Werkgelegenheidsconferentie: een maat voor niets?

De intentie van federaal minister van Werk Pierre-Yves Dermagne was goed: elk jaar de sociale partners, gewesten en andere stakeholders uitnodigen om te praten over werkgelegenheid. Dit jaar was de grote afwezige echter de minister van Pensioenen.

De eerste werkgelegenheidsconferentie stond in het teken van een harmonieus loopbaaneinde. De regering wil tegen 2030 een werkgelegenheidsgraad van 80 procent bereiken. Klein probleem met wellicht grote gevolgen: volgens het ACV zal een substantiële verhoging van de werkgelegenheid nooit lukken als niet alle fasen van de loopbaan hierbij betrokken worden. En al helemaal niet als de favoriete plaat van voorgaande regeringen wordt afgespeeld met als grootste hits: inperking van eindeloopbaanmaatregelen en ingrepen in de pensioenrechten. Benieuwd naar wat nationaal secretarissen van het ACV Anne Léonard en Mathieu Verjans het liefst horen?

Anne Léonard: “Je kan niet spreken over de eindeloopbaan zonder de loopbaan in zijn geheel aan te pakken. Eindeloopbaan is alleen maar de weerspiegeling van een loopbaan in zijn geheel. Dus daar hoort ook preventie, kwaliteit, werk-privébalans bij met aandacht voor jongeren op de arbeidsmarkt. Jongeren willen vertrouwen in het systeem en vragen duurzame perspectieven, niet alleen op de loopbaan zelf maar ook op het pensioen. Gemiddeld moeten jongeren tot hun 27ste jaar wachten op hun eerste contract voor onbepaalde duur. Dat is veel te laat. Ze zijn daarvoor al jaren aan de slag met een interimcontract, met opeenvolgende contracten of met een dagcontract. Ook de contractuelen in de openbare sector kennen deze vorm van precarisering ofwel de onzekerheid over de toekomst. De valkuil van deze conferentie was dat het over de eindeloopbaan ging, maar niet over deze vorm van uitsluiting van de jongeren binnen de sociale zekerheid.”

Mathieu Verjans: “In de meeste werkgroepen was er wel een consensus te vinden, zoals over de te nemen maatregelen voor een harmonieus loopbaaneinde. Daar moet je al mee bezig zijn op het moment dat mensen starten met een job. Een harmonieus loopbaaneinde is wel een containerbegrip: in principe kan niemand daartegen zijn.”

Anne Léonard: “Er was ook onmiddellijk een consensus over het preventieve luik, zorgen dat je mensen tussen 25 en 40 jaar niet uitperst. Die mensen moeten nu al een goede combinatie kunnen maken van werkbaar werk en privéleven.”

Mathieu Verjans: “Opnieuw, consensus over de algemene begrippen, niet over concrete voorwaarden. Zowel werkgevers als vakbonden kunnen niet om de arbeidsmarkt heen waarin we ondertussen de kaap van de 500.000 langdurig zieken hebben bereikt. Dat geeft problemen voor die zieken zelf en ook voor de werkgevers om het op de werkvloer nog te kunnen organiseren. Als er niet onmiddellijk een vervanger gevonden wordt, moet het werk verdeeld worden over de andere collega’s bij wie de werkdruk sowieso al hoog ligt. Daar moet preventief worden opgetreden.”

Jullie gaan voor een landingsbaan vanaf 55 jaar?

Léonard: “Wij stellen onder meer het tandemplan voor. Dat komt voort uit de non-profitsector, waarbij oudere werknemers arbeidsduurverkorting kunnen genieten en zo ruimte vrijmaken voor jongeren. Tegelijk dragen ze expertise en competentie over. Landingsbanen moeten starten vanaf 55 jaar en pensionering vanaf 65 in plaats van 67 jaar. Dat laatste blijft voor ons een strijdpunt dat we hoog op de politieke agenda laten staan. En wat de volledige loopbaan betreft, is 45 jaar veel te lang. Zeker als je ziet dat jongeren gemiddeld pas vanaf 27 jaar een stabiel contract krijgen. Vergeet ook niet dat een op drie van de gepensioneerden nu al een gemengde loopbaan heeft, met een gedeelte van hun loopbaan als loontrekkende en het ander gedeelte als ambtenaar of als zelfstandige.”

