Sectoraal akkoord voor de arbeiders van het paritair comité 100
©Shutterstock
Om de twee jaar onderhandelen de werkgevers en de vakbonden van de verschillende economische sectoren over een akkoord dat de arbeidsvoorwaarden van de werknemers wil verbeteren. Dat is ook zo voor de arbeiders van het PC 100. Het was niet makkelijk om tot een degelijk akkoord te komen, omdat de regering geen echte loonsverhoging toelaat voor 2025 en 2026. Je vindt de inhoud van het akkoord hieronder.
Wil je graag meer informatie? Aarzel dan niet om het ACV-dienstencentrum in jouw buurt of jouw ACV-centrale te contacteren.
KOOPKRACHT
-
Voor 2025 en 2026 zijn er geen loonsverhogingen mogelijk, vermits de regering de loonnorm heeft vastgelegd op nul procent (ter herinnering: de loonnorm bepaalt in welke mate de lonen mogen stijgen). Daarentegen blijft de invoering of de verhoging van maaltijdcheques wel mogelijk in de bedrijven.
Aarzel niet om contact op te nemen met je vakbondsafgevaardigde, je vakbondssecretaris of een van onze kantoren om te bekijken wat er mogelijk is in je bedrijf!
-
De minimumlonen van de sector worden afgestemd op het gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen (GGMMI*) vanaf 1 januari 2026. Concreet geeft dat het volgende resultaat:
|
|
|
|
|
|
CAT.1 18 jaar |
CAT.2 36 maanden dienst en meer |
|
Per uur, in een 38-urenweek |
13,0816 € |
13,0979 € |
||||
|
Per uur, in een 37-urenweek |
13,4352 € |
13,4519 € |
||||
|
Per uur, in een 39-urenweek** |
12,7462 € |
12,7621 € |
||||
|
Per uur, in een 40-urenweek*** |
12,4275 € |
12,4430 € |
||||
**middels 6 dagen betaalde inhaalrust
***middels 12 dagen betaalde inhaalrust
De minimumlonen worden opnieuw aangepast op 1 april van dit jaar. Raadpleeg hier alle minimumlonen vanaf 1 januari 2026.
*Het GGMMI bedraagt momenteel 2.154,11 EUR per maand. Ter herinnering: het GGMMI is niet hetzelfde als een minimummaandloon. Het GGMMI omvat immers bepaalde sommen die doorheen het jaar gestort worden. Zo worden bijvoorbeeld een eindejaarspremie of een dertiende maand in rekening genomen om na te gaan of het GGMMI gerespecteerd wordt. Zoals voorzien in het regeerakkoord zal het met ongeveer 35 EUR opgetrokken worden op 1 april van dit jaar.
-
Eveneens nieuw: het profylactisch verlof en het borstvoedingsverlof zullen GELIJKGESTELD worden om de JAARLIJKSE PREMIE te berekenen (premie die overeenkomt met 31 keer je uurloon van december).
-
De jongerenbarema's worden afgeschaft vanaf 1 april 2026. Dat betekent dat een jonge werknemer van 16 of 17 jaar die begint te werken in een bedrijf dat valt onder PC 100, recht heeft op hetzelfde loon als iemand van 18 jaar.
INDEXERING
Het indexeringssysteem voor de reële lonen wordt verlengd.
Ter herinnering: tot 2023 volgden enkel de minimumlonen (dus de lonen waaronder de werkgever niet mag gaan) een indexeringssysteem.
Sinds 1 januari 2024 worden de lonen van de arbeiders die een hoger loon krijgen dan het minimumloon en die niet genieten van een indexeringssysteem van hun werkgever, één keer per jaar geïndexeerd (elk jaar op 1 januari). Dat systeem wordt verlengd tot 1 januari 2028.
In de meeste sectoren bestaan er akkoorden om de lonen te koppelen aan de index. De lonen worden dus regelmatig en automatisch aangepast aan de prijs van de producten en diensten die we kopen. Dankzij die indexering kunnen we met ons huidige loon evenveel kopen als vorig jaar. We behouden dus onze koopkracht.
Opgelet!
-
indien andere voordelen werden toegekend (zoals een loonsverhoging), moet het bedrag van die andere voordelen in mindering gebracht worden!
-
het indexeringssysteem voor het minimumloon wordt behouden (dat betekent dat elke keer als de spilindex overschreden wordt, de lonen met 2% stijgen).
Als je loon hoger ligt dan het minimumloon (zie tabel hierboven) en als je bedrijf geen eigen indexsysteem heeft, dan werd je loon normaal gezien geïndexeerd met 2,21% in januari. Kijk je loonfiche goed na!
MOBILITEIT
-
Sinds 1 juli 2020 heb je recht op een fietsvergoeding indien je de afstand tussen je woonplaats en je werkplaats met de fiets aflegt. Die vergoeding bedraagt momenteel 0,27 EUR per afgelegde km.
