De confrontatie

Jan Mortier, coördinator openbare zorg van ACV Openbare Diensten, gaat de confrontatie aan met Wouter Beke, minister van Welzijn en Volksgezondheid.

Sinds de eerste uitbraak van het coronavirus worden woonzorgcentra voorgesteld als gesloten instellingen waar bewoners wegkwijnen en sterven van eenzaamheid. Een totaal verkeerd beeld volgens JAN MORTIER, coördinator Zorgsector van ACV Openbare Diensten. Hoe dat imago moet verbeteren en wat daarvoor nodig is, wil hij graag weten van Vlaams minister van onder meer Welzijn en Volksgezondheid WOUTER BEKE. Dit interview gebeurde begin september.

"U was altijd zeer loyaal aan het regeerakkoord. Maar wij vragen of u dat ook wilt zijn aan de hele zorg- en welzijnssector." - Jan Mortier

 

De onderliggende oorzaak van de crisis in de centra? Een jarenlange onderfinanciering van de ouderenzorg, aldus Jan Mortier. “Het debat rond de aanpak van het virus staat los van de financiering van de ouderenzorg”, zegt Wouter Beke.

“Er waren twee grote mankementen bij de aanpak van de crisis: een tekort aan beschermingsmateriaal en een tekort aan testen. Vergeet ook niet dat we in verhouding tot het buitenland veel meer woonzorgcentra hebben. In volle crisis komt dat dan veel zwaarder binnen.”

Lag er ook niet enorm veel druk bij het personeel? Onder meer als gevolg van een personeelstekort?

WB: “We moeten extra investeren in personeel, zowel in aantallen als in vergoedingen. Maar tijdens de crisis kenden we geen grote personeelstekorten. Het dreigde wel. We hebben een medische reserve bijeengebracht, studentenartsen ingezet en een akkoord gemaakt om personeel uit verschillende sectoren in te zetten.”

JM: “Het is wel duidelijk dat een aantal zaken beter hadden gekund. Er wordt nogal gefocust op de woonzorgcentra maar ook in de thuiszorg waren er problemen met beschermingsmateriaal. En wat u niet aanhaalt is de opleiding van het personeel. Zij werden onvoldoende ingelicht over het correct gebruik van beschermingsmiddelen en de omgang met het virus.”

WB: “Het personeel deed alles wat het kon met de informatie die op dat ogenblik voorhanden was. Maar dat het personeel van een woonzorgcentrum een andere opleiding en ook een andere cultuur heeft dan dat van een intensive care of van verpleegkundig personeel is duidelijk. Onze woonzorgcentra zijn geen verkapte ziekenhuizen. Dat kan ook niet de bedoeling zijn. Bij de aanpak van het virus zagen we ook daar een verschil. Sommige centra hadden al cohortzorg. Anderen worstelden daarmee. Op dit ogenblik financieren wij leegstaande kamers tot het einde van het jaar om mogelijk te maken dat de woonzorgcentra bij een nieuwe uitbraak deze kamers kunnen gebruiken.”

Nu lijkt de situatie onder controle. Toch zijn er een aantal centra die een strengere bezoekersregeling hanteren dan de richtlijnen voorzien.

JM: “Sommige beweren dat dit op vraag van het personeel zou zijn, wat absoluut niet zo is. De versoepeling van de bezoekersregeling die recent door de Vlaamse Taskforce Zorg werd opgemaakt, krijgt ook onze steun. Maar over die regelingen is vaak zelfs lokaal helemaal geen overleg met het personeel. Wél is het zo dat bezoekersregelingen een enorme inspanning vergen van het personeel. Daar moet dan ook een bepaalde financiering tegenover staan.”

WB: “We vangen dat voor een deel op omdat we de leegstandskamers vergoeden waardoor nu meer personeel vergoed wordt. Wanneer woonzorgcentra goede regelingen maken in overleg met personeel, bewoners en familie, dan ontzorg je een deel van het personeel. De cultuur van overleg kan inderdaad beter. Het wordt nu iets te vaak van bovenaf opgelegd.”

JM: “Directies en personeel moeten leren werken aan een gezamenlijk project.”

WB: “Daarom moeten we ook naar het organisatiemodel van de toekomst durven kijken. Men spreekt nu vaak over kleinschaligheid, het zou de grote uitbraken vermijden. Ik ben het er niet mee eens dat dit de oplossing biedt. Kleinere leefeenheden creëren binnen een groter geheel of netwerk lijkt me beter."

Hoe ziet u dat dan?

WB: “In Leopoldsburg hebben we een aantal jaren geleden ons eigen gemeentelijk centrum overgeheveld naar een intercommunale, waar nu verschillende centra in ondergebracht zijn. In een groter verband kan je veel beter schakelen, bijvoorbeeld als je te kampen krijgt met een personeelstekort. De eigenheid van het centrum is niet verloren gegaan, maar de backoffice werd beter en professioneler georganiseerd.”

Dus eigenlijk het omgekeerde van wat nu gewenst is, kleinschaligheid?

WB: “Het is een en-en-verhaal. Om kleinschalig te blijven moet je een goede professionele organisatie zijn.”

