Een conclusie zo zuur als citroenen

Al enkele jaren op rij focust Dirk Van Damme, de onderwijsexpert van OESO, zich op de leraar. Volgens het rapport zijn er drie problemen: de leraar heeft een hoog loon en hij staat te weinig uren voor een te kleine klas. Onze verontwaardiging is dit keer - ondanks de jaarlijks gerecycleerde resultaten - heel erg groot. Verbijstering alom.

Het 'hoge loon' heeft Van Damme in een radio-interview gelukkig zelf al gerelativeerd. Het lerarenloon in Vlaanderen blijkt in de latere loopbaan bovendien zelfs lager te liggen dan in de privésector.

Het OESO-rapport concludeert ook dat de Vlaamse leraar weinig uren voor de klas staat. De data waarop de OESO zich baseert, zijn op zijn zachtst gezegd van bedenkelijke aard. De dertig evaluatiedagen in het secundair onderwijs zijn bijvoorbeeld niet meegeteld. Nochtans moeten leraren wel examens opstellen en afnemen, ze verbeteren, en dan individueel of klassikaal terugkoppelen, ook aan de ouders. Tel die uren er - terecht - bij en Vlaanderen zit meteen boven het OESO-gemiddelde. De onderzoekers hebben in het verleden zelf ook al vermeld dat er in bepaalde landen een groot verschil zit tussen de theoretische en de effectieve lestijd. Leraars moeten ook vervangingen doen, en in Vlaanderen zijn die niet terug te vinden in de officiële opdracht. Er worden appelen met peren vergeleken. Maar de christelijke onderwijsvakbond COC heeft sterk de indruk dat het vooral de bedoeling is de conclusie te laten smaken als citroenen. In het eerste jaar secundair onderwijs in Vlaanderen zouden volgens de OESO gemiddeld 13 leerlingen in een klas zitten. Dat kan kloppen voor de B-stroom, maar wie in 1A les geeft, zou toch graag het adres van die school hebben. De sollicitaties zullen binnenstromen! En dan zwijgen we nog over klasgroepen tot dertig leerlingen in de hogere graden, die al lang geen uitzondering meer zijn. Het lerarencontingent waarop de OESO haar conclusies baseert, bevat ook de zieke leraars. En omdat het ziekteverzuim elk jaar toeneemt, wordt de leraar in Vlaanderen nu in het onderzoek afgestraft.

Elke leraar in Vlaanderen weet dat het bakje overvol zit. De werkdruk moet omlaag. Dat heeft het Grote Tijdsbestedingsonderzoek duidelijk uitgewezen. Lesgeven betekent ook opzoeken en voorbereiden, feedback geven, remediëren, begeleiden, evalueren en rapporteren, klassenraden, tussentijdse personeels-, vak- en andere vergaderingen, oudercontacten ... Tijdens een lesweek werkt een leraar in het secundair onderwijs in Vlaanderen vandaag gemiddeld 46 uur, met pieken tot 50 uur in het aso.

Dat het Vlaamse onderwijs beter georganiseerd kan worden, daarin heeft Dirk Van Damme wel gelijk. En ook zijn sporadische nuances kunnen we wel appreciëren. Maar zomaar stellen dat de problemen opgelost zijn door leraren meer uren voor de klas te zetten, is van de pot gerukt.

Toch moeten we Dirk Van Damme ook bedanken: ons ledenaantal is sinds enkele dagen alweer toegenomen.

Koen Van Kerkhoven, 
secretaris-generaal COC

Dit opiniestuk verscheen op 14 september 2019 in Het Belang van Limburg:
Opiniestuk Een conclusie zo zuur als citroenen

Personalization