Trage loonevolutie toont opnieuw aan: loonnormwet moet weg
De lonen in de buurlanden lopen ver voorop, de winsten zijn historisch hoog, maar veel onderhandelingsmarge zal dat niet opleveren. Voor het ACV is het duidelijk: de loonnormwet, in strijd met het internationale arbeidsrecht, moet weg.
Vandaag bracht de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) in het Technisch Verslag 2025 de cijfers uit over het verschil in loonevolutie tussen België en de drie buurlanden Duitsland, Frankrijk en Nederland. Het negatief cijfer (-1.1%) wijst op een tragere loonevolutie in ons land, en laat uitschijnen dat we voor de onderhandelingsronde ’27-‘28 een reële marge voor loononderhandelingen mogen verwachten.
Moeten de werknemers blij zijn met deze loonevolutie die uitzicht heeft op een beperkte marge voor onderhandelingen voor de periode 2027-2028?
Nee, want:
- De helft van de werknemers hebben deze marge voor een belangrijk deel zelf betaald door de indexsprong van de Arizona-regering.
- Het echte verschil tussen de Belgische lonen en de lonen van de buurlanden is veel hoger. De CRB berekent immers ook wat het loonverschil is wanneer er rekening gehouden wordt met de loonsubsidies en alle kortingen op patronale bijdragen. In 2024 had ons land dan al een loonvoorsprong van -3.5%. Als we aan die -3.5% van 2024, de verwachte daling van de ‘officiële’ loonhandicap in 2026 -1.1% toevoegen, komen we aan een loonvoorsprong van 4.6% eind 2026.
Toch mogen de werknemers in 2025-2026 enkel onderhandelen over een beperkte verhoging van de maaltijdcheques met 2 euro en zal er begin volgend jaar een heel wat lagere maximale onderhandelingsmarge vastgesteld worden. De loonnormwet houdt immers alleen rekening met de officiële loonhandicap.
LOONAANDEEL GEZAKT TOT HISTORISCH DIEPTEPUNT
De CRB constateert ook dat het loonaandeel in de toegevoegde waarde gezakt is tot een historisch dieptepunt en de netto rendabiliteit van de ondernemingen zich stabiliseert op 10%, het maximum sinds 1996, op het recordjaar 2022 na.
De vaststelling van stagnerende lonen en een dalend loonaandeel terwijl de bedrijfswinsten hoge toppen blijven scheren leidt tot bevestiging van wat het ACV al jaren weet: werknemers delen onvoldoende in de winst, de grendels moeten af van de loonnormwet. De Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) heeft al in 2022 bepaald dat deze wet in strijd is met de fundamentele internationale arbeidsnorm over de vrijheid van collectief onderhandelen.
Dit is des te meer van belang omdat de index ook steeds minder de reële levensduurte weerspiegelt. De index houdt rekening met de kosten van wonen, maar op een erg beperkte manier. Zo wordt de snelle stijging van vastgoedprijzen niet in rekening gebracht en hebben de huurprijzen een veel te klein gewicht. Ze vertegenwoordigen slechts 6,73% in de indexkorf, terwijl de kosten voor wonen voor veel gezinnen al vlug 20 à 30% van de uitgaven uitmaken.
Het ACV wil dan ook de loonnormwet weg, zodat weer kan worden onderhandeld over de werkelijke loonmarge die oploopt richting 5%.
ACV-voorzitter Ann Vermorgen: ‘De CRB bevestigt wat we al jaren zeggen: onze lonen lopen achter op hoe die in onze buurlanden evolueren. Het reële verschil loopt op tot bijna 5 procent. 5 procent! Terwijl bedrijven grote winsten boeken, gijzelt de loonnormwet de vrije onderhandelingen en dus onze lonen. We merken hoe moeilijk het is om akkoorden in de sectoren te sluiten, het is vechten voor een verhoging van het bedrag van de maaltijdcheques – als je al maaltijdcheques krijgt.’
