1 op de 2 komt tijdens coronacrisis amper of niet rond met vervangingsinkomen

Jeroen Pollet

Afgelopen voorjaar hield het ACV West-Vlaanderen een bevraging bij werknemers in kleinere ondernemingen zonder vakbondsafvaardiging. Een 1.000-tal KMO-werknemers nam deel. ‘We zien een grote variatie in de antwoorden’, zegt Emma Verbeken van het ACV, ‘maar er is één constante: de sociale zekerheid zorgt voor minder zorgen.’

Minder zorgen betekent echter niet hetzelfde als geen zorgen. ‘En dat is ook duidelijk te zien’, vult Emma’s collega Peter Debaenst aan. ‘Bijna de helft van de werknemers die tijdens de coronacrisis een beroep moest doen op een inkomen vanuit de sociale zekerheid (bv. tijdelijke werkloosheid of een ziekte-uitkering), gaf aan dat het gezinsinkomen te krap of zelfs onvoldoende was.’

Horeca

Één van de invullers van de bevraging was Kurt Ranson (51) uit Houthulst. Kurt is samenwonend en heeft twee dochters in de basisschool. Hij werkt in een horecazaak in Oostende. De horeca - een belangrijke werkgever, zeker aan de kust - was één van de sectoren die het langst gesloten was. Kurt viel daardoor dus enkele keren tijdelijk zonder werk. ‘Tijdens de eerste lockdown werd ik tijdelijk werkloos’, vertelt hij. In juni 2020 ging alles weer open: ‘Toen gingen we er nog van uit dat het zwaarste leed geleden was …’

Spaargeld

Bij de tweede lockdown was hij net vier dagen voor de verplichte sluiting van de horeca ontslagen. Kurt: ‘Door omstandigheden, met de belofte dat ik terug kon komen. Maar dat heeft natuurlijk veel langer geduurd dan voorzien. Bovendien viel ik terug op een uitkering volledige werkloosheid in plaats van tijdelijke werkloosheid en dat scheelde toch wel wat. Die uitkeringen zijn berekend en geplafonneerd op je standaard-brutoloon, maar in de horeca deed ik heel wat overuren en waren er ook zaken als zondagvergoedingen. Dat viel allemaal weg en betekende dus een grote terugval. Het maandelijks gezinsinkomen werd onvoldoende om alle kosten te dekken. Gelukkig hadden we wat spaargeld om die periode te kunnen overbruggen.’

Andere sector

Kurt zocht tijdelijk een job in een andere sector. ‘Dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Ik had mij ingeschreven in een vijftal interimkantoren, maar kreeg heel weinig aanbod. De laatste keer dat ik mij inschreef had ik niet vermeld dat ik iets tijdelijks zocht en toen ging het plots wel: tien dagen later kon ik starten. Het voedingsbedrijf waar ik toen werkte, bood me na een korte inwerkperiode een contract van zes maanden aan, maar er was toen opnieuw zicht op een heropening van de horeca. Toen ze vernamen dat ik enkel wou blijven tot de horeca opnieuw openging, kreeg ik opnieuw geen contracten meer. En ondertussen zette de VDAB voortdurend druk. Momenteel ben ik gelukkig weer aan de slag bij mijn vorige werkgever in de horeca. Ik hoop dat we nu wel kunnen openblijven’, zegt Kurt.

Versterking sociale zekerheid

‘Het verhaal van Kurt is niet uniek’, vertelt Emma. ‘We zien veel gelijkaardige verhalen in de enquête. Het toont twee zaken aan: ten eerste dat de sociale zekerheid onontbeerlijk geweest is om de crisis te overbruggen. Zonder dat vangnet zouden heel wat mensen in armoede terechtgekomen zijn en zouden ook meer bedrijven door noodzakelijke ontslagen in de problemen gekomen zijn. Ten tweede - en het verhaal van Kurt is daar een mooie illustratie van - die sociale zekerheid moet versterkt worden. Het kan toch niet de bedoeling zijn dat je door dit soort pech je spaargeld nodig hebt om te overleven?’

Politieke herwaardering

Voor een versterking van die sociale zekerheid is een andere politiek nodig, volgens het ACV. ‘Als men naar de sociale zekerheid kijkt, is het doel altijd om erop te besparen: meer en langer werken, uitkeringen sneller laten zakken in de tijd, zieken bestraffen als ze het werk niet snel genoeg hervatten … De vorige regering heeft er via een verlaging van de werkgeversbijdragen (de zogenaamde taxshift) voor gezorgd dat de inkomsten voor de sociale zekerheid heel fel gezakt zijn. De jobs die die verlaging ging creëren zijn er amper of niet gekomen. Hoog tijd dus om opnieuw eens naar de inkomstenkant te kijken in plaats van de uitgavenkant’, besluit Peter. 

Personalization