Afbraakpolitiek dreigt te zorgen voor verdere privatisering De Lijn
De relatie tussen De Lijn en de regering blijft moeilijk. Politici uit regeringspartijen kunnen het niet nalaten om af te geven op de openbare vervoersmaatschappij, maar zouden eigenlijk de hand in eigen boezem moeten steken en zorgen voor voldoende middelen. Het water staat al jaren aan de lippen en dat heeft uiteraard zijn gevolgen.
In het weekend van 6 november blokletterde De Morgen dat De Lijn de verliezer is van het klimaatplan. Voogdijminister Lydia Peeters trok in het artikel van leer tegen De Lijn. Op 8 november volgt partij- en gouwgenoot Marino Keulen in Het Laatste Nieuws over de realtime-reisinformatie.
Hoe kan de regeringspartij die de portefeuille van mobiliteit in handen heeft nog in de spiegel kijken? Dit is zuivere afbraakpolitiek ten voordele van verdere privatisering van het openbaar vervoer. Daar wordt niemand beter van.
Is De Lijn niet in staat?
Waar de voogdijminister ronduit stelt dat De Lijn te traag ‘vergroent’ en daarom de gevolgen moet dragen van verdere privatisering, vraagt Vlaams parlementslid Keulen zich af of De Lijn weet dat de 21ste eeuw intussen begonnen is omdat de real-timeinformatie niet accuraat is. ‘De Lijn-bashing’ vanuit de politieke meerderheid: het is eens wat anders.
Heel deze manier van communiceren is wraakroepend. Los van het gegeven dat De Lijn al een decennium in een besparingskeurslijf zit, blijft zij afhankelijk van overheidsmiddelen om haar werk te kunnen doen: reizigers op een veilige, stipte en comfortabele manier van A naar B vervoeren. Alleen krijgt zij nauwelijks voldoende middelen om dat goed te kunnen doen. Het water staat al jaren aan de lippen. De Lijn wordt al jaren ondergefinancierd. En dat heeft dan zo zijn gevolgen als het bijvoorbeeld gaat om structureel onderhoud en kwaliteit van materiaal.
Daarnaast is De Lijn als verzelfstandigd agentschap nog altijd wel gebonden aan de wet op de openbare aanbestedingen. Ja, De Lijn kreeg daarvoor een kleine 100 miljoen euro (92 om precies te zijn), waarmee een aantal bussen kunnen worden aangekocht. Maar er moeten ook middelen worden voorzien om stelplaatsen uit te rusten met de nodige laad- en onderhoudsinfrastructuur. En dat heeft ook zijn kostenplaatje. En die middelen werden niet voorzien. Deze week komt de aanbesteding van een eerste lot elektrische bussen op de raad van bestuur. De openbare aanbesteding is afgerond – die nota bene door een politieke beslissing een jaar geleden on hold werd gezet. Laat ons nu hopen dat de gunning niet wordt gedwarsboomd door een of meerdere benadeelde partijen door de beslissing te betwisten voor de Raad Van State. Dat zou immers opnieuw vertraging opleveren.
Een privaat bedrijf heeft die moeilijkheden uiteraard niet. Die kan als het ware zo naar een leverancier stappen en onmiddellijk een bestelling plaatsen en investeren in zijn bedrijf en haalt daar zijn tijdswinst. Alleen wil die zijn investering graag binnen een zo kort mogelijke termijn terugverdienen. En is dus de facto niet noodzakelijk goedkoper als partner voor openbaar vervoer. Of is dat plots geen issue meer?
Wil de politiek eigenlijk wel?
Dat het openbaar vervoer voor de regering geen prioriteit is de laatste jaren, wordt met de dag duidelijker. Eerst de geldkraan dichtdraaien, dan luidkeels roepen en met halve waarheden aantonen dat het niet functioneert en stellen dat de privé het beter kan, is een liberaal recept. De gewone burger denkt er het zijne van en gelooft blindelings dat De Lijn de slechtste leerling van de klas is.
De waarheid is anders. Ze zijn eerder het kneusje van de klas. Uiteindelijk is enkel de Vlaamse regering en vooral dan de voogdijminister die hier verantwoordelijkheid draagt. Het zijn immers te vaak politieke beslissingen die de goede werking van De Lijn belemmeren en haar toekomst en die van haar bijna 8000 werknemers hypothekeren, met felicitaties van de jury!
Klimaat en modal shift
Momenteel is er een klimaattop aan de gang. Iedereen is ervan overtuigd dat inspanningen moeten geleverd worden. Openbaar vervoer kan deel zijn van de oplossing door ervoor te zorgen dat er een ruim aanbod is met goede verbindingen, ook op het platteland. Dat het veilig is en op tijd. Dat openbaar vervoer een echt alternatief voor de auto kan zijn en er op die manier een modal shift tot stand komt. Dat is natuurlijk een moeilijkere opdracht en vraagt meer inzet en politiek engagement dan een enge discussie voeren over de aankoop van elektrische bussen. Feit is dat opnieuw de boot van de modal shift gemist wordt. En die verantwoordelijkheid zal de regering niet op De Lijn kunnen afwentelen.
Misschien toch eens voor de spiegel gaan staan, mevrouw de minister?