JM: “Ik ben het daar mee eens maar u kent ook ons stokpaardje. Ouderenzorg privatiseert en commercialiseert meer en meer. We pleiten al lang voor een sterke publieke zorg, maar krijgen niet altijd steun vanuit de politiek. Er is geen plaats voor commercie in deze sector. Ouderenzorg mag geen verdienmodel zijn. Komt daarbij dat er een verschil is in financiering. Uw voorganger heeft dat verschil tussen publieke en private woonzorgcentra voor een deel weggewerkt. Maar de invoering van de taxshift die de werkgeversbijdrages in de private sector vermindert, zorgt voor nieuwe problemen. Dan krijg je situaties zoals bij het Zorgbedrijf Antwerpen, waar allerlei duistere manoeuvres verhullen dat er achter de façade van een publieke instelling in feite een vzw- of bv-structuur schuilt. Waardoor het Zorgbedrijf maximaal kan profiteren van die taxshift. We roepen op om daar komaf mee te maken. Onze vraag naar u is dan ook om de lokale niveaus te blijven motiveren verder te investeren in ouderenzorg en in welzijnsvoorzieningen. Welke inspanningen wilt u daarvoor leveren? Want de publieke sector neemt een steeds kleiner deel van de markt in. Tegelijk maakt de Europese regelgeving verdergaande commercialisering mogelijk. De commerciële zorgsector is een immobiliënorganisatie geworden met buitenlandse vertakkingen die de winsten doorsluist naar de aandeelhouders. Ik vraag me af hoe je een verdienmodel kan maken van een zo arbeidsintensieve sector als de ouderenzorg. Dat kan volgens mij enkel door te besparen op personeelskosten. Als je dan ook nog eens ziet dat 60 tot 65% van hun inkomsten van de overheid afkomstig zijn, dan zie je hoe beperkt hun speelruimte is om winst te maken.”

WB: “We leven niet in een neutrale zone, de Europese richtlijnen geven ons geen instrumenten om te verbieden dat er private spelers zijn. We moeten daarom vanuit de inspectie erop toezien dat men kwaliteit garandeert en de regels naleeft. In Vlaanderen hebben wij in verhouding veel minder private spelers dan in Brussel of Wallonië. Dat heeft te maken met onze caritastraditie. Bij ons zijn er ongeveer 25% private spelers, in Brussel is dat de overgrote meerderheid.”

JM: “In de private sector zijn thuiszorg en residentiële zorg wat naar elkaar toegegroeid wat loon- en arbeidsvoorwaarden betreft. In de publieke sector is dat nog altijd niet het geval. Wij pleiten voor gelijke voorwaarden.”

De onderhandelingen voor een intersectoraal akkoord zijn begonnen. Wat zijn de verwachtingen?

JM: “We hebben het nu over ouderenzorg maar de minister is voor veel meer verantwoordelijk. Er is een federaal voorakkoord dat enkel nog in cao’s en protocollen moet vastgelegd worden. Dat gaat over ongeveer 1 miljard: 400 miljoen voor het zorgpersoneelsfonds, waarmee bijkomend personeel kan worden aangeworven en bijkomende opleidingen kunnen worden voorzien. 100 miljoen voor de verbetering van arbeidsomstandigheden en 500 miljoen voor hogere lonen voor het personeel. Wat de vakbonden vragen is om zulke inspanningen ook op Vlaams niveau te voorzien. Voor alle duidelijkheid: wij vragen dat voor alle personeelsleden binnen zorg, welzijn en cultuur. Een aantal zaken zijn duidelijk. Je kunt het personeel van een ziekenhuis niet beter verlonen dan dat van een woonzorgcentrum. En die medewerkers dan weer niet beter dan die in de gezinszorg en ga zo maar verder. Wij willen een serieuze loonsverhoging en verbetering van de arbeidsvoorwaarden voor al het personeel in zorg en welzijn. Dat er meer personeel wordt aangesteld en dat er veel meer wordt ingezet op opleiding. Het is niet de eerste keer dat we dit vragen en dan komen we weer bij de aanvang van dit gesprek uit: de jarenlange onderfinanciering en gebrek aan personeel. Net voor de coronacrisis zijn we met 8000 mensen op straat gekomen en hebben we een onderhoud met u gehad.

”WB: “We kunnen ons niet permitteren dat er ongelijkheid in verloning is. Want we zitten vandaag al met een krapte in personeel. We zullen dan ook een serieuze inspanning doen. Rond de financiering heeft mijn voorganger een inhaalbeweging gedaan. Die investering wil het kabinet doortrekken. Voor de komende legislatuur hebben we 1,2 miljard euro voorzien, waarvan 280 miljoen voor de ouderenzorg. Maar er zal meer volgen om tot een stevig akkoord te kunnen komen.”

JM: “Ik ben blij dat u dat inziet. U was altijd zeer loyaal aan het regeerakkoord. Maar wij vragen of u dat ook wilt zijn aan de hele zorg- en welzijnssector. Het is jammer dat deze crisis ertoe moet leiden.”

Personalization

Je webbrowser is verouderd en wordt niet ondersteund door de ACV-website. Klik hier om een nieuwere versie te installeren.