5 jaar na de aanslagen

Wat kwam er terecht van de aanbevelingen van de onderzoekscommissie?

 

In de nasleep van de aanslagen van 22 maart 2016 doken heel wat vragen op. Over hoe we onze veiligheidsdiensten kunnen versterken om zulke tragedies in de toekomst te vermijden. Of over hoe we de hulpverlening menselijker kunnen maken, na schrijnende getuigenissen van slachtoffers die zich door de overheid in de steek gelaten voelden.

Al die vragen leidden in 2016 tot de oprichting van de onderzoekscommissie Terroristische aanslagen. Die kreeg als taak een chronologische en historische reconstructie te maken van alle feiten die hebben geleid tot de aanslagen. Op basis daarvan kwam de commissie tot een aantal aanbevelingen op het vlak van hulpverlening en slachtoffers, veiligheidsarchitectuur en radicalisme. ILSE HEYLEN, Secretaris Bijzondere Korpsen van ACV Openbare Diensten, wil vijf jaar na de aanlagen weten wat er van die aanbevelingen in huis gekomen is en gaat in gesprek met CD&V-fractieleider SERVAIS VERHERSTRAETEN, destijds lid en rapporteur van de commissie.

Ze vraagt zich af of er wel voldoende naar de commissie geluisterd werd. Ilse Heylen: “Ik denk dan vooral aan de extra mensen en middelen die in het vooruitzicht werden gesteld.”

Servais Verherstraeten: “Er zijn wetten aangepast waardoor slachtoffers meer voorschotten krijgen en procedures sneller kunnen verlopen. Er werd ook een centraal loket gecreëerd, maar het kluwen van wetgevingen en regelingen werd niet weggewerkt. Aanbevelingen doen is één zaak, maar de uitvoering ervan is nog iets anders.” 

Instituut voor Veteranen

IH: “Het verhaal van één loket is goed, voor slachtoffers en voor hulpverleners. Het vroegere Instituut voor Veteranen had die rol perfect kunnen opnemen. Dat was indertijd bedoeld voor juridische, psychosociale en medische bijstand aan oorlogsslachtoffers en kon door zijn expertise continuïteit bieden om drama’s zoals de aanslagen op te vangen. Maar het werd helaas opgedoekt.”

SV: “Het Instituut werd in naoorlogse omstandigheden in het unitaire België opgericht. Nu zitten we in een federaal België en er zijn heel veel expertise- domeinen en bevoegdheden naar de gemeenschappen gegaan. De situatie is dus veranderd. Maar wie het doet, is in principe niet belangrijk, wél wie leiding neemt en eindverantwoordelijk is.

En wat de hulpverleners en de politieagenten betreft: dat zijn ook slachtoffers. Zij kwamen met onvoldoende voorbereiding in oorlogsomstandigheden terecht. Vandaar onze aanbeveling om meer training en oefening te voorzien. Er was toen ook geen draaiboek, terwijl dat nu voor een deel wel is uitgewerkt. Maar geen enkel draaiboek bereidt je perfect voor op dit soort zaken.”

Kennisuitwisseling en begeleiding

IH: “Ondertussen heeft men opleidingen en de oprichting van casualty extraction teams voorzien bij de brandweer. Toch hebben we daar vragen bij. Brandweerlieden zijn in eerste instantie hulpverleners die zo snel mogelijk het terrein opgaan om mensen in nood te helpen. Als ze in een onveilige omgeving terechtkomen, moeten zij die eerst screenen. Zij kunnen dat voor alles wat chemisch, nucleair en biologisch is, maar ik stel mij toch de vraag of het aan de brandweer is om met scherfwerende kledij in een gevaarlijke zone te opereren.

Wat wel goed is, is de toegenomen uitwisseling van kennis tussen verschillende diensten. Dat mag nog meer gebeuren. Niet alleen omwille van die kennisdeling, maar ook om elkaar te leren appreciëren. Het kan helpen bij mentale verwerking en weerbaarheid. Vergeet niet dat het meestal niet die ene situatie is waarin ze verzeild raken die voor problemen zorgt, maar de som van situaties. Vandaar dat psychosociale begeleiding, wat ook een van de aanbevelingen was, nog meer een evidentie bij hulpverlening moet worden.

Militairen 5 jaar op straat

SV: “De vele gesprekken die ik gevoerd heb met hulpverleners hebben mij diep in het hart getroffen. Sommigen onder hen zijn niet meer in staat om weer op de luchthaven te werken. Daar sta je dan met je mooie theoretische aanbevelingen: zij hebben wel met hun botten in de modder gestaan. En als je dan hoort dat ze soms op onbegrip stuiten bij hun rechtstreekse diensten voor mutatie-aanvragen, dan denk ik dat we als overheid beter hadden kunnen doen.”

IH: “Appreciatie is één ding maar het optrekken van de capaciteit en de financiële middelen is minstens even belangrijk. Dat geldt voor alle hulpdiensten. Een vraag die daarbij op de lippen brandt: als in september de militairen uit het straatbeeld zijn verdwenen, heeft de politie dan voldoende capaciteit om hen te vervangen? In mijn hoofd is het antwoord ‘nee’. De militairen staan daar trouwens al veel te lang.”

SV: “Ik stond in het begin achter die beslissing, ook om de mensen gerust te stellen. Maar het had veel sneller afgebouwd moeten worden. Wat de capaciteit betreft, zijn er al meer middelen naar de diensten gegaan. De afgelopen legislatuur waren er bijna overal besparingen, maar bij Binnenlandse Zaken en Justitie veel minder. En in het huidige regeerakkoord zijn er extra middelen voor Justitie en politie voorzien. Maar er zijn te veel openstaande vacatures. Maar liefst 2.500 plaatsen van de 13.500 bij de recherche moeten worden ingevuld.

Het ritme van rekrutering moet omhoog en dat moet het mogelijk maken voor politiediensten om goede resultaten te kunnen boeken zoals onlangs met de Sky-affaire. Dat zal, naast loonsverhoging, de aantrekkelijkheid van het beroep doen toenemen.”

Premiestelsel

IH: “Ik hoor graag zeggen dat het niet alleen loons- verhoging is, dat impliceert dat het dus óók loonsverhoging is.”

SV: “We zijn ook op een probleem gestuikt wat syndicaal enorm gevoelig ligt: het premiestelsel bij politie. Als we terreur willen bestrijden, moeten de diensten goed bemand zijn. Maar als de premiestelsels eerder ontmoedigend dan aanmoedigend werken dan is dat niet goed. We moeten via sociaal overleg een goede mobiliteit bewerkstelligen, ervoor zorgen dat je mensen op de plaatsen krijgt waar ze het meest efficiënt zijn en waar ze zich wellicht ook het gelukkigst zullen voelen. Pas dan kun je mensen behouden. Dat kunnen we alleen doen via sociale akkoorden.”

IH: “Het premiestelsel werd in het vorig sectoraal akkoord inderdaad aangepakt en sociaal overleg is hier zeker belangrijk. Het is de bedoeling dat mooie afspraken worden gemaakt, zodat de job inderdaad aantrekkelijk blijft.”

Personalization

Je webbrowser is verouderd en wordt niet ondersteund door de ACV-website. Klik hier om een nieuwere versie te installeren.