Flexi-jobs

©Shutterstock

Flexi-jobs zijn in het leven geroepen om naast je gewone job of tijdens je pensioen te kunnen werken. Opgelet wel, er zijn ook nadelen.

Voorwaarden

  • Je mag een flexi-job uitoefenen als je voor minstens 4/5 bij een of meerdere andere werkgevers tewerkgesteld bent. Dat moet het geval zijn in het derde kwartaal voorafgaande aan de flexi-job. Wil je bijvoorbeeld op 1 juli werken met een flexi-job, dan moest je in de periode van oktober tot december van het voorgaande jaar minstens 4/5 werken.
  • Ben je gepensioneerd, dan mag je sowieso een flexi-job uitoefenen, ongeacht het statuut je voorafgaand aan je pensioen had.
  • Flexi-jobs zijn uitsluitend toegelaten in de horeca, bakkerijen, handel in voedingswaren en zelfstandige kleinhandel, middelgrote levensmiddelenbedrijven (zelfstandige supermarkten), grote kleinhandelszaken, warenhuizen, kappers en schoonheidsverzorgers.
  • De wetgeving voorziet geen maximum aantal uren dat als flexi-jobwerknemer gewerkt mag worden. De Europese richtlijn arbeidsduur verbiedt evenwel meer dan voltijds te werken.

Opgelet wel!

De werkgever betaalt slechts een werkgeversbijdrage van 25% op het flexi-loon, voor de werknemer is het flexi-loon vrijgesteld van sociale bijdragen en belastingen. Voor de werkgever is het flexi-loon en de werkgeversbijdrage een aftrekbare beroepskost. 

Het nettoloon lijkt interessant, maar er zijn ook nadelen:

  • Het systeem van flexi-jobs is een systeem van prestaties op aanvraag. Er is geen garantie op een minimum aantal uren, noch een loongarantie.
  • Je bouwt geen rechten op een eindejaarspremie op. Neem je verlof? Dan heb je noch enkel, noch dubbel vakantiegeld.
  • Het minimum flexi-loon ligt lager dan de sectorale lonen. De werkgever moet de classificatie niet toepassen: 2 werknemers in dezelfde functie kunnen een verschillend loon hebben.

Als flexi-jobber bouw je gedeeltelijke sociale zekerheidsrechten op, maar deze worden mee gefinancierd door vaste werknemers.  Flexi-jobs betekenen niet alleen sociale achteruitgang, maar vormen ook een bedreiging voor vaste tewerkstelling.

Nadat ze maandenlang de hete aardappel terug naar de sociale partners had gekaatst, nam de regering in april eindelijk initiatief in de vastgelopen loononderhandelingen. De discussie over de verdeling van de welvaartsenveloppe werd dan definitief losgekoppeld van het loonoverleg.

Op 13 april werd een voorstel voor de welvaartsvastheid aan de Groep van 10 overgemaakt. Een groot deel van de verbeteringen gaat in op 1 juli.

Het budget van ruim 700 miljoen euro om de laagste uitkeringen welvaartsvast te houden (bovenop de index), had al in september 2020 verdeeld moeten zijn, maar de werkgevers weigerden daarover tot een akkoord te komen zolang er geen afspraken waren over de lonen. 

Uiteindelijk werden de verhogingen voor onder meer de ziekte- en werkloosheidsuitkeringen, vervangingsinkomens en minimumpensioenen dan toch afgeklopt.

Waar gaat het precies over en hoe wordt de welvaartsenveloppe verdeeld?

Regeringsvoorstel

Op 13 april werd aan de Groep van 10 een voorstel overgemaakt voor de welvaartsvastheid. De krachtlijnen van dat voorstel zijn:

  • De regering stelt voor de werknemers de volle 625,2 miljoen euro ter beschikking. 
  • Voor de bijstand wordt 87,2 miljoen euro voorzien en voor de zelfstandigen 96,1 miljoen.
  • Voor ziekte, invaliditeit, arbeidsongevallen en beroepsziekte neemt de regering voor de werknemers het deelakkoord van januari over.
  • Voor de werknemerspensioenen en de uitkeringen van de RVA bouwt de regering voort op het akkoord voor 2019 - 2020 en stelt ze nu gelijkaardige maatregelen als toen voor. 
  • Voor de bijstand en de zelfstandigen werden geen concrete voorstellen op tafel gelegd.
  • De meerkost voor de tijdelijke werkloosheid mag niet ten laste komen van het Sluitingsfonds.

Bijsturingen

De sociale partners kwamen overeen om volgende bijsturingen te vragen.  

