Op weg naar een nieuwe rechtspositieregeling voor lokale en regionale besturen

In 1993 stelde de Vlaamse overheid een kader op voor het personeelsbeleid in de lokale besturen. Dat kader moest orde brengen in de chaos van regeltjes die steden en gemeenten hanteerden. Hoe ver staan we 27 jaar later?

MIECK VOS, kabinetschef van minister Bart Somers voor Samenleven en Binnenlands bestuur en CHRISTOPH VANDENBULCKE, nationaal secretaris lokale en regionale besturen voor ACV Openbare Diensten gaan in gesprek.

ONDANKS DE GOEDE INTENTIES van toenmalig minister Kelchtermans in 1993 kwamen er in de loop der jaren allerlei bepalingen bij. Zijn krachtlijnen ontaardden in een lappendeken. Op aangeven van minister Keulen kwam er daarom in 2007 een ‘Besluit over de rechtspositieregeling’, een uniform kader waarbinnen besturen hun eigen personeelsbeleid konden vormgeven. Minister Homans verving dat door het ‘Decreet Lokaal Bestuur’. Een nieuwe rechtspositieregeling was haar voornemen, maar het ontwerp strandde op het einde van de legislatuur. Ondertussen willen de besturen meer autonomie, een vraag waar minister Somers graag op in wil gaan.

CHRISTOPH VANDENBULCKE “De roep om autonomie is vooral een politieke conclusie. Lokale besturen willen gewoon eigen wetten maken en niet beperkt worden door kaders van hogere overheden. Achter dat streven naar autonomie gaat wel een gebrek aan inhoudelijke consensus schuil: men is het niet eens over wat een kwalitatief personeelsbeleid inhoudt. Daarom verschuilt men zich achter het argument dat er autonomie nodig is om voor elk van de 300 lokale besturen een ver- schillend personeelsbeleid uit te werken. Omdat het nieuwe besluit er niet meer kwam, is er nu meer rechtsonzekerheid. Het zorgt ervoor dat veel lokale besturen niet goed weten welke regel te volgen. Het zou goed zijn als er eindelijk een aangepast besluit van de Vlaamse regering komt. Zodat er weer een overeenstemming is tussen het decreet en de lokale rechtspositieregeling (RPR).”

MIECK VOS “Het is inderdaad spijtig dat de vorige regering haar nieuw beleid met het decreet lokaal bestuur niet helemaal kon uitvoeren. Wij willen deze oefening verder afwerken vanuit een vernieuwde dynamiek met de lokale besturen en de sociale partners.”
CV “We hebben goede hoop nu minister Somers ons uit- nodigde om aan een voorstel voor een nieuwe RPR te werken. Daar krijgen we een jaar voor. We zijn bereid om contractuele en statutaire personeelsleden waar het kan gelijk te schakelen en de mobiliteit van het personeel tussen de verschillende bestuursniveaus te vergemakkelijken. Zo staat het ook in het Vlaams regeerakkoord. Er staat voor ons wel een pijnpunt in het regeerakkoord, één zin die wel eens haaks zou kunnen staan op de goede voornemens: ‘Hierbij laten wij de lokale autonomie zo veel mogelijk spelen.’ Wat moeten we daaronder verstaan? Wij vrezen dat hoe meer lokale autonomie weegt op het personeelsbeleid, hoe meer verschillen er komen in de arbeidsvoorwaarden bij de besturen. Ik ben voorstander van een soort stambesluit, dat voor elk personeelslid geldt. Met daarbovenop de nodige vrijheid voor de besturen op het vlak van schaalgrootte en verantwoordelijkheid.”

MV “Wij willen ook vertrekken vanuit het akkoord dat al op tafel ligt. Helemaal opnieuw beginnen is zinloos. Maar waarin onze meningen afwijken, is dat wij openstaan voor verschillen tussen lokale besturen, de autonomie waar jij met een bang hart naar kijkt. Bij lokale besturen zijn er nu eenmaal grote ongelijkheden qua schaalgrootte, innovatiekracht en de mate waarin geïnvesteerd wordt in personeelsbeleid en vernieuwende organisatievormen. Het is niet onze bedoeling om met autonomie chaos te creëren. We willen een degelijk stambesluit uitwerken, net als een bredere RPR die door de besturen als een handleiding gebruikt kan worden voor een nieuw personeelsbeleid.

