Bilan van afgelopen klimaattop (COP30)? Grotendeels teleurstellend
Bilan van afgelopen klimaattop (COP30)? Grotendeels teleurstellend
Auteur: Bart Vannetelbosch
Januari 2026
De onderhandelende partijen boekten te weinig vooruitgang bij dringende defossiliserings- en financieringsafspraken. Toch was er in de marge van de klimaattop (COP30) een hoopvolle beslissing. Met name de voor vakbonden cruciale beslissing om het Belém Action Mechanism voor rechtvaardige transitie (BAM) te verankeren in het UNFCCC, en om dit stelselmatig te coördineren en concretiseren.
Deze focus op implementatie is een zeer belangrijke volgende stap. Het vrijblijvend en ongericht discours over onze just transition-principes, dat werd ondertussen wel volledig gevoerd. Het BAM biedt nu het kader dat nodig is om te verschuiven van discussie naar uitvoering. Voor vakbonden is dit na lang strijd voeren een historische kans om de positie van werknemers effectief te versterken in het mondiale klimaatbeleid. Voor het eerst krijgen werknemers en hun vakbonden, maar ook vrouwen en genderorganisaties, jongeren en inheemse volkeren, een vehikel om hun thema’s en daaraan verbonden eisen en rechten te versnellen.
Enkele maanden geleden leek dit nog veraf voor zij die de BAM-uitgangspunten met het oog op de klimaattop ontwikkelden. Vakbonden pleiten immers al jarenlang voor de noodzaak hiervan. Omdat het beschermen van werkgelegenheid, de kwaliteit van veranderende arbeidsprocessen en het organiseren van vooruitziende sociale dialoog, in combinatie met fatsoenlijke sociale bescherming bij het verdwijnen van jobs en sectoren, essentieel is voor breder draagvlak voor doorgedreven klimaatbeleid. Een rechtvaardige transitie is immers geen afvinkoefening. Samenwerking met vakbonden creëert draagvlak voor klimaatmaatregelen op werkvloeren en bij uitbreiding de hele samenleving.
Just transition zal nu hopelijk snel vertaald worden in ondersteuning voor gemeenschappen en gezinnen die de gevolgen het hardst voelen. Er wordt een permanent orgaan opgericht om goede praktijkvoorbeelden beschikbaar en zichtbaar te maken; evenals om financiering te vinden en te coördineren. Op die manier moeten de toekomstige klimaatplannen van landen het principe van rechtvaardige transitie veel sterker behelzen. Door energie-, transport- en industrieprojecten te clusteren kunnen bredere en betere transitieondersteuningen en werkgelegenheidsprojecten gevonden worden. Het geeft beleidsmakers hefbomen om maatregelen implementeren, en tegelijk sociale rechtvaardigheid in het centrum van de randvoorwaarden te zetten.
De onderhandelaars hebben besloten dat meer details van BAM tegen CO31 verder ontwikkeld moet worden. Dit zal niet vanzelfsprekend zijn. Het besluit bevat immers een brede waaier aan aandachtspunten. Voor ACV betekenen de ILO richtlijnen voor rechtvaardige transitie zoals steeds de prioriteit. In die zin dat er een sterke vakbondsvertegenwoordiging in de beslissingsorganen van de BAM-uitwerking moet zijn, die daar de centrale plaats voor hun prioriteiten moet bewaken. De effectiviteit van verdere stappen hangt immers af van wie het vormgeeft. Zonder sterke vakbondsverankering is er risico dat de lobby’s het mechanisme domineren en het publieke werknemersbelang overschaduwen.
Er zal duidelijk ook een grote inspanning van de Belgische beleidsmakers nodig zijn om heldere organisatie en tijdlijnen, financieringsbronnen en mandaten al eind dit jaar overeengekomen te krijgen. Dit bovenop de op de Belgische just transition-conferentie beloofde structurele inspanningen om de voor ons land belangrijke sociaal ecologische transitie-uitdagingen concreter vorm te geven.
