In het oog van de Coronastorm
In het Universitair Ziekenhuis Gasthuisberg in Leuven is het alle hens aan dek. Hoe is dat voor de personeelsleden die er werken? En wat kunnen onze ACV-militanten voor hen doen? Frederic Guns, verpleegkundige op Intensieve Zorgen en nachtsupervisor Kritieke Diensten, en Bo Loosen, verpleegkundige, beiden ACV-militant, beantwoorden met plezier onze vragen na een drukke werkshift.
Jullie zitten wellicht in het oog van de Coronastorm…
Bo: ‘Het ziekenhuis heeft zich heel goed voorbereid in de aanloop naar de toevloed van patiënten. Er is enorm veel werk verzet door heel veel mensen.’
Frederic: ‘Om aparte Covid-afdelingen te creëren, waar Covid-patiënten worden opgevangen die geen intensieve verzorging nodig hebben, heeft het ziekenhuis 3 psychiatrische afdelingen moeten herlokaliseren. Daarvoor was een enorme verhuisbeweging van die patiënten nodig, en een enorme inzet van onze technische diensten om daar ziekenhuisbedden van te maken.’

(c) UZ Gasthuisberg
Hoe druk is het op Gasthuisberg?
Bo: ‘Op de gewone Covid-diensten was het in het begin heel hectisch. Ook qua personeelsbezetting zijn dit nieuw samengestelde afdelingen. Dat personeel moet nog leren om met elkaar samen te werken. Op een gewone afdeling waar je al jaren samenwerkt, kan je bij problemen perfect op elkaar inspelen. Als op je eigen afdeling iemand heel erg achteruitgaat, weet iedereen wie wat moet doen en waar alles staat.’
Frederic: ‘De drukte is nu overgeslagen op de intensieve diensten en de spoedgevallen. Op intensieve zorgen hebben we eerst een hele langzame progressie gehad in het aantal bezette bedden. In het begin liepen de kritiek zieke patiënten gradueel binnen. Dat is voorbij. Nu komen ze vaak allemaal tegelijk.’
Bo: ‘De mensen daar staan al weken onder druk. Op de intensieve diensten begint nu echt het water aan de lippen te staan. Ten eerste krijgen ze allemaal zware pathologieën binnen, waarvan niemand weet hoe dat verder zal verlopen, en ten tweede is er de kans dat veel van die patiënten zullen overlijden. Een overlijden is voor verpleegkundigen sowieso psychisch zwaar. Maar wanneer familieleden geen afscheid mogen nemen, wordt het extra zwaar. We zijn en blijven verpleegkundigen en een mens is voor ons geen object of een zoveelste nummer. We leven mee met die familie. Als er nu iemand sterft, weet je: twee mensen zien die dode nog en dan gaat en blijft de zak dicht. Dat heeft mentaal een grote impact voor diegenen die die persoon verzorgd hebben.’
Frederic: ‘De nieuw geopende afdelingen intensieve zorgen voor Covid-patiënten hebben ook veel minder inlooptijd. Op die intensieve afdelingen werken nu veel mensen die van heel andere diensten komen. We hebben enorm veel mensen moeten opleiden. Mensen die al jaren niet meer aan een bed gestaan hebben en die nu opnieuw in de zorg moeten stappen, hebben dat echt nodig. We zagen dat veel van die mensen met enorm veel angst naar onze afdeling kwamen. Mensen die me vertelden dat ze een heel weekend niet geslapen hadden, dat ze hadden moeten braken van de schrik. Zo kwamen ze aan om bij ons te leren, maar één meegedraaide shift later was dat al helemaal omgekeerd. As je de kans en de tijd hebt om die mensen goed op te vangen en ze hun angsten te laten overwinnen, dan zien ze dat je op intensieve zorgen in veilige omstandigheden kunt werken en dat je het benodigde materiaal hebt. Maar nu moeten die nieuwe medewerkers op intensieve zorgen veel sneller upgraden naar volledig meedraaien. Ik kan me best voorstellen dat de mensen schrik hebben. Angst kan positief zijn en adrenaline geven zodat je extra alert bent. Maar angst is echt alomtegenwoordig.’
Van angst gesproken… is er voldoende beschermingsmateriaal voor jullie?
Frederic: ‘Op intensieve zorgen in elk geval wel.’
Bo: ‘Ik denk dat Gasthuisberg nog wel een tijdje verder kan. Ze hebben natuurlijk wel last gehad van maskers die niet conform de voorwaarden bleken te zijn, ze beschermen niet voldoende. Ik denk dat we het wel zouden weten als er een bevoorradingsprobleem zou zijn. We hebben een goede interne preventiedienst waar ik alle vertrouwen in heb. Die zou zeker bij ons als syndicale delegatie aan de alarmbel trekken als er een probleem is.’

Veiligheid is bij jullie bij uitstek een zeer groot issue. Er zijn heel wat beschermende maatregelen nodig. Hebben jullie daarin als syndicaal afgevaardigde een rol kunnen spelen?