In 2007 waren we op de goede weg om samen met de vakbonden zo’n stambesluit op te stellen. Een moeilijk element daarbij was het loonhuis. We moeten dus zeker overeenstemming bereiken over de krijtlijnen van een loonhuis. Ook op het vlak van de evaluaties moeten we elkaar vinden, we willen als organisatie immers het ontslagrecht behouden. Dat is een belangrijk element voor lokale besturen. Wanneer mensen zich niet meer thuis voelen in een organisatie moeten ze niet blijven omwille van de regelgeving.”

CV “Het Vlaams personeelsstatuut kan als transparant voorbeeld dienen. Dat is een besluit dat niet voor interpretatie vatbaar is en rechtszekerheid biedt voor alle personeelsleden. Ondertussen worden we links en rechts voorbijgestoken door het aanbieden van fietsleasings en speed pedelecs en duiken er illegaal auto’s op die uitsluitend aan de top worden toebedeeld. Daar zouden we beter correcte afspraken rond maken. Ik snap ook niet dat lokale besturen elkaar personeel mogen afsnoepen met een verschil in de tweede pensioenpijler of maaltijdcheques. En dat er nog besturen zijn die ondanks de akkoorden met de vakorganisaties nog altijd geen tweede pijler hebben.”

MV “Met de oefening die we dit jaar doen, willen we vanuit een stambesluit meer duidelijkheid krijgen in een aantal zaken. Dat vraagt tijd, er zijn financieel gezien ook wel wat verschillen tussen de besturen.”

CV “Misschien moeten we ons laten helpen door experts die met technisch en juridisch onderbouwde voorstellen de partijen dichterbij kunnen brengen. Want de tegenstelling tussen ons en de minister is niet dat hij volledige autonomie wil en wij alles in een blok willen behouden. Zo simpel ligt het niet.”

Ondertussen blijft iedereen zijn gang gaan?

MV “We moeten het tijdspad respecteren en zaken niet ingewikkelder maken dan nodig. En om te vermijden dat men 300 keer aan tafel moet, willen we graag een voorbeeld RPR maken. Besturen die de knowhow niet hebben om een modern personeelsbeleid uit te bouwen, kunnen dat als een soort draaiboek overnemen. Het idee om experten (uit lokale besturen en aanverwante actoren) te betrekken zijn wij uiteraard ook zeker genegen.”

CV “We moeten niet enkel een model hanteren dat gevolgd kan worden, maar ook een basis opstellen die voor iedereen geldt. En hoe beter we de regels omschrijven, hoe minder die voor interpretatie vatbaar zijn.”

MV “We moeten de afdwingbaarheid van regels inderdaad helder krijgen. Zonder daarbij te gedetailleerd te worden omdat anders de plaatselijke dynamiek over loonvoorwaarden verloren dreigt te gaan.”

CV “Ondertussen werden sinds 2008 geen globale akkoorden afgesloten. De lokale besturen hadden geen geld en stonden niet te springen om akkoorden met de vakbonden af te sluiten. Dat zorgde voor spanningen. Tegelijkertijd slaagden de sociale partners er wel in om voor de privésector interprofessionele akkoorden af te sluiten. Lokale besturen onderhandelden dan maar op eigen initiatief. Toch lijkt het me beter om te wachten op het sectoraal akkoord.”

MV “Ook over een sectoraal akkoord moeten we helderheid krijgen. Waarbij we rekening houden met de verwachtingen op het terrein. Vandaag klagen veel besturen bijvoorbeeld over de te lange selectieprocedure waardoor ze sterke kandidaten kwijtraken. Daar moeten flexibele oplossingen voor komen. In de privésector verbeteren cafetariaplannen de verloning. Dat element kan ook in het besluit. Rond integratie moeten we een positiever beleid voeren, meer inzetten op de persoonlijke competenties en motivatie van mensen.”

CV “Sinds 1993 zijn de salarisschalen van het gros van de personeelsleden niet aangepast. Daar wordt om gesmeekt. Het probleem bij sommige besturen is dat ze te weinig kennis hebben van de huidige RPR en van de mogelijkheden die daarin nu al aanwezig zijn.”

Personalization

Je webbrowser is verouderd en wordt niet ondersteund door de ACV-website. Klik hier om een nieuwere versie te installeren.