Je rechten
bab449ae-2477-46b3-8fca-27c4c5741bd6
https://www.hetacv.be/je-rechten
true
Actualiteit
59ea6a04-d5cb-49bb-86bf-262457cb04b8
https://www.hetacv.be/actualiteit
true
Diensten
c7cddb17-187f-45c2-a0e2-74c299b8792b
https://www.hetacv.be/dienstverlening
true
ACV lidmaatschap
abbb02d8-43dd-44b5-ae75-3cd90f78f043
https://www.hetacv.be/lid-worden
true
Het ACV
c62ac78b-1aa2-4cb9-a33b-59e6fc085fb4
https://www.hetacv.be/het-acv
true
Contacteer ons
7f7bdd4f-c079-401e-a1bf-da73e54f00c2
https://www.hetacv.be/contacteer-ons/contactpagina
true
Word nu lid

De koopkracht moet omhoog

In een tijd van stijgende prijzen, hoge werkdruk en onzekerheid over de economie klinkt steeds luider de roep om “realistische” loonafspraken. Vakbonden vragen ruimte om te onderhandelen, terwijl beleidsmakers vaak naar loonmatiging en besparingen wijzen. Maar opvallend: ook Vlaamse academici benadrukken dat loonvorming en koopkracht geen detaildiscussie zijn. Integendeel — ze raken aan de kern van hoe een samenleving crisissen verteert. 

Wie verzint het? 

Het Belgische loonoverleg vertrekt formeel van onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers, maar in de praktijk zitten die onderhandelingen stevig in een wettelijk kader. De loonnormwet bepaalt om de twee jaar hoeveel de loonkosten maximaal mogen stijgen en omkadert zo het loonoverleg in sectoren en ondernemingen.  

Net die sterke wettelijke blokkering ligt al jaren onder vuur, ook bij academici. In een interview in De Standaard over loonvorming en begroting stelde sociaal-econoom Ive Marx (Universiteit Antwerpen) bijvoorbeeld scherp dat het vreemd is dat de overheid in essentie vastlegt hoe loonstijgingen over sectoren heen mogen evolueren. Hij formuleerde het als een retorische vraag: “Een minister die bij wet vastlegt hoeveel de lonen … maximaal mogen stijgen, wie verzint het?”  

Geen onredelijke eisen 

“Hij heeft helemaal gelijk”, vult algemeen secretaris Lieveke Norga van ACV Puls aan. Het is aan werkgevers en werknemers om te onderhandelen over lonen en loonsverhogingen. Dat is de essentie van het sociaal overleg. Al sinds 1996 verhindert de Loonnormwet dat we vrij kunnen onderhandelen over de lonen. De voorbije jaren oordeelde de regering dat er helemaal géén marge is voor loonsverhogingen, nergens in geen enkel sector of bedrijf. Terwijl de cijfers tonen dat de winsten blijven toenemen. Uiteraard zijn er sectoren waar het moeilijk gaat. Daar eisen wij ook geen onredelijke loonstijgingen. Dat deden we ook vroeger niet. Dat is de essentie van onderhandelen. Maar er zijn ook best wel sectoren waar zeer positieve cijfers worden neergezetIs het dan niet logisch dat ook werknemers daar hun billijk aandeel van terugkrijgen?  

En dat is precies wat de Loonnormwet verhindert. Zelfs wanneer werkgevers en werknemers in een sector vinden dat er ruimte is, blijft die ruimte in de praktijk ‘dichtgetimmerd’. “En ook in andere sectoren moeten er manieren zijn om de koopkracht solidair op te krikken. Denk maar aan de zorg, waar de medewerkers een paar jaar geleden nog ‘helden’ werden genoemd. Maar daar kopen ze intussen niks meer mee. Ook daar moeten de lonen omhoog als we de vacatures ingevuld willen krijgen.” 

Sterke koopkracht is nodig 

“Terwijl de nood aan koopkracht echt wel hoog is,” gaat Lieveke verder. De prijzen aan de pomp én de kassa nemen toe, de energieprijzen gaan omhoogde prijzen om een huis te huren of te kopen zijn nooit hoger geweest dan vandaag… En net op dat moment zet de overheid ook nog eens het mes in de index. Ze wil de helft van alle lonen in ons land de komende jaren maar deels aan de inflatie aanpassen. Dat verlaagt opnieuw het besteedbare inkomen van veel mensen. Die zullen zich wel ‘aanpassen’ zeker, zoals minister Jambon ook al suggereerde voor vrouwen die door de pensioenvermindering al een stevig inkomensverlies moeten slikkenMaar deze rem op de koopkracht is niet alleen een probleem voor die mensen, maar ook voor de economie. Want wanneer koopkracht wordt afgeremd, remt dat ook de binnenlandse vraag.”  

Dat zei ook professor Paul De Grauwe al eerder in Puls Magazine en recent nog in een column in De Morgen. Hij stelde dat “een kapitalistische economie slechts goed kan functioneren als de werkende bevolking evenveel profiteert van economische vooruitgang als de bezitters van kapitaal. Dat is in de laatste halve eeuw niet gebeurd. Een te groot deel van de toename in de productie is naar de bezitters van kapitaal en de topinkomens gegaan.” Hij pleitte er in De Standaard daarom voor de Loonnormwet “in de prullenbak te gooien” en werknemers weer hun eerlijk stuk van de toegenomen productiviteitswinst te geven.  

Volgehouden acties 

“Dat we opkomen voor koopkracht is dus geen economische dwaasheid,” vat Lieveke de volgehouden acties van de vakbonden samen. “We zullen op die nagel blijven kloppen. Wat wij vandaag, en tijdens de betoging op 12 mei, vragen, past in wat onderzoek en experts al langer zeggen: je houdt een economie niet overeind door de motor te laten sputteren bij wie het minst marge heeft. Daarom eisen wij meer koopkracht op basis van ernstig sociaal overleg door de sociale partnersals er productiviteits- of winstruimte is, moet die aan tafel besproken kunnen worden. Wie het sociaal overleg beperkt en de koopkracht wegknipt, maakt de crisis dieper voor wie het minst marge heeft. En dat is uitdrukkelijk niét onze keuze.  

Centenindex van tafel?  

Intussen hebben de sociale partners er bij de regering op aangedrongen de centenindex af te voeren, en dus de volledige index te laten doorwerken voor iedereen. “Samen met de werkgevers proberen we de regering te overtuigen van de onzin van de centenindex: niemand wordt daar beter van,” legt Lieveke Norga uit. “We kwamen met de werkgevers ook tot een overeenkomst rond hoe de energieprijzen zo correct mogelijk berekend kunnen worden in de indexkorf. Door dat debat af te ronden, voorkomen we dat werkgevers hun nefaste ideeën rond afvlakking van de totale index blijven doorduwen. Ook een indexsprong houden we af als de regering de boodschap krijgt dat loonvorming tot het speelveld van het overleg tussen vakbonden en werkgever hoort.”  

De regering heeft voorlopig nog niet ingestemd met het voorstel van de sociale partners. “Maar we maken ons sterk dat ze dit unanieme signaal van werkgevers én werknemers niet zomaar naast zich neer kan leggen. We houden de druk alleszins op de ketel,” aldus Lieveke Norga.