Persbericht
19-3-2026
Indexsprong: dat werknemers twee keer inleveren kan echt niet door de beugel!
Het gemeenschappelijk vakbondsfront (ACV, ABVV, ACLVB) herhaalt hoe sterk het gekant is tegen de invoering van de gedeeltelijke indexsprong waartoe de federale regering besliste. Door de lonen en uitkeringen te plafonneren zal deze maatregel het beschikbare inkomen van veel werknemers en gepensioneerden rechtstreeks beperken. Nu de energiekosten stijgen, is dit een bijzonder negatief signaal voor alle gezinnen.
De werkgevers halen instant voordeel uit dat plafond. Het is dan ook terecht dat een deel van deze winst terugvloeit naar de sociale zekerheid, via wat de regering een "loonmatigingsbijdrage" noemt. Terwijl een indexsprong – zelfs een gedeeltelijke – de overheid inkomsten uit belastingen en sociale bijdragen ontneemt, die bijdrage in twijfel trekken, zoals sommige werkgeversorganisaties doen, zou de financiering van onze sociale zekerheid langdurig verzwakken.
Het gemeenschappelijk vakbondsfront hamert erop: de werkgevers vrijstellen van deze bijdrage zou een onaanvaardbaar verlies aan inkomsten betekenen voor de sociale zekerheid, wat uiteindelijk zou leiden tot een verlies voor de werknemers zelf, op het vlak van sociale uitkeringen, pensioenen of gezondheidszorg. Door geen loonmatigingsbijdrage aan werkgevers te vragen, dreigt de gedeeltelijke indexsprong opnieuw een cadeau te worden dat werkgevers gewoon in eigen zak kunnen steken.
Het ACV, het ABVV en het ACLVB roepen de regering dus op om niet toe te geven aan de druk van werkgevers. Sinds het begin van de legislatuur heeft de regering gezegd dat ze werk wil “valoriseren". Dat vereist een loonsverhoging, maar ook het behoud van een sterke en solidaire sociale zekerheid.
Ten slotte herinneren de vakbonden eraan dat de regering de sociale partners de opdracht gaf om tegen eind 2026 te werken aan een hervorming van de loonnorm en de automatische loonindexering. Het is dan ook niet aan de regering om stappen te zetten naar een herziening van mechanismen die vooral materie zijn voor het sociaal overleg.