Vanaf 1 oktober 2026 zal de bijdrage verhoogd worden naar 0,32 EUR per km met een maximum van 12,80 EUR per gewerkte dag (maximum 40 km heen en terug).
-
De tussenkomst van de werkgever in de prijs van de treinkaart is verhoogd tot 80% van de prijs sinds 1 januari 2026. De systemen van tussenkomst in de kost van andere vormen van openbaar vervoer blijven onveranderd. Jullie kunnen de geldende regels raadplegen via deze link.
Als je je met de trein verplaatst, kijk dan goed na of je werkgever de nieuwe maatregel toepast en of de terugbetaling van wat je betaald hebt, correct is.
Daarnaast beveelt het akkoord de bedrijven aan om een "Derdebetalersovereenkomst privésector" af te sluiten met de NMBS. Dankzij die overeenkomst neemt de staat de resterende 20% van de prijs van de treinkaart voor haar rekening en moet de werknemer dus niets meer betalen.
Is dat op jou van toepassing, aarzel dan niet om contact op te nemen met je vakbondsafgevaardigde, je vakbondssecretaris of een van onze kantoren om te bekijken wat er mogelijk is in je bedrijf!
TIJDSKREDIET
In bepaalde specifieke gevallen is het mogelijk om de loopbaan met 1/5, halftijds of voltijds te onderbreken tegen een uitkering van de RVA.
In het paritair comité 100 kunnen werknemers hun loopbaan halftijds of voltijds onderbreken gedurende maximaal 24 maanden:
-
om een vorming te volgen,
-
om zorg te verlenen aan een kind tot de leeftijd van 8 jaar,
-
om palliatieve zorgen te verlenen,
-
om te zorgen voor een ernstig ziek familielid
Die 24 maanden worden opgetrokken naar 36 maanden voor vorming en naar 51 maanden voor andere motieven indien de werknemer minstens 5 jaar anciënniteit heeft in het bedrijf ( = nieuw: tot 2025 was het 8 jaar anciënniteit).
Tijdskrediet is een zeer brede en complexe materie geworden. Als je daar vragen over hebt, raadpleeg onze pagina's over tijdskrediet. Of nog beter, neem contact op met je ACV-secretariaat. Onze medewerkers staan voor je klaar.
EINDELOOPBAAN
Zoals je ongetwijfeld weet, heeft de regering de mogelijkheid tot SWT (het vroegere brugpensioen) afgeschaft sinds 1 juli 2025*.
*Enkel het SWT om medische redenen werd behouden. Het is van toepassing op een ontslagen werknemer van 58 jaar, die 35 jaar beroepsloopbaan kan bewijzen en die erkend is als mindervalide werknemer of als werknemer met ernstige fysieke problemen.
Dankzij onze acties hebben we wel de landingsbanen kunnen verlengen. Via dat systeem kan de werknemer de arbeidstijd verminderen met 1/5 of tot een halftijdse betrekking vanaf 55 jaar tot de pensioenleeftijd en daarnaast een uitkering krijgen van de RVA.
Het recht op een landingsbaan met uitkering van de RVA wordt behouden voor werknemers die
-
ofwel een lange loopbaan van 35 jaar hebben
-
ofwel een zwaar beroep uitgeoefend hebben
-
ofwel minstens 20 jaar nachtarbeid hebben verricht.
KLEIN VERLET
Vanaf 1 januari 2026 wordt het rouwverlof opgetrokken naar 12 dagen (in plaats van 10) bij het overlijden van de partner of een kind en naar 5 dagen (in plaats van 3) bij het overlijden van de vader, de moeder of de schoonouders.
VORMINGSFONDS
Ter herinnering: de sector richtte OpFo 100 op in 2013. OpFo100 is een vormingsfonds dat gefinancierd wordt door bijdragen van de bedrijven. Die bijdragen zullen in 2026 opgetrokken worden. Doorheen de jaren werden de taken van het fonds immers ruimer:
-
Sinds het begin biedt het vormingen aan die gratis zijn (enkel de vervoerskosten en het loon blijven ten laste van de werkgever) en op maat, bijvoorbeeld wat betreft veiligheid, eerste hulp en technische vaardigheden, om de werknemers en de bedrijven van de sector te versterken.
Het sectorakkoord voorziet bovendien dat het vormingsaanbod versterkt moet worden in de prioritaire domeinen, zoals vorming in kleine en middelgrote ondernemingen, vorming in knelpuntberoepen en de verbetering van vaardigheden met betrekking tot nieuwe technologieën (waaronder AI).
Je vindt de volledige lijst van beschikbare vormingen op de website www.opfo100.be.
-
Daarbovenop zal OpFo100 de bedrijven en de werknemers ondersteunen bij de re-integratie van werknemers na een lange ziekteperiode en de acties rond diversiteit, inclusie en niet-discriminatie voortzetten.