Bo: ‘De gewone overlegorganen liggen nu natuurlijk zeer moeilijk, gewoon door het feit dat we op een afstand van elkaar moeten blijven. Op de Ondernemingsraad zitten we normaal met 50, 60 man, dat is nu niet meer mogelijk. We hebben met onze directie afgesproken dat wij één keer per week – en vaker als er iets dringends is - een structureel overleg hebben. Daar hebben we toch een en ander kunnen aanbrengen. Bijvoorbeeld over veiligheid, over het screenen van patiënten en personeel. Wij zijn sterk vragende partij om al het personeel te screenen. Dat zou rust brengen bij het personeel. Op intensieve afdelingen weet je dat je de nodige materialen hebt, dat je veilig bent. Maar ook buiten de Covid-afdelingen zijn een aantal patiënten positief, die door de mazen van het net geglipt zijn. Op de gewone afdelingen is er daardoor veel meer onzekerheid bij het personeel, en die knaagt aan de mensen. Ook dat je de laatste tijd hoort van jonge mensen die sterven aan corona en dat het soms heel snel kan gaan, maakt dat de schrik er meer in zit.’
‘Ik heb wel de indruk dat er geluisterd wordt naar wat we aanbrengen. Zo hebben nogal wat verpleegkundigen emotioneel gereageerd op het hamstergedrag in de winkels. Verpleegkundigen die uit de nacht kwamen, moesten vervolgens nog uren gaan winkelen op zoek naar eten. We hebben dat besproken met onze directie, en die is heel actief op zoek gegaan naar een oplossing. Nu komt Colruyt de boodschappen van de mensen op de campus leveren.’
‘ We hebben daarnaast ook mee aan de kar getrokken voor het psychologisch aspect. Daardoor is er hier in huis een hele procedure uitgewerkt rond psychologische ondersteuning. Er komen nu elke dag psychologen op de Covid-afdelingen om te kijken of mensen nood hebben aan mentale ondersteuning. En er is een nummer waar mensen naar kunnen bellen als ze het moeilijk hebben. Op dat vlak luistert de werkgever wel naar het personeel.’
Krijg je veel vragen van collega’s?
Bo: ‘Ja, heel de dag door loopt er regelmatig iemand binnen of krijg ik telefoons. Ik zeg wel eens: ik ben heel de dag bezig met mensen gerust te stellen. Want daar gaat het meestal om: mensen geruststellen. Ik ben blij dat onze collega’s daarvoor de weg naar ons vinden. En onze collega’s zijn ook blij om te horen dat wij als vakbond mee aan de kar trekken om te zorgen dat alles zo goed mogelijk verloopt voor het personeel.’
'Het hot item dat nu leeft is: wat met ons verlof dat we gepland hadden? Enerzijds wordt sommige mensen gevraagd om hun aangevraagde verlof te schrappen omdat ze nodig zijn op de diensten van intensieve of op de Covid-unitsMaar er zijn ook mensen die een wat groter verlof buiten de zomervakantie plannen. Je zal maar de pech hebben dat je dat net nu hebt gepland, en je nergens naartoe kunt. Mensen krijgen een voucher van hun luchtvaartmaatschappij, maar als ze hun verlof niet mogen behouden zijn ze daar niks mee. Dergelijke vragen leven echt bij de mensen en zorgen voor onrust. Wij hebben dit aan de werkgever meegegeven. Het probleem is natuurlijk dat de werkgever na deze crisis een heel grote inhaalbeweging zal moeten maken voor de activiteiten die nu geschrapt zijn. Ook daar zal veel personeel voor nodig zijn. Wij willen een oproep doen aan de werkgever om daar billijk naar te kijken, want na heel deze crisis zullen de mensen rust nodig hebben om weer energie op te doen. Het zou heel slecht zijn moesten we van een hele zware Covid-periode overgaan naar een zeer zware periode om de achterstand in te halen.’
Frederic: ‘Mijn vakbondssecretaris kan zijn werk in twee grote groepen kan opdelen. Enerzijds zijn er de mensen die betrokken zijn bij de Covid-afdelingen en die heel hard moeten werken, anderzijds zijn er de mensen die plots zonder werk zijn gevallen en dat in de meest optimale omstandigheden willen doormaken.’
(c) UZ Gasthuisberg
Zijn er veel werknemers die op dit moment niet kunnen werken?
Bo: ‘Dit is natuurlijk een heel groot huis, dus de cijfers zijn indrukwekkender dan in een kleine instelling. Er zijn een kleine duizend mensen thuis telewerk aan het doen, daar is maximaal op ingezet. Maar er zijn uiteraard een aantal diensten gesloten, zoals het ambulant centrum. Heel wat van de werknemers van die diensten zijn heringeschakeld op de nieuwe Covid-units en op intensieve zorgen. Hoeveel mensen er nu precies thuis zitten zonder prestaties weet ik niet, maar het zijn er een heel aantal.’‘Er is een afspraak gemaakt dat we mensen de kans geven om op vrijwillige basis hun openstaande overuren of ADV-dagen in te zetten als hun dienst gesloten is en ze niet onmiddellijk ingezet kunnen worden in de rest van het ziekenhuis. Zo heb je het minste loonverlies als je thuis moet blijven. Maar het begint lang te duren en de overuren en ADV-dagen beginnen op te raken. Vanuit onze syndicale werking zijn wij van mening dat die mensen thuis gezet moeten worden zonder prestaties, met behoud van loon. Dat hebben we zo aan de werkgever meegedeeld.’