  • Op het budget voor de ziekte- en invaliditeitsuitkeringen was voor 2021 nog wat geld over. Dat laat  toe het vakantiegeld (inhaalpremie) in 1 stap te verhogen voor personen met gezinslast met 80 euro vanaf mei 2021.
  • De verhoging van de pensioenplafonds en het minimumrecht per loopbaanjaar voor de werknemerspensioenen gaat in op 1 januari 2022.
  • Er komt geld vrij voor een hogere uitkering voor 1/10 ouderschapsverlof en voor 1/5 tijdskrediet voor de zorg voor een kind
  • Voorstel is om voor de sociale bijstand het het leefloon, de inkomensvervangende uitkering (personen met een handicap) en de IGO voor bejaarden elk met 2% te verhogen op 1 juli 2021. 

De regering engageerde zich om een unaniem advies van de sociale partners te respecteren. We mogen dus aannemen dat voor de werknemers volgende verbeteringen er zullen komen (telkens bruto).

Ontdek meer over de verbeteringen voor:

 
Tijdelijk werklozen

Verhoging van het minimum met 3,5% op 1 juli 2021.Dat is op maandbasis een verhoging met 50,59 euro, tot een nieuw maandbedrag van 1.495,93 euro (bruto). Het berekeningsplafond gaat met 1,1% omhoog (gelijk aan de loonnorm voor 2019-2020). 

Volledig werklozen

Op 1 juli 2021 worden voor de werkloosheids- en beschermingsuitkeringen de minima en de forfaitaire uitkeringen als volgt aangepast:

  • Gezinshoofden + 3,5% (= + 47,50 euro per maand), wat het minimum voor een gezinshoofd op 1.404,70 euro brengt.
  • Bevoorrechte samenwonenden ook + 3,5%.
  • Alleenstaanden + 2,4112% (= + 26,81 euro per maand), wat het minimum op 1.138,57 euro brengt.
  • Gewone samenwonenden: de diverse minima (afhankelijk van de werkloosheidsduur) gaan allen meet 2% omhoog.

De inschakelingsuitkeringen gaan procentueel evenveel omhoog, zij het toegepast op lagere minima.

De regering had trouwens al eerder voor 1 januari 2022 een bijkomende verhoging van de minima met 1,25% voorzien, buiten de welvaartsvastheid om. Op 1 januari 2023 en 1 januari 2024 komt er telkens opnieuw 1,25% bij.  

In één beweging gaan de RVA-forfaits voor de jeugdvakantie, de seniorvakantie en de onthaalouders ook opnieuw met 2,4112% omhoog op 1 juli 2021.

Alle berekeningsplafonds stijgen opnieuw met 1,1% (= loonnorm 2019-2020) vanaf 1 juli 2021, behalve voor de SWT’ers die net als vorige keer met 1% stijgen. De uitkeringen worden ook voor de bestaande gevallen herberekend. 

Zieken en invaliden

Op voorstel van het ACV is er een een extra inspanning voor de minima voor personen met gezinslast. De minima worden als volgt verhoogd vanaf 1 juli 2021:

  • Regelmatige werknemers met gezinslast + 2,5% (= + 40,35 euro per maand), wat het minimum op 1.654,43 euro brengt.
  • Alleenstaande regelmatige werknemers: + 2% (= + 25,83 euro per maand), wat het minimum op 1.317,51 euro brengt. 
  • Samenwonende regelmatige werknemers: + 2% (= + 22,15 euro), wat het minimum op 1.129,75 euro brengt. 
  • Onregelmatige werknemers: + 2% (wettelijk is dat gekoppeld aan het leefloon, dat ook met 2% omhooggaat, zie hoger). 
  • Tot vorig jaar was er geen minimum in de eerste 6 maanden ziekte. De nieuwe regering besliste begin dit jaar dit stapsgewijs in te voeren. Op voorstel van het ACV wordt de uitkering voor gezinshoofden nu verhoogd tot het bedrag dat na 6 maanden geldt: voor regelmatige werknemers 1.654,43 euro, voor onregelmatige werknemers 1.357,29 euro. 

Het vakantiegeld voor de invaliden, de zogenaamde inhaalpremie die telkens in mei wordt betaald, gaat opnieuw omhoog:

  • Voor personen met gezinslast + 80 euro vanaf mei 2021, waardoor die op 515,47 euro komt na 1 jaar arbeidsongeschiktheid en 810,48 euro na 2 jaar.
  • Voor personen zonder gezinslast + 30 euro in mei 2021 en bovenop + 10 euro vanaf mei (dus 40 euro extra vanaf mei 2022). Na 1 jaar arbeidsongeschiktheid betekent dat vanaf volgend jaar 414,27 euro na 1 jaar en 683,43 euro na 2 jaar. 

De berekeningsplafonds voor nieuwe gevallen stijgen op 1 januari 2022 met 1,1%, zoals voor werklozen (= loonnorm 2019-2020).

