1-6-2026
Stop de afbraak van het brandweerstatuut!
De geplande hervormingen van de federale regering rond de brandweer zorgen voor grote bezorgdheid binnen het werkveld. De “Conceptnota wetswijziging: naar een toekomstgericht HR- en opleidingsbeleid voor de brandweer” (versie 2.0) is in haar huidige vorm volstrekt onaanvaardbaar. De voorstellen dreigen niet alleen het statuut van brandweerlieden uit te hollen, maar ook de kwaliteit en veiligheid van de hulpverlening fundamenteel in gevaar te brengen. Het gemeenschappelijk vakbondsfront nam onderstaande standpunten in en bracht die over in een brief aan de bevoegde minister, Bernard Quintin.
Geachte heer Minister,
In gemeenschappelijk front richten wij, als representatieve vertegenwoordigers van het personeel, ons tot u met een eenduidig en krachtig standpunt: de “Conceptnota wetswijziging: Naar een toekomstgericht HR- en opleidingsbeleid voor de brandweer” (versie 2.0) is in haar huidige vorm volstrekt onaanvaardbaar.
Na een grondige analyse stellen wij vast dat dit document geen modernisering is, maar een louter budgettair gedreven plan dat de veiligheid van zowel het personeel als de burger hypothekeert. Wij moeten vaststellen dat de ‘inspraak’ van de vakbonden beperkt gebleven is tot een informatieve toelichting, nergens werden wij betrokken om de dialoog ten gronde te voeren. Het is dan ook duidelijk dat de nota vooral vertrekt vanuit het standpunt van de overheid, de zonecommandanten, de netwerken… die door de overheid als ‘bevoorrechte partners’ benoemd werden, maar het personeel behoort dus blijkbaar niet tot deze bevoorrechte partners!? Deze conceptnota bevat voor de vakbonden talloze rode lijnen die raken aan de essentie van het brandweervak en de
basisprincipes en die de fundamenten van de hervorming van 2007 opnieuw onderuit halen.
Wij betreuren ook dat het administratief personeel wederom in de kou blijft staan zoals in 2014!
Hieronder geven wij alvast enkele belangrijke punten van ons bezwaar
De introductie van het “vierde kader” (Vrijwilliger 2.0)
De oprichting van een vierde kader van “hulpverleners” (logistiek, technisch en/of gespecialiseerd) is een gevaarlijk precedent dat wij categoriek afwijzen. Dit personeel zou ongeveer 80% van de huidige technische interventies kunnen/mogen uitvoeren zonder de volledige brandweeropleiding te doorlopen. Bij escalatie van een incident (bijv. van een technische interventie naar een brand) kunnen zij echter niet adequaat optreden, wat de Snelst Adequate Hulp (SAH) onmogelijk maakt en gevaarlijke situaties creëert voor de intervenanten zelf. Met een vergoeding van slechts 50% tot 75% van het barema wordt dit kader gemarginaliseerd tot een goedkope vervanging voor het operationeel personeel. Dit creëert een lagere klasse van “tijdelijke” werknemers zonder rangen, wat bovendien nefast is voor de teamgeest, motivatie en vertrouwen, welke essentieel zijn bij brandweeroptreden. De lichtere (operationele) taken dienen bovendien en uitsluitend te worden voorbehouden voor wedertewerkstelling of eindeloopbaanregelingen van het operationeel personeel, in plaats van een nieuw precair statuut te creëren.
Werving en selectie
Het voorliggende voorstel breekt de federale uniformiteit af en keert terug naar een minder doeltreffende, versnipperde situatie zoals voor de hervorming. Dit terwijl de intenties van de wet van 2007 net de uniformiteit tussen de verschillende hulpverleningszones als doelstelling voorop stelden! Wij verzetten ons dan ook formeel tegen het schrappen van het Federaal GeschiktheidsAttest (FGA) en het rijbewijs B als minimumvereiste. Het rijbewijs B is essentieel voor de directe inzetbaarheid en vormt een noodzakelijke basis voor het rijbewijs C, wat momenteel een benoemingsvoorwaarde is voor elk beroepspersoneelslid. Het wegvallen van het FGA opent dan ook de deur naar willekeur en een “wie-kent-wie”-cultuur bij lokale aanwervingen. Bovendien hypothekeert het gebrek aan een uniforme selectieprocedure de vlotte mobiliteit van personeel tussen de verschillende hulpverleningszones.
Opleiding
Het afstappen van de opsplitsing van verplichte voortgezette en permanente opleidingen en de transitie naar een vrije invulling van het totaal van 48 uur opleiding per jaar is nefast voor het behoud van complexe vaardigheden en het inspelen op nieuwe risico’s zoals klimaatrisico’s en nieuwe technologieën. Het holt de essentiële vakkennis verder uit in een tijd waarin deze nieuwe risico’s juist meer expertise vereisen. Opleidingen decentraal in de zones organiseren in plaats van via de brandweerscholen zal onherroepelijk leiden tot een daling van de kwaliteit, interzonale variaties en bijgevolg het verlies van nationale interoperabiliteit. Ook stelt de brandweerinspectie nu nog (of al) grote verschillen tussen hulpverleningszones vast. Waarom geen voorbeeld nemen aan Nederland, waar dit landelijk is vastgelegd?. Ook het feit dat stagiairs 100% operationeel inzetbaar zouden zijn zonder duidelijke begeleiding is onaanvaardbaar voor de veiligheid. Ook tijdens de stage is de operationaliteitspremie voor de vakbonden een absolute vereiste.
