22-9-2023
Zittenblijven: wie betaalt de prijs?
Vorig jaar bleven 3846 vijfjarigen zitten in de derde kleuterklas. Een jaartje langer om goed Nederlands te leren en beter voorbereid aan het eerste leerjaar te beginnen. Maar is zittenblijven wel zo vanzelfsprekend?
De verlaging van de leerplicht naar vijf jaar en de invoering van de koalatest zorgde voor een strakkere screening van de vijfjarigen in de kleuterschool. Als ze onvoldoende aanwezig zijn of niet goed scoren op de taaltest, kunnen ze niet meer zonder discussie starten in het eerste leerjaar. De minister wil ook minimumdoelen voor Nederlands in het kleuteronderwijs. Iedereen op hetzelfde moment over dezelfde taal-lat dus. Een aparte visie op gelijke kansen.
Het aantal zittenblijvers steeg van 1,2% tot 1,5%. Met een onthutsend gemak horen we hier en daar verkondigen dat dat niet zo erg is. Als ze de taal niet machtig zijn, kunnen ze in het eerste leerjaar niet veel doen. Alsof het leren van een taal bij jonge kinderen rechtlijnig verloopt en je wiskundig kan voorspellen met welke taalkennis een kleuter al dan niet kan slagen in het eerste leerjaar. Wetenschappelijk onderzoek spreekt dat tegen. Sommige kleuters zijn inderdaad beter af met een jaar langer in de derde kleuterklas. Maar taalachterstand alleen mag niet tot die beslissing leiden.
Zittenblijven kost de Belgische overheid jaarlijks naar schatting 300 miljoen euro. Maar ook het kind en zijn gezin betalen een prijs. Zittenblijvers ronden een jaar later hun secundair onderwijs af, komen een jaar later op de arbeidsmarkt. Door kinderen de derde kleuterklas te laten dubbelen, creëren we van bij de start loopbanen die niet volledig meer kunnen zijn. We weten dat het vooral gaat om kinderen uit gezinnen die het sowieso al moeilijk hebben. We vergroten nog maar eens structureel de kloof tussen kansrijk en kansarm.
“Er is maar één schooltaal, dat is het Nederlands”, zegt minister Weyts. “Dat is de taal die kinderen kansen geeft, die hen een toekomst geeft”. Wij vinden: kinderen kansen geven is de taak van onze samenleving. Als die verwacht dat kleuterscholen hier echt hun belangrijke en cruciale rol opnemen dan moet die er ook voor zorgen dat kleuterscholen voldoende zorguren en personeel hebben om dat te doen. Alleen zo kunnen we er samen voor zorgen dat een tekort aan kennis van het Nederlands de (school)loopbanen van onze meest kwetsbare kinderen niet hypothekeert.
Marianne Coopman (Zwartopwit in Basis 7)


