623 dagen later ... eindelijk een federale regering

Beste Vivaldi-regering, zijn jullie niks vergeten? 

Het voorbije anderhalf jaar was een bijzonder moeilijke periode voor ons land. De regeringsvorming volgend op de verkiezingen van 26 mei 2019 was alweer een werk van bijzonder lange adem die veel onzekerheid opriep bij burgers en bedrijven. Bovendien werd de wereld niet veel later geconfronteerd met een historische gezondheidscrisis.

Er ontstond een ongezien wantrouwen in het politieke systeem en dat op een moment dat het vertrouwen in de politiek al op een laag pitje stond. We hadden nood aan een krachtdadige regering om de Covid-epidemie het hoofd te bieden. Helaas. Het partijbelang primeerde bovenop de gezondheid van alle burgers. Het enige dat werkelijk regeerde was het wantrouwen.

Nu er eindelijk een volwaardige regering op de been is gebracht, heerst dan ook vooral een gevoel van opluchting. 

Er kan eindelijk terug een beleid op lange termijn worden opgebouwd, de ad hoc oplossingen behoren daarmee -hopelijk- tot het verleden. Met tevredenheid lees ik in het regeerakkoord dat er eindelijk de nodige aandacht is weggelegd voor de zorgsector en de openbare sector. Niet meer dan terecht gezien de jarenlange onderfinanciering en vooral gelet op hun cruciale rol in het opvangen van de gevolgen van de coronacrisis.

Mijn optimisme is echter een kritisch optimisme. 

1. In het bijzonder ben ik bezorgd over de stiefmoederlijke behandeling van de industriesectoren in dit regeerakkoord.

Is de Vivaldi-regering vergeten dat ook de werknemers in de industriële sectoren voor het grootste deel blijven werken zijn tijdens de corona-periode? Ook hun inspanningen waren essentieel en dat in vaak moeilijke omstandigheden. Voor deze werknemers en hun bedrijven vind ik echter weinig zekerheden terug in dit regeerakkoord en dat baart me zorgen. Een echt relancebeleid is ook voor deze sectoren broodnodig voor hun overleven.

2. Covid-19 heeft de kwetsbaarheid van onze economie bewezen, de afhankelijkheid van buitenlandse productie en afzet werden pijnlijk duidelijk. 

Ook de maakindustrie is een onontbeerlijk onderdeel van een gezonde economie en nog steeds een belangrijke factor van werkgelegenheid en welvaart. Industriële arbeid staat vaak gelijk met zware arbeid, zowel fysiek als naar arbeidsomstandigheden (nachtwerk, ploegenarbeid, veiligheid, …). Voor werknemers uit deze sectoren is de steeds weer herhaalde boodschap van ‘langer werken’ een zeer zware dobber die leidt tot ongerustheid en moedeloosheid.

3. Ik betreur dan ook dat het regeerakkoord hier weinig tot geen aandacht aan schenkt en geen antwoord biedt op de terechte vragen naar een perspectief op een werkbare loopbaan.

Concreet: ook wie dit soort industriële arbeid verricht moet op een gezonde en haalbare manier zijn of haar pensioen bereiken. Op de koop toe werd het dossier ‘zware beroepen’ al helemaal vergeten in dit regeerakkoord. Het spreekt dus voor zich dat ik met dergelijk akkoord op mijn honger blijf zitten.

Het eerste werk van deze regering moet er dan ook in bestaan om de geslagen wonden te helen en het vertrouwen te herstellen. De teksten van het federale regeerakkoord en de eerste communicaties van de regering De Croo klinken alvast heel hoopvol. De stijlbreuk met het vorige beleid is opvallend. Zo wordt het sociaal overleg opnieuw erkend in zijn belangrijke maatschappelijke en economische rol. De werknemer krijgt opnieuw zijn verdiende plaats naast ondernemer en investeerder als motoren van de welvaart.

Waar polarisatie en conflict nog de ordewoorden waren van de vorige regering spreken de huidige beleidsmakers van verbinding en solidariteit. Woorden die tot het DNA van onze vakbond behoren. Dit alles stemt me hoopvol en lijkt me alvast een goede basis om het geloof en vertrouwen in de politiek te herstellen. Maar beste militant, laat het duidelijk zijn dat ik waakzaam en kritisch blijf. ACV-CSC METEA zal erop toezien dat de industriewerknemer respect krijgt van deze regering. Want wij vergeten niemand.

 

William Van Erdeghem

Voorzitter ACV-CSC METEA

 




 


Personalization