitsluiting van de werkloosheid zou zorgen voor een terugkeer naar de arbeidsmarkt) toont dus nu al haar beperkingen. Wie het verst van de arbeidsmarkt verwijderd is, kampt nog steeds met dezelfde structurele obstakels: onvoldoende aangepast werk, discriminatie, gezondheidsproblemen, laaggeschooldheid of een gebrek aan aangepaste opleiding en begeleiding. De juridische bekrachtiging van het Hof is dus geen politieke carte blanche. Integendeel, ze geeft de regering meer verantwoordelijkheid.
Het Hof sprak overigens de nietigverklaring uit over de overgangsmaatregel van de hervorming voor de meest langdurige werklozen (die op 30 juni 2025 in de derde vergoedingsperiode zaten). Zij konden sinds 1 juli 2025 slechts gedurende een periode van 9, 8 of 6 maanden een werkloosheidsuitkering ontvangen, terwijl de nieuwe regeling in principe een minimumduur van 12 maanden voorziet.
Deze gedeeltelijke nietigverklaring heeft betrekking op bijna 100.000 mensen, die in theorie weer recht zouden krijgen op een uitkering. In de praktijk blijven de concrete gevolgen van het arrest echter onduidelijk: de RVA en de bevoegde minister verstrekken weinig officiële informatie over de gevolgen die ze willen geven aan de beslissing van het Hof. Daardoor blijven de betrokken werklozen momenteel volledig in het ongewisse. Nog veel vragen blijven onbeantwoord: hoe kunnen we achterhalen wie allemaal betrokken is? Welke gevolgen zijn er voor wie intussen al bij het OCMW heeft aangeklopt?
De regering en de overheid moeten dringend gevolg geven aan de uitspraak van het Grondwettelijk Hof. We zullen erop toezien dat deze uitspraak daadwerkelijk wordt uitgevoerd en dat alle betrokken werklozen een uitkering krijgen. Dat is hun volste recht.
