Verlof voor medische bijstand

Als werknemer heb je recht op verlof om een zwaar ziek gezins- of familielid te verzorgen. Dit zorgverlof is 1 van de 3 soorten thematisch verlof.

Vormen

Je kan je loopbaan volledig onderbreken tijdens maximum 12 maanden per patiënt. Dit moet in periodes van minimum 1 maand en maximum 3 maanden. Als je je arbeidsprestaties gedeeltelijk vermindert, is de maximale duur per patiënt 24 maanden. Ook dan moet dat in periodes van minimum 1 maand en maximum 3 maanden.

Verder hangt het af van je werkregime:

  • Als je voltijds werkt, kan je je werk volledig onderbreken of met 1/5 verminderen.
  • Als je minstens 3/4de werkt, kan je je arbeidsprestaties verminderen tot halftijds.
  • Werk je minder dan 3/4de, dan kan je enkel volledig onderbreken.

En de grootte van het bedrijf waar je werkt: werk je in een bedrijf dat minder dan 10 werknemers telt? Dan kan je ook enkel je werk volledig onderbreken.  

Aanvraag

Je dient een schriftelijke aanvraag in bij je werkgever (aangetekend of tegen ontvangstbewijs). Dat moet minstens 7 dagen voor de ingangsdatum van het verlof.

Je voegt een attest van de behandelend dokter toe waarin je verklaart de zieke persoon te verzorgen. Je vermeldt in de aanvraag ook de periode waarin je het werk wil onderbreken of verminderen. Om organisatorische redenen heeft de werkgever 2 werkdagen bedenktijd om het verlof uit te stellen. De duur van het uitstel is maximum 7 dagen.

Je vindt alle documentatie voor verlof medische bijstand op de website van de RVA.

Loon en uitkering

Tijdens het verlof voor medische bijstand krijg je geen loon van je werkgever, maar krijg je wel een uitkering van de RVA. Die uitkering is forfaitair. Ze is dus niet gebaseerd op je loon.

Goed om te weten

  • Onder 'zwaar ziek' verstaat men iedere ziekte die door de behandelend arts als dusdanig wordt beschouwd.
  • Een 'gezinslid' is iedere persoon die met je samenwoont (onder hetzelfde dak leeft).
  • ‘Familieleden’ zijn in de eerste plaats je bloedverwanten tot de tweede graad: ouders en grootouders, kinderen en kleinkinderen, broers en zussen. Ook aanverwanten tot de eerste graad komen in aanmerking: schoonouders, stiefouders, stiefkinderen en de echtgenoten van de kinderen. Als je wettelijk samenwoont, worden ook de ouders en de kinderen van jouw wettelijk samenwonende partner als je familieleden beschouwd.

More Info

Personalization