Zorgbedrijf Antwerpen

De verdere ontmanteling en privatisering heeft gevolgen voor de belastingbetaler en zullen het personeel dus dubbel treffen.

 

De verdere ontmanteling en privatisering onder impuls van algemeen directeur Johan De Muynck van Zorgbedrijf Antwerpen zal indirect gevolgen hebben voor de belastingbetaler. Dat zal het personeel van het weinig transparante Zorgbedrijf dus dubbel treffen.

Lezers vroegen zich af waar het voor april aangekondigde deel 2 over de perikelen rond het ZBA bleef. ‘Of we soms de mond gesnoerd waren?’ “Zeker niet”, zegt JAN MORTIER, coördinator Openbare Zorgsector bij ACV Openbare Diensten. “Maar de coronacrisis dwong ons om het aprilnummer daaraan te wijden. Dat die crisis niet voorbij is, zullen we nog enige tijd ondervinden. We kunnen daarom niet genoeg hameren op het belang van een sterk openbaar aanbod in zorg en welzijn.” De crisis kunnen we ook niet los zien van het verhaal rond de privatisering van het ZBA.

JM “Er is al zoveel energie verloren gegaan aan de herstructurering van het ZBA dat we ons afvragen of die wel zin heeft. Het brengt niets bij aan de kwaliteit van de zorg, integendeel. Een sterk openbaar initiatief is noodzakelijk. De personeelstekorten en de decennialange onderfinanciering van de woon- zorgcentra leidden in bepaalde instellingen tot zeer schrijnende toestanden. In Brussel staan er nu heel wat commerciële woonzorgcentra op de rand van het faillissement. Daar heeft men overbruggingskredieten nodig.”

Nationaal secretaris lokale en regionale besturen CHRISTOPH VANDENBULCKE: “We hebben met zijn allen de bankencrisis moeten betalen en nu kijkt men opnieuw naar de overheid. Men wil efficiënt werken - zo goedkoop mogelijk dus - en fiscaal optimaliseren. Maar als het misloopt kijken ze allemaal naar de overheid. Bij zo’n privatiseringsoperatie als die van het ZBA schuift men de factuur gewoon door naar de belastingbetaler. Wat men in heel deze discussie nogal eens wil vergeten: open- bare diensten zijn er voor iedereen, maar zijn ook van iedereen.”

JM “Opmerkelijk is dat die commerciële sector nu een groot beroep doet op de overheid. Ze willen niet dat de overheid hun jaarrekeningen controleert, maar wel dat die hen beschermingsmiddelen geeft. Terwijl private instellingen daar normaal gezien zelf voor moeten instaan. Ze hebben kredieten nodig en vragen ook nog eens een garantie voor hun financiering.”

CV “Zolang het goed gaat willen ze werkgever spelen, nu het slecht gaat kunnen ze zelfs niet instaan voor de bescherming van hun eigen personeel. Een schande.”

De afbouw van statutair personeel

Het personeel van het ZBA is ofwel statutair, meestal overgenomen van het OCMW, ofwel contractueel. De lonen en vergoedingen zijn dezelfde. Er zijn wel heel wat verschillen tussen beide stelsels: bij het vakantiegeld, pensioenen en vooral de ziekteregeling. Statutairen hebben ziektekredietdagen en worden in die periode aan 100% doorbetaald. Contractuelen volgen het systeem van de private sector met een gewaarborgd loon gedurende 30 dagen en daarna een uitkering door het ziekenfonds.

JM “Sinds de oprichting van het Zorgbedrijf werven ze geen statutairen meer aan, ook niet in de stad Antwerpen.”

CV “Samen met de maatregelen van de Vlaamse regering rond de responsabiliseringsbijdragen (omdat de pensioenen niet meer gedekt worden door contractuele ambtenaren die nu intreden, red.) betekent dat het einde van de statutaire tewerkstelling. Die beweging werd al eerder ingezet in de zorgsector door de grote concurrentie van vzw’s en commerciële ondernemingen. Het ZBA heeft nog zo’n 735 vast benoemde personeelsleden in dienst, die destijds werden overgenomen van het OCMW Antwerpen. Die personeelsleden blijven in dienst van de publiekrechtelijke entiteit maar het merendeel wordt ter beschikking gesteld van de private entiteit. Natuurlijk behouden die personeelsleden hun statuut maar ze worden daardoor ook op een dood spoor gezet. Want bij een sollicitatie naar een andere functie wordt vaak geëist om afstand te doen van het statuut. Het is allesbehalve bevorderlijk voor de sfeer op de werkvloer als mensen onder verschillende arbeidsvoorwaarden moeten werken. Voor een statutair is het pensioen gelijk aan 75% van wat de laatste tien jaar verdiend werd. Voor een contractuele is dat ten hoogste 60% van het gemiddelde over de volledige loopbaan. En dat gemiddelde wordt nog eens naar beneden getrokken door de eerste jaren waarin men minder verdient.”

