Een andere koers voor het begrotingsbeleid
Werknemers doen de economie groeien
Auteurs: Ann Vermorgen & Marie-Hélène Ska
Oktober 2026
Voor de derde keer zoekt de federale regering miljarden om de begroting bij te sturen. In plaats van alle aandacht te geven aan politieke drama’s, zou de essentie beter naar voor geschoven worden: wie moet de rekening betalen? Na al een resem ingrijpende maatregelen mogen werknemers, uitkeringsgerechtigden – gepensioneerden, zieken of werklozen – niet opnieuw de rekening gepresenteerd krijgen.
De regering wil op de meerjarenbegroting een bijkomende correctie van 10 miljard euro doorvoeren. Die inspanning komt bovenop de resem maatregelen uit het regeerakkoord en de bijkomende begrotingsronde van 2025.
Uit wat naar buiten sijpelt, lijkt er nog steeds hetzelfde stramien te worden gehanteerd: het viseren van de zwakste of makkelijkst te raken groepen in de samenleving. Begrotingsdiscipline wordt zo louter een excuus voor sociale besparingen. De sociale zekerheid, publieke dienstverlening en koopkracht droegen tijdens de vorige rondes al het grootste deel van de inspanning.
Fictieve opbrengsten
Met maatregelen, die vaak meer uitgaan van buikgevoel dan van onderbouwde beleidskeuzes, belanden we binnen het jaar terug in dezelfde discussie, wat ook blijkt nu de effecten van de al genomen beslissingen duidelijk beginnen te worden. Minder uitgeven aan werkloosheid of armoedebestrijding lukt alleen wanneer mensen daadwerkelijk duurzaam aan het werk raken of uit de armoede worden getild.
Wanneer bestaansonzekerheid enkel van de federale begroting naar lokale besturen of OCMW’s wordt doorgeschoven, verdwijnt de maatschappelijke kost niet. Rekenen op besparingen en terugverdieneffecten zonder de bijkomende kosten te becijferen is enkel een garantie op het volgende tekort, inclusief alle sociale gevolgen.
Bescherm lonen, uitkeringen en toegang tot zorg
Vanuit die optiek zijn voorstellen om in te grijpen in de indexering van lonen, pensioenen en uitkeringen niet alleen sociaal onrechtvaardig, maar ook economisch kortzichtig. De index beschermt de koopkracht tegen prijsstijgingen en ondersteunt tegelijk de binnenlandse consumptie. Nieuwe indexingrepen zouden vooral werknemers en mensen met een vervangingsinkomen treffen, terwijl andere inkomensvormen grotendeels buiten schot blijven.
Ook in de gezondheidszorg mag efficiëntie niet worden herleid tot hogere remgelden of een beperking van de verhoogde tegemoetkoming. Hogere persoonlijke bijdragen zorgen vooral dat mensen noodzakelijke zorg uitstellen. Dat vergroot alleen gezondheidsverschillen, met als resultaat zwaardere zorgnoden en nog hogere maatschappelijke kosten.
Een ander beleid is mogelijk
Als de regering toch wat meer tijd neemt, kan ze die goed gebruiken om het kader te verzetten. Misschien kunnen sommige regeringspartijen dan ook de alternatieve begrotingsvoorstellen analyseren en luisteren naar de ervaring van mensen. Daar hadden ze op 9 oktober geen tijd voor.
Een geloofwaardig begrotingsbeleid vereist een bredere verdeling van de inspanningen. Dat betekent ook kritisch kijken naar inefficiënte bedrijfssubsidies, fiscale optimalisatie, managementvennootschappen en uitzonderingsstelsels die inkomsten uit de sociale zekerheid doen weglekken. Met maatregelen die ook budgettair onderbouwd zijn, en niet enkel gebaseerd op wensdenken.
De kernvraag is daarom niet alleen hoeveel miljarden moeten worden gevonden, maar wie ze bijdraagt. Een duurzame begroting beschermt de sociale zekerheid, ondersteunt kwaliteitsvolle publieke diensten en verdeelt de lasten volgens draagkracht. Het is niet alleen socialer, maar ook economisch verstandiger.
