Meer dan solidair - Samen voor onmisbaar openbaar
Met de woelige internationale politiek op de voorgrond, blijft het speelveld open voor de regeringsmaatregelen die de burger in ons eigen land keihard raken. En ja dan gaat het ook over hoe al het overheidspersoneel en dus de publieke dienstverlening aanpakt.
Het mantra ‘meer met minder’ blijft ondanks dat de kaasschaaf het bot bereikt heeft genadeloos doorgaan. Intussen is een grote wonde gemaakt die sowieso -in het beste geval- een groot litteken in de samenleving achterlaat.
Ilse Heylen, voorzitter ACV Openbare Diensten: “De goedkope retoriek dat er nog “vet op de soep” zit, is niet alleen fout, maar ronduit gevaarlijk voor de veiligheid en gelijkheid van elke burger en de economische stabiliteit. Het is hoog tijd dat er wordt geïnvesteerd wordt in openbare diensten in plaats van voortdurend kortzichtig te besparen.”
Op Vlaams niveau wordt het vizier steevast op VDAB en de Lijn gericht, waar respectievelijk nog eens 80 miljoen en 35,5 miljoen bespaard wordt. Federaal zal men selectief vervangen à rato van 2 op 5 tot de ondoordachte besparingsdoelstellingen worden bereikt. Statutaire werving wordt ontmoedigd, zeg maar onmogelijk gemaakt, door de werkgeversbijdrage op te trekken tot 38%. Op lokaal niveau vangt men de klappen op van federaal wanbeleid als het gaat om de beperking van de werkloosheid in de tijd en zien we de uitbestedingen en privatiseringen voortdurend de kop op duiken. Ondanks meerdere bewijzen dat die uitbestedingen en privatiseringen geen meerwaarde betekenen, laat staan een besparing.
Het is meer dan hoog tijd dat de politiek de enorme maatschappelijke waarde van publieke dienstverlening correct inschat. Openbare diensten zijn geen kostenpost, maar een investering in de samenleving. Elke dag opnieuw maken publieke dienstverleners het verschil voor duizenden burgers. Ze zijn er bij rampen en ziekte, bij armoede en zorg, bij opvoeding, bij mobiliteit, huisvesting, …
Ilse Heylen, voorzitter ACV Openbare Diensten: “De hardwerkende burger is het grootste slachtoffers van dat genadeloos gesnoei en dus de hele samenleving. De hulpverlening voor wie in nood is of voor wie het moeilijk heeft, wordt trager en minder toegankelijk, veiligheid wordt minder gegarandeerd, zorg wordt onpersoonlijk, mobiliteit wordt onbetrouwbaar en onderwijs wordt minder inclusief.”
En uiteraard is ook het overheidspersoneel zelf slachtoffer. Uit een onderzoek van ACV Openbare Diensten blijkt dat 75% van hen trots is om in de openbare sector te werken. Toch geeft 51.5% aan uit te kijken naar andere jobmogelijkheden omdat ze niet de kwaliteit kunnen afleveren die ze graag willen afleveren. 70% van hen is tussen 25 en 45 jaar. Bijna 40% geeft aan dat ze te weinig tijd hebben om hun takenpakket af te werken en 60% vreest dat ze de job niet zullen volhouden tot de pensioenleeftijd.
Ilse Heylen: “En toch wordt er nog maar eens geknipt in mensen en middelen. Denk maar aan de constante aanval op het pensioen van het overheidspersoneel. Dit moet echt stoppen. De overheid moet zich tonen als een goeie werkgever en haar personeel met meer respect behandelen. Dat komt niet alleen het personeel, maar elke inwoner van ons land ten goede.”
We zijn op 26 januari dan ook meer dan solidair met het spoorpersoneel. We blijven op de nagel kloppen voor een kwaliteitsvolle dienstverlening voor de burger, via voldoende mensen en middelen en via respect voor het overheidspersoneel met oog voor werkbaar werk.
Openbaar is onmisbaar.
