“Werken in België was voor mij een logische keuze”
Al meer dan dertig jaar steekt Franck Carpentier (58) de grens over om in België te werken. Na een aantal interimcontracten kwam hij eerst terecht in de textielsector. Ondertussen is hij al heel wat jaren aan de slag in TVH bij de Pre-Packaging, waar hij zich ook engageert als militant voor het ACV. We spraken met hem over zijn traject, de uitdagingen van grensarbeid en zijn engagement in de vakbond.
Waarom heb je gekozen om in België te werken?
Na mijn legerdienst vond ik in Noord-Frankrijk moeilijk werk. Werkgevers vroegen altijd ervaring, die ik toen nog niet had. Mijn schoonvader werkte al in Vlaanderen en via hem ontdekte ik de kansen aan de andere kant van de grens. Hier ging het sneller om een job te vinden en het loon lag duidelijk hoger. Ik werkte eerst via interim jobs, maar toen deze door besparingen werden stopgezet ging ik aan de slag bij Tyberghien in Menen. Zo is mijn traject op de Belgische arbeidsmarkt stap voor stap gegroeid. Ondertussen werk ik al heel wat jaren bij TVH in Waregem.
Werken in België is je duidelijk goed bevallen?
Absoluut! Hier is er veel meer werkzekerheid dan in Noord-Frankrijk. Daar heerst veel werkloosheid en armoede. In België heb je veel meer kansen, ook vandaag nog. Drie van mijn vier kinderen werken inmiddels zelf ook in Vlaanderen.
Het loon in België is ook veel beter dan in Frankrijk. In Frankrijk eindig je vaak met het absolute minimumloon, en dan is je loon sneller op dan de maand voorbij is. Voor heel veel mensen die in Noord-Frankrijk werken, is het onmogelijk om ook maar iets aan de kant te zetten, of zelfs wat over te houden om boodschappen te doen. Dat is zeker niet de uitzondering.
Wat zijn naast werkzekerheid en salaris nog verschillen?
Het werk op zich is niet veel anders in België als in Frankrijk. Ook de sfeer tussen collega’s onderling verschilt niet zoveel. Er zijn wel een aantal grote verschillen. Een wettelijk bepaalde index, eindejaarspremie, vakantiegeld … bestaat eigenlijk niet standaard in Frankrijk. Omgekeerd heb je er wel meer wettelijk verlof dan in België. Maar voor mij weegt dat niet op tegen de voordelen om de grens over te steken.
Taal is een uitdaging, vooral in het begin. Ik volgde zelf lessen Nederlands, maar de begrippen en dialecten op de werkvloer leer je daar niet. Ik heb ervaren dat als je zelf bereid bent om inspanningen te doen alles uiteindelijk in orde komt. Ik doe inspanningen om Nederlands te begrijpen en te praten, en mijn collega’s doen inspanningen om Frans te spreken. We vinden elkaar vlot op dat vlak en er zijn altijd wel oplossingen. Gewoon ‘goeiedag’ of ‘bonjour’ opent soms al veel deuren.
Het lijkt me niet eenvoudig om zowel rekening te moeten houden met de Franse en de Belgische wetgeving.
Vandaag is het al wat minder complex dan vroeger. Vroeger moest je bij elke werkgeverswissel speciale documenten invullen voor de sociale zekerheid bijvoorbeeld. Nu is dat eenvoudiger geworden. De belastingen blijven wel complex en Frankrijk heeft ook een andere pensioenregeling dan België. Ook op vlak van mutualiteit zijn er verschillen.
Maar eerlijk … als lid van de vakbond heb ik daar persoonlijk weinig last van. Daarvoor kan ik op de ondersteuning rekenen van de specialisten bij het ACV die bezig zijn met grensarbeid. Als ik vragen heb, dan zijn ze er om mij te helpen en de weg te wijzen. Zonder hun ondersteuning zou het een stuk minder eenvoudig zijn.
Je bent verkozen als vakbondsvertegenwoordiger voor het ACV in TVH. Waarom de keuze om je daarvoor te engageren?
Ik ben lid geworden van het ACV toen ik aan de slag was in de textielsector, een zeer onzekere sector. Een ACV afgevaardigde sprak me toen aan omdat ze vertegenwoordigers zochten voor de Franse collega’s, en zo was ik vertrokken.
Bij TVH was ik de eerste Franse militant. Intussen heb ik al heel wat extra collega’s warm kunnen maken. We zijn met zeven Franse afgevaardigden. In TVH werken een 700-tal arbeiders, waarvan de helft Franstalig is. Het is dus belangrijk dat deze groep ook correct vertegenwoordigd wordt. Franstalige collega’s stappen makkelijk naar me toe met vragen. Dat vind ik belangrijk: mensen helpen, dat is voor mij de essentie van het ACV.
Duidelijke, toegankelijke informatie is een noodzaak. Je vindt informatie wel online, maar vaak is het heel versnipperd en ingewikkeld. Mensen moeten snel kunnen begrijpen welke rechten ze hebben en hoe beide landen samenwerken voor zaken zoals belastingen en pensioen.
Hoe zie jij zelf de toekomst van grensarbeid in West-Vlaanderen?
Ik ben alvast van plan om in België te blijven werken tot aan mijn pensioen. Ik voel me thuis op de Belgische werkvloer. Ondanks het feit dat er inspanningen gedaan worden in Noord-Frankrijk en er nieuwe sectoren hun intrede doen, blijft de werkloosheid er hoog en de arbeidsvoorwaarden veel minder interessant. Mijn broer werkt in Frankrijk, heeft daar een kaderfunctie en toch verdien ik als arbeider hier bijna evenveel. Dat zegt genoeg. Grensarbeid zal ook in de toekomst nog heel wat kansen bieden.
Hoe gaat jouw onderneming om met verschillen op de werkvloer? Vormt taal soms een uitdaging? Je staat er niet alleen voor! De Samenwerkers van het ACV ondersteunen jou graag bij het uitbouwen van een inclusief (taal)beleid. Met praktische tips en begeleiding op maat helpen ze jou om van diversiteit een echte troef te maken. Neem contact op via Samenwerker.West-Vlaanderen@acv-csc.be.
Foto: Dimitri De Munck (ACV syndicaal verantwoordelijke grensarbeiders Frankrijk) en Franck Carpentier (grensarbeider en ACV-militant)
