130 jaar ACV-geschiedenis

Het Algemeen Christelijk Vakverbond drukte de voorbije 130 jaar een belangrijke stempel op de Belgische sociale geschiedenis.

Een werkweek van vijf dagen, vier weken vakantie, minimumlonen, werkloosheids- en ziekte-uitkeringen, algemeen stemrecht, tijdskrediet, … 

Al deze verworvenheden lijken nu evident, maar zijn het resultaat van de inzet van duizenden werknemers en werkzoekenden die zich in vakbonden verenigden om op te komen voor hun rechten. En dat op een moment dat er zelfs geen sprake was van verenigingsvrijheid, stemrecht en stakingsrecht.

Je leest hier meer over de belangrijke stempel die het Algemeen Christelijk Vakverbond op de Belgische sociale geschiedenis drukte:

1886–1940: lang en hard gevecht

In de eerste helft van de 19e eeuw werd de arbeider gereduceerd tot een productiefactor in handen van werkgevers. Hongerlonen, werkdagen langer dan 14 uur, kinderarbeid en de erbarmelijke omstandigheden waarin de arbeidersgezinnen leefden, zorgden voor meer en meer verzet. 

In 1886 ontstond de eerste christelijke vakbond, wat in 1912 leidde tot de oprichting van het ACV. In 1914 telde het ACV 120.000 leden. Na de grote en succesvolle staking van 1936 die meer dan een half miljoen stakers op de been bracht, vonden meer en meer arbeiders de weg naar het ACV.  De regering boog voor de vakbondseisen. Een geleidelijke invoering van de 40-urenweek, een week betaald verlof en een wettelijke waarborg voor verenigingsvrijheid waren een feit. 

Kijk naar een filmpje over deze periode.

1945-1975: opbouw van de welvaartsstaat

Na de Tweede Wereldoorlog lag het ACV mee aan de grondslag van het naoorlogse sociale en economische overlegmodel.  Door zijn stijgend ledental en het toenemend overleg werkte het ACV mee aan de verdere ontwikkeling van de sociale zekerheid. Zo drukte het zijn stempel op de verhoging van uitkeringen bij ziekte, werkloosheid of ongeval en op de koppeling aan de index. Verder werden eindejaarspremies en loonsverhogingen bedongen (1951) en de geleidelijke invoering van de vijfdagenweek (1955). 

Vanaf 1960 deden de interprofessionele programmatieakkoorden (IPA’s) hun intrede. In ruil voor een verbetering van de loon- en arbeidsvoorwaarden van de werknemers garandeerden de vakbonden de sociale vrede in het land. In 1975 overschreed het ACV de kaap van 1 miljoen leden.

Historische filmpjes voor deze periode:

1975-2000: vakbond in crisistijd

In de jaren ‘70 werd België getroffen door een economische crisis, met als gevolg een torenhoge werkloosheid. In 1981 richtte het ACV een werkzoekendenwerking op. Met acties en betogingen vocht de vakbond voor betere en meer werkgelegenheid, rechtvaardige uitkeringen en begeleiding voor werkzoekenden. 

Hoewel de regering ingrijpende sociale besparingen en herstelplannen oplegde en de werkgevers meer flexibele tewerkstelling eisten, deed het ACV er alles aan om voor de betrokken werknemers een beschermend statuut te bedingen.

Het ACV zocht ook naar nieuwe oplossingen via brugpensioen, loopbaanonderbreking, tijdskrediet en activeringsmaatregelen. De financiering van de sociale zekerheid kwam sterk onder druk, maar het ACV bleef de sociale verworvenheden verdedigen.

Bekijk een interview met Jef Houthuys over vakbondspluralisme.  Jef Houthuys was ACV-voorzitter tussen 1969 en 1971.

2001-nu: het ACV vandaag

De start van de 21e eeuw wordt gekenmerkt door een toenemende globalisering. Een financiële en economische crisis breekt los. België voelt de groeiende inmenging van Europa, die de financiële overheidshuishouding controleert. 

Tot op vandaag zet het ACV alle hens aan dek om ons sociaal stelsel te verdedigen. Het Belgische model loodst ons meer dan behoorlijk door de crisis. Toch moeten we als vakbeweging blijven strijden voor onze verworvenheden. Trouw aan onze waarden en missie zullen we samen met -  en vooral voor -  de 1,7 miljoen ACV-leden onze stem laten horen.   

More Info

Personalization

Je webbrowser is verouderd en wordt niet ondersteund door de ACV-website. Klik hier om een nieuwere versie te installeren.