Verjans: “In het voorjaar slaagden we erin om voor de privénijverheid de loopbaanonderbreking of de eindeloopbaan terug te brengen naar 55 jaar. Dat is gelukt voor een periode tot juni 2023. Dit moet voor ons ook mogelijk gemaakt worden in de openbare sectoren. Wij hebben op de conferentie gepleit om voor zowel de werknemers in de privé als bij de overheid middelen te voorzien om mensen langer werkbaar aan de slag te houden. We willen ook rechtszekerheid voor werknemer en werkgever inbouwen in plaats van te werken met cao-periodes van twee jaar. Dat we in de plaats van zo’n korte periode een 50-jarige perspectief kunnen bieden om binnen 5 jaar over te stappen naar een viervijfderegeling of halftijds werken. Nu zijn mensen onzeker omdat het is afgeklokt op juni 2023. Daarna is er een vacuüm. We weten dat sommige politieke partijen en zeker ook de werkgevers vragende partij zijn om die leeftijd weer op te schuiven naar 57 of zelfs 60. Dat is niet de weg die wij willen bewandelen. Wat betreft de problematiek is er hier ook geen onderscheid tussen privé en openbare diensten.”

Er ligt iets stof te vergaren op tafel: de zware beroepen.

Anne Léonard: “Over een sluitend systeem dat de zware beroepen in de privésector zou moeten compenseren is er geen eensgezindheid. Maar we vinden dat het akkoord met de openbare sector over die zware beroepen nu eindelijk eens uitgevoerd mag worden.”

Mathieu Verjans: “Het probleem is voor ons heel helder maar daarmee niet opgelost. De zwaarte van de beroepen bepaalt mee of mensen gewoonweg in staat zijn om een job te kunnen uitoefenen op latere of hogere leeftijd. Over het akkoord voor de openbare sector dat een aantal jaren geleden met minister Bacquelaine werd afgesloten, heb ik minister Lalieux niets horen zeggen. De pensioenproblematiek ligt in haar handen en niet in die van Dermagne. In het begin van het regeerakkoord traden de twee ministers gezamenlijk op, te elfder ure horen we enkel nog Dermagne. Hij ontwijkt netelige vragen heel diplomatisch en schuift de hete aardappel weer door naar Lalieux.”

Tevreden over de uitkomst van de conferentie?

Mathieu Verjans: “De slotconclusie van minister Dermagne was niet alleen erg kort maar vooral erg teleurstellend. ‘We gaan voortwerken aan een actieplan, we gaan ons uiterste best doen en we zullen u consulteren.’ Dat was het. Hij zoomde niet in op de punten waar we samen uit moeten komen. Nu zijn we alweer een maand verder en hebben we nog niets gehoord.”

Anne Léonard: “We hadden binnen het ACV, zoals altijd, de zaken heel goed voorbereid. De inhoud van de conferentie moest in onze ogen dan ook ambitieus zijn. En dan klonk Dermagne inderdaad heel teleurstellend.”

Heeft u goede hoop?

Anne Léonard: (lacht) “Een vakbond teert niet op hoop maar zet alles in om ervoor te zorgen dat hoop in waarheid omgezet wordt.”

Mathieu Verjans: “Wij kopen er niets voor als men ons hoop geeft en we de goede voornemens niet omgezet zien in concrete beleidsdaden. Het is wel zo dat bij de vorige regering, waar N-VA in zat, de werknemersbetrokkenheid op een veel lager pitje lag dan nu. Toch blijf ik wat beleid betreft nog op mijn honger zitten. Maar ik geloof erin dat we stappen kunnen zetten.”

Personalization

Je webbrowser is verouderd en wordt niet ondersteund door de ACV-website. Klik hier om een nieuwere versie te installeren.