Arbeidstijd, beschikbaarheid en opt-out
Wij verzetten ons stellig tegen de voorgestelde flexibilisering van de arbeidstijd en de verruiming van het opt-outsysteem. Het voorliggend concept lijkt te zijn ingefluisterd door een overheid die de gevolgen van eerdere gerechtelijke uitspraken — waaronder het arrest-Matzak, Europese jurisprudentie en Waalse vonnissen over beschikbaarheid — wenst te maskeren via wetgevende weg. In plaats van de operationele realiteit en de rechten van het personeel te erkennen, kiest de overheid voor een “wettelijke pleister” die de grens tussen werk en privé verder doet vervagen en de psychosociale druk verhoogt. Het berekenen van de opt-out van 10 uur als maandgemiddelde in plaats van een weekmaximum schendt de geest van de wet en mag nooit door een zone ‘misbruikt’ worden om personeelstekorten te verhullen. Dit terwijl we nu vaststellen dat inbreuken tegen de arbeidstijdenwet schering en inslag zijn… Daarnaast kan de 12 uur verplichte rusttijd onder geen enkel beding afhankelijk worden gemaakt van het werkelijke aantal gewerkte uren.
Operationaliteitspremie en geldelijk statuut
De premie van 38% is de vergoeding voor de zwaarte van het beroep en onregelmatige prestaties. Het voorstel om deze pro rato te verlagen bij medische of fysieke beperkingen straft medewerkers die geconfronteerd worden met beroepsgerelateerde aandoeningen en is voor de vakbonden totaal onaanvaardbaar. Verder aanvaarden wij niet dat de specialisatietoelage hiervan onderdeel zal uitmaken Wij stellen vast dat de overheid het principe van de gelijktrekking met de privésector nastreeft, maar dan enkel waar het haar een besparing oplevert. Voor de brandweer betekent dit een nadeel door verlies van ziektedagen en de operationaliteitspremie bij arbeidsongeschiktheid. Het feit dat deze 38% premie bovendien buiten de pensioenopbouw valt, bevestigt dat er geen sprake is van een eerlijke behandeling, maar van een eenzijdig financieel voordeel voor de overheid.
Eindeloopbaanbeleid
Al meer dan 10 jaar kaarten de vakbonden de nood aan een werkbaar eindeloopbaanbeleid aan, zonder resultaat. De voorgestelde mogelijke overplaatsing naar de civiele bescherming is onrealistisch gezien het beperkt aantal kazernes (slechts 2 in België) en de nood aan volledig nieuwe opleidingen en procedures. Bovendien geeft dit een minderwaardig beeld van de civiele bescherming, terwijl dit ook een zeer gespecialiseerde hulpdienst is. De gemiddelde overlijdensleeftijd van brandweerlieden ligt op 69,5 jaar. Operationeel werk tot de leeftijd van 67 jaar is dan ook een utopie en getuigt van een gebrek aan erkenning voor de psychosociale belasting en het verhoogde risico op diverse vormen van kanker. Wij vragen dan ook behoud en toepassing van het recht op verlof voorafgaand aan pensioen (VVP) en de erkenning van de zwaarte van het beroep.
Bevoegdheden van de zonecommandant en tucht
Deze conceptnota schuift de onafhankelijkheid en de objectiviteit van tucht en evaluatie opzij. Dat een zonecommandant autonoom zou kunnen beslissen over zware sancties is dan ook onaanvaardbaar; de zoneraad is de werkgever, niet de zonecommandant. Laat staan dat er weinig beroep mogelijk is tegen een beslissing van de zonecommandant die hierover alleen kan en mag beslissen, wat niet echt objectief kan genoemd worden Wij eisen eveneens dat personeel uitsluitend wordt beoordeeld door hiërarchisch leidinggevenden binnen hetzelfde statuut (operationeel door operationeel).
De ‘hervorming’ van de beroepskamer
De voorgestelde “vereenvoudiging” van de beroepskamer holt de rechtsbescherming uit. Wij eisen dat de huidige samenstelling en werking behouden blijft teneinde de objectiviteit en de werkbaarheid van deze beroepskamer te behouden.
Benoeming zonecommandant
Het creëren van privileges voor zetelende zonecommandanten, zoals de vrijstelling van de assessmentproef voor een derde mandaat, tast de geloofwaardigheid van het leiderschap aan. Voor de vakorganisaties is dit een absoluut breekpunt, managementkwaliteiten dienen te allen tijde objectief getoetst blijven.
Geachte Minister, deze conceptnota is een rechtstreekse aanval op het statuut van de brandweerman en de kwaliteit
van de hulpverlening. Het getuigt van een schrijnend gebrek aan respect dat de overheid nu wel snelheid maakt met
besparingen, terwijl onze fundamentele verzuchtingen al een decennium lang worden genegeerd.
Wij eisen een statuut dat de operationele realiteit en de veiligheid van ons personeel onvoorwaardelijk respecteert.
Dat zorgt voor een blijvende attractiviteit van het vak. Veiligheid en dienstverlening zijn prioritair. Elke eenzijdige
aanpassing aan het personeelsstatuut zonder voorafgaande consensus met de werknemersvertegenwoordiging is voor
ons onbespreekbaar. Wij werden nooit vanaf de start als volwaardige partner betrokken in de totstandkoming van
deze conceptnota.
Indien wij vaststellen dat een reactie vanwege de overheid uitblijft zal onze basis ons ongetwijfeld tot acties dwingen
om hun rechten te vrijwaren en de veiligheid van de burger te garanderen.

