Petra De Sutter: "Ik wil de ambtenaar ontzorgen"

ACV Openbare Diensten praat met Minister van Ambtenarenzaken Petra De Sutter

Minister De Sutter zit duidelijk verveeld met het hardnekkige imago van de federale ambtenaar. “Bij het grote publiek leeft helaas nog altijd het oubollige beeld dat ambtenaren niet de meest dynamische en creatieve mensen zijn, die vooral willen vasthouden aan hun goed statuut. Ik wil dat beeld keren. Onder meer door van de overheid de meest aantrekkelijke werkgever van het land te maken. Dat er een gevoel van fierheid ontstaat bij de ambtenaren omdat ze als ‘civil servant’ ten dienste van het land staan. Ik wil ervoor zorgen dat onze ambtenaren hun dienstverlenend werk in de beste omstandigheden kunnen uitvoeren. Door de efficiëntie te verhogen en de overheid slagkrachtiger, aantrekkelijker en diverser maken.”

Hoe wilt u dat doen?

“In mijn beleidsnota heb ik zeer concrete voorstellen geformuleerd om de ambtenaar te ontzorgen. Door onder meer in te zetten op rekrutering, carrièreplanning, eindeloopbaanmaatregelen en een goede work-lifebalans. Een verhoogde mobiliteit moet ertoe leiden dat mensen binnen en buiten de overheid makkelijker veranderen van job en functie en zo nieuwe werelden verkennen. Met behoud van rechten.”

Er moet jaarlijks 2 procent bespaard worden. Werd er al niet genoeg bespaard?

“Als je het mij persoonlijk vraagt: ja. Ik zou willen investeren, de overheid veel meer middelen willen geven dan ze vandaag heeft. Maar we moeten nu eenmaal besparen, dat staat in het regeerakkoord. Ik moet per jaar 2 procent besparen op het overheidsapparaat, wat neerkomt op 600 miljoen in 2024. In alle departementen, zonder dat we mensen moeten ontslaan. De natuurlijke uitstroom kunnen we in rekening brengen, maar wel op een slimme manier. Er zijn misschien bepaalde domeinen of departementen waar we in de toekomst iets minder in moeten investeren en andere waar we dat net wel moeten doen. Ik zou niet blij zijn met een kaasschaafmethode waarbij iedereen 2 procent moet inleveren om vervolgens hun plan te trekken. Ik verwacht vanuit de verschillende departementen voor eind februari een voorstel met een duidelijke strategie die toelaat om in belangrijke domeinen te blijven investeren. Een strategie die ambtenaren zelf zo weinig mogelijk treft. Het wordt een hele oefening. Ik reken ook op een aantal besparingen door digitalisering en telewerken. Door iedere ambtenaar gemiddeld twee dagen per week te laten telewerken is er minder kantoorruimte, verwarming en elektriciteit nodig. Dat is voor de Regie der Gebouwen een flinke besparing en die wil ik in het besparingsverhaal laten meetellen.”

U overlegt daarvoor met de departementen. Wanneer schakelt u de vakbonden in?

“Dat wil ik continu doen. Overleg is de filosofie van deze coalitie en ook in mijn beleidsnota komt duidelijk naar voren dat overleg en onderhandelingen met de vakbonden erg belangrijk zijn in onze beleidskeuzes. Ik bekijk dat zeker niet als formaliteit, maar met oprecht respect. Het heeft geen enkele zin om maatregelen op te leggen die niet gedragen worden door de basis. We moeten elkaar kunnen overtuigen van de logica van bepaalde maatregelen.”

U wilt het telewerken ook na de coronacrisis promoten.

“We hebben als gevolg van de coronacrisis allemaal gemerkt