Frederic: ‘Tegelijkertijd wordt aan de getrainde intensieve zorgen-verpleegkundigen gevraagd hoe we meer zouden kunnen werken. Persoonlijk heb ik gezegd dat ik mijn ADV-dagen niet nodig heb zo lang de crisis duurt. Dat is persoonlijk. Als vakbond hebben we er heel erg de nadruk op gelegd dat alles in overleg dient te gebeuren. Er zijn ook veel collega’s met een laag tewerkstellingspercentage. Willen zij tijdelijk meer werken? We lopen tegen de beperkingen van het tijdskrediet aan. De RVA legt immers voorwaarden op wanneer je meer uren presteert terwijl je een vergoeding krijgt van de overheid. We willen niet dat die mensen nu extra gestraft worden en hun vergoeding kwijt raken.’
Bo: ‘We willen er als syndicale delegatie ook wel op toezien dat deze Covid-periode niet gebruikt of misbruikt wordt om dingen te doen die je anders als werkgever of leidinggevende niet zou durven te doen. We hebben net een discussie gehad over het inzetten van verlofdagen om thuis te blijven als er geen werk voor je is. Daar hebben wij heel sterk de lijn getrokken: we zitten in een moeilijke periode maar voor ons blijven alle wetgeving rond arbeidstijd en alle cao’s die we hebben afgesloten rond uurroosters gelden.’
‘We hebben de werkgever ook meegegeven dat we ons zorgen maken over het feit dat verpleegkundigen en andere beroepsgroepen hier in huis zeer gedreven zijn. En zeker als er zich zo’n crisis voordoet, blijven ze gaan en gaan en gaan. De directie moet toch zeer voorzichtig zijn dat ze mensen niet in overdrive laat werken, want we hebben ze voor een aantal weken of misschien maanden nodig om in deze toestand te werken. De mensen moeten ook voldoende rust krijgen. Ik hoor collega’s vertellen dat ze 4 à 5 weekends na elkaar hebben gewerkt. Ik vind dat niet oké, zelfs niet in deze periode. Je weet dat die mensen vroeg of laat gaan crashen en dan ben je ze voor veel langer kwijt.’
Hoe zorgen jullie ervoor dat jullie het volhouden?
Frederic: ‘De grote valkuil op dit moment is: het is corona op het werk, het is corona op het nieuws, het is corona op je gsm. We moeten van tijd tot tijd afstand nemen, af en toe een lavement in ons hoofd toepassen.’
Bo: ‘We hebben met de syndicale kern een whatsapp-groepje. Als ik weer een whatsapp-bericht zie passeren, zeg ik wel eens tegen mijn ploeg: mannekes, als je in het weekend thuis bent, laat het dan maar eventjes los. Het wordt inderdaad moeilijk om je hoofd leeg te maken. Mensen zijn zeer, zeer moe aan het worden en de adrenaline van de beginperiode begint op te raken. Mensen zien ook nog geen einde. Dat is ook waarom we aan de werkgever gezegd hebben dat ze er alert op moeten zijn dat mensen gewoon de uren presteren die ze normaal doen, en geen extra uren want dat gaat op termijn tegen ons werken, denk ik.’
Heeft de werkgever daar oren naar?
Frederic: ‘Ja, dat denk ik wel. De directie zorgt er echt wel voor dat wij voldoende volk hebben en dat de werkdruk aanvaardbaar is. Dat geeft toch wat rust. Ze doen er echt hun best voor: we krijgen hier doctoraatsstudenten en artsen die het werk van verpleegkundigen doen. Het simpele werk. Want veel werk op intensieve is heel specifiek. ‘
Bo: ‘Wij hebben als vakbond aan de directie gezegd: vertel ons wat je wil doen, ook als dat dingen zijn waar wij het syndicaal moeilijk mee zouden hebben. Wij willen in overleg gaan. We moeten in deze periode niet in een syndicale kramp schieten. Ons doel is: de mensen vooruit helpen, niet koste wat het kost op onze strepen staan. Een voorbeeld. We werken hier niet met interimcontracten, we zijn daar tegen. Maar vanuit de facilitaire dienst is er de vraag om dat in deze periode toch te doen voor de schoonmaak. Wel, als daar goede afspraken rond gemaakt worden en als dat ook beperkt blijft tot de periode waar we nu in zitten, dan houden wij dat niet tegen. Die reflex moet je als syndicaal afgevaardigde kunnen hebben. Net zoals ik van de werkgever vraag dat hij niet in een werkgeverskamp schiet. We zitten in een zeer uitzonderlijke situatie, laten we allemaal samen naar oplossingen zoeken waar iedereen zich in kan vinden. Zoals bijvoorbeeld voor die vakantiedagen. Laat ons tot een oplossing komen waarbij een deel van die vakantiedagen overgezet kan worden naar de tweede heft van het jaar of misschien het volgende jaar.’

