Open brief aan de minister van mobiliteit, Lydia Peeters

Het personeel van De Lijn en haar exploitanten moet werken in onveilige omstandigheden en is terecht bezorgd. Wij schreven een open brief aan de verantwoordelijke minister.

Geachte mevrouw de minister, 

Wij, de vakbondsverantwoordelijken van ACV Openbare Diensten, zijn de spreekbuis van het personeel van De Lijn en de exploitanten. Leden en ook niet-leden spreken ons dagelijks aan. Zij zijn bezorgd om hun gezondheid, mevrouw. COVID-19, weet u wel. 

De Lijn behoort tot de essentiële diensten van onze maatschappij. Dat kreeg het personeel te horen. En dat maakte hen – chauffeurs, technici en bedienden – toch wel trots. Maar de ongerustheid bleef. Hoewel De Lijn en de exploitanten hun best deden en de nodige inspanningen leverden, namelijk door afschermfolies bijeen te sprokkelen, liters reinigingsmiddel te laten maken en het onderhoud van de voertuigen op te drijven, zijn er af en toe besmettingen onder het personeel. Niemand weet precies of zij die besmettingen opliepen op het werk of ergens anders. 

De reizigers zijn dan wel verplicht om in de haltezone en op bus en tram een mondmasker te dragen, controle door de politie is er nauwelijks. De pakkans is zo klein en de aandacht van het publiek zodanig verzwakt, dat steeds meer mensen de tram of de bus nemen zonder mondmasker. Of ze gebruiken het fout. Bovendien weten we intussen dat het virus urenlang achterblijft op oppervlakken die werden aangeraakt. Zelfs op kledij. En onze chauffeurs, technici of andere medewerkers maken ook gebruik van dat openbaar vervoer, als reiziger of als chauffeur. En dat maakt hen ongerust. Bovendien zijn ze onmiddellijk het mikpunt van agressie als zij hun medeburgers wijzen op hun verantwoordelijkheid en het dragen van hun mondmasker.

Wanneer we uitleg vragen aan De Lijn, komen ze met studies die voornamelijk of uitsluitend in het buitenland gevoerd zijn. Uit die fragmenten van studies moeten we afleiden dat het risico op besmetting op het openbaar vervoer minimaal is. En daar moet het personeel het mee doen, mevrouw de minister, met onvolledige studies waarbij het buikgevoel zegt dat ze niet kloppen. En dat buikgevoel weegt steeds zwaarder dan wat de academici menen te weten over de smeltkroes op het openbaar vervoer. Waar een potentiële seriemoordenaar als COVID-19 waarschijnlijk ook meereist als passagier en ongemerkt wisselt van drager. De foto’s spreken voor zich.

Het personeel van het openbaar vervoer wil graag trots haar werk uitvoeren. Alleen willen ze dat graag op een veilige en verantwoorde manier blijven doen. Zij vragen aandacht voor hun bezorgdheden. Geen afwimpelende gebaren of geminimaliseer. Zij vragen om gehoord te worden en gerespecteerd voor hun inzet. En dat kan door in te zetten op een aantal zaken. 

We vragen een grotere inzet van poetspersoneel voor de grondige reiniging van de voertuigen en meer toezicht door politie op het dragen van mondmaskers. En vooral: een beperking van het aantal reizigers op bus en tram.  Geen kat die immers gelooft dat het risico op besmetting met té veel reizigers op een té kleine oppervlakte maar een beperkt risico zou zijn. Daarop inzetten zou toch al een goede aanzet zijn.

Het openbaar vervoer moet een essentiële dienst blijven van deze maatschappij. Geen broeihaard van besmettingen. Ook al beweert men het tegendeel. 

Werknemers van het openbaar vervoer zijn geen robotten. Zij zijn mensen met een gezin en familie. Zij hebben ook recht op een veilige werkplek. En vandaag, met de dagelijks stijgende besmettingen in het achterhoofd, lijkt die veilige werkplek steeds verder weg te glijden. Terwijl de angst verder toeneemt. En angst is slecht voor het moraal en maakt mensen uiteindelijk ziek. 

Wij wensen u een goede gezondheid toe! 

Jo Van der Herten – Pieter Thys – Geert Witterzeel – Els Baart
Vakbondsverantwoordelijken ACV Openbare Diensten – sector vervoer

Personalization