JM “Het ZBA kon het zich blijkbaar permitteren om afwijkende bepalingen voor het personeel in te voeren. Voor OCMW-instellingen geldt bijvoorbeeld dat zij het besluit rechtspositieregeling moeten volgen. Het ZBA, toen al een verzelfstandigde entiteit, maakte een soort cafetariaplan. Daarbij heeft het personeel de keuze tussen 6 bijkomende dagen verlof of maaltijdcheques en een hospitalisatieverzekering. Onregelmatige prestaties vergoedt het per prestatie en niet op basis van de 11%-regel die gebruikelijk is in de publieke sector.”

CV “Het probleem daarbij is dat hun voorstellen rechtsgrond missen. Dat zou in de nabije toekomst wel eens nadelig kunnen uitpakken voor de contractuelen wanneer eventuele voordelen die zij nu hebben, worden afgenomen. Dat is in het verleden al gebeurd bij de lokale besturen met de maaltijdcheques.”

Behoud van rechten

JM “De overgang van de huidige contractuelen naar de private entiteit gaat gepaard met immense problemen. Deze personeelsleden behouden in principe hun rechten en vallen onder de bepalingen van ‘de overgang van onderneming’, een Europese Richtlijn. Wat wordt bedoeld met behoud van rechten? Voor ons gaat het niet alleen over de rechten op het moment van overgang maar ook over toekomstige rechten. Per personeelslid zou een vergelijking moeten gemaakt worden tussen de evolutie van het openbaar barema en het barema van de private sector. Bij overgang worden de contractuele werknemers feitelijk ingeschaald in het barema van de private sector maar de evolutie van de barema’s loopt niet gelijk. Die werknemers moeten een supplement krijgen als het barema van de private sector lager is. Het is een complexe zaak geworden.”

CV “Het probleem is dat er zoveel variabelen zijn waarop we geen zicht hebben. Omdat De Muynck hierin niet transparant is. Het is dus moeilijk om te vergelijken. Dat is zijn zorg ook niet.”

JM “De vooropgestelde structuur van het ZBA is bijzonder complex, ook naar overleg want per juridische werkgever moet er een aparte syndicale overlegstructuur zijn. Het gaat om twee (of meerdere) verschillende werkgevers: het publiekrechtelijk ZBA, de vzw Zorgbedrijf en andere nog op te richten entiteiten met allemaal andere loon- en arbeidsvoorwaarden maar waarbij het personeel van die entiteiten door elkaar loopt op de werkvloer. Publieke en private sector lopen dus letterlijk dooreen in het ZBA. In de structuur die wordt voorzien zijn er zes verschillende paritaire comités van toepassing, met elk hun eigen loon- en arbeidsvoorwaarden. Wij zijn uiteraard voorstander dat de barema’s van de publieke sector worden toegepast, inclusief het syndicaal statuut. De oprichting van deze vzw is eigenlijk een interne privatisering en daarom een publiekrechtelijke entiteit.”

CV “Hierdoor worden heel wat verschillende loon- en arbeidsvoorwaarden gecreëerd. Niet alleen tussen het personeel van de gewezen publieke en de private entiteit, maar ook nog eens in de private entiteit zelf. Een kat vindt er haar jongen niet in terug. Als de plannen doorgaan wordt het een complete chaos, maar misschien is die verdeeldheid tussen het personeel juist één van de doelstellingen in de verdeel-en-heersstrategie van De Muynck. Of wordt het een loonbeleid à la tête du client wat blijkbaar nu al het geval is met het middenkader. Hij moet ook niet zeggen dat de financiële voordelen ten voordele van het personeel zijn. Dat was in het verleden niet zo en zal ook in de toekomst niet het geval zijn. We hebben in bepaalde woonzorgcentra van het ZBA tijdens de coronacrisis ernstige problemen gezien. Hij wordt door de belastingbetaler betaald om kwalitatieve zorg te organiseren en moet zich daarop focussen. Hij wordt niet betaald om allerlei ondemocratische constructies op te zetten waarvan het personeel de dupe wordt.”

JM “Misschien zullen er bepaalde personeelscategorieën op vooruit gaan qua barema. Maar om te weten of ze er globaal beter van worden, moeten we alles in rekening brengen zoals vakantiedagen, maaltijdcheques, pensioenen en het onzeker statuut. En wat met nieuw personeel? Die zullen in de toekomst vaak een lager loon ontvangen. Een zorgkundige bijvoorbeeld zal over de ganse loopbaan 5 à 7% minder verdienen dan nu. Is het op die manier dat men personeel wil aantrekken? Door hen minder te betalen?”

In het juninummer deel 3, over de oplossingen die ACV Openbare Diensten voorstelt.

Personalization

Je webbrowser is verouderd en wordt niet ondersteund door de ACV-website. Klik hier om een nieuwere versie te installeren.