Men herwaardeert ook de oudere invaliditeitsuitkeringen boven het minimum:

  • Uitkeringen die in 2016 zijn ingegaan: + 2% op 1 juli 2021.
  • Uitkeringen die in 2017 zijn ingegaan: + 2%  op 1 januari 2022.
  • Uitkeringen die voor 2006 zijn ingegaan (dus minstens 15 jaar oud) gaan met 0,95% omhoog op 1 juli 2021.
  • Het invaliditeitspensioen voor mijnwerkers gaat met 2,5% omhoog op 1 juli 2021.
Arbeidsongevallen en beroepsziekten

Voor zowel arbeidsongevallen als beroepsziekten zijn gelijkaardige verbeteringen voorzien:

  • Minima en forfaits: + 2% vanaf 1 juli 2021.
  • Berekeningsplafonds voor nieuwe gevallen: + 1,1% vanaf 1 januari 2022.
  • Herwaardering oudere uitkeringen boven het minimum: zelfde scenario als voor invaliden.
  • De sociale bijdrage wordt vanaf 1 juli 2021 verlaagd van 5,34% tot 4,45%.
Pensioenen

De regering had al eerder beslist het minimumpensioen in 4 stappen met 11% te verhogen. Zwaar tegen de zin in van de werkgevers wordt nu een bijkomende stap gezet richting een minimumpensioen van 1500 euro

  • Op 1 juli 2021 komt er opnieuw 2% bij (= 26,52 euro per maand voor een alleenstaande), waardoor we aan 1.352,44 euro zitten.
  • Voor het gezinspensioen komt er 33,14 euro bij, zodat we aan 1.690,02 euro komen.
  • Daarbij kom er op 1 januari 2022 opnieuw 2,65% bij. 

De 2% verhoging wordt ook toegepast op het minimumrecht per loopbaanjaar, op het plafond van het minimumjaarrecht en op het berekeningsplafond voor de nieuwe gevallen, zij het pas vanaf 1 januari 2022. Voor het berekeningsplafond komt die 2% bovenop de verhoging met 9,86%, in vier stappen, die de regering buiten de welvaartsvastheid heeft beslist.

Het vakantiegeld dat in mei op de rekening komt, gaat opnieuw omhoog:

  • Met 3,8% in mei 2021 en bovenop nog eens met 2,7% vanaf mei 2022. Dat is een verhoging met 6,60%.
  • Voor een alleenstaande komt dat zo op 921,19 euro (= + 57,06 euro) en voor een gezinspensioen op 1.151,47 euro (= + 71,32 euro). 

Zoals voor de arbeidsongeschikten komt er ook een herwaardering van de oudere pensioenen boven het minimum:

  • Pensioenen ingegaan in 2016: + 2% op 1 juli 2021.
  • Pensioenen ingegaan in 2017: + 2% op 1 januari 2022.
  • Pensioenen ingegaan voor 2006: 1,2% op 1 juli 2021 (tegenover de 0,95% voor de arbeidsongeschikten, zie hoger). 
Extra voor alleenstaande ouders

Vanaf 2017 is het VBO een extra accent gaan vragen voor alleenstaande ouders. Dat was voor ons een argument om meer te doen voor de minima voor gezinshoofden, eerst in de werkloosheid, nu ook voor ziekte en invaliditeit (zie hoger).

Daarbij komt nu een verhoging van het thematisch verlof voor alleenstaande ouders. De regering besliste een goeie 400.000 euro opzij te zetten om de uitkering voor alleenstaande ouders met thematisch verlof opnieuw met 4,5% te verhogen. Dat wordt nu omgebogen naar 3 maatregelen, ingaand op 1 juli 2021, beperkt tot alleenstaande ouders:

  • De uitkering voor thematisch verlof voor de zorg voor een kind stijgt met 2,4%.
  • De uitkering bij 1/10 ouderschapsverlof wordt opgetrokken tot de helft van de uitkering bij 1/5.
  • De uitkering bij 1/5 tijdskrediet voor de zorg voor een kind wordt verhoogd met 2,4%. 

Het volledige artikel over de welvaartsvastheid vind je in Vakbeweging nr.943.

Log in en kom nog meer te weten over de stijgingen!

More Info

  • Voor een volledig overzicht van de wetgeving arbeidsrecht en sociale zekerheid kan je de Wegwijzer Sociale Wetgeving erop naslaan. Bestel de Wegwijzer.
  • Militant? 
    • Meld je aan op www.acv-militanten.be en consulteer de Wegwijzer.
    • Meld je aan op het online leerplatform en ontdek op interactieve wijze alles wat je moet weten over de verschillende soorten arbeidsovereenkomsten.

Personalization

Je webbrowser is verouderd en wordt niet ondersteund door de ACV-website. Klik hier om een nieuwere versie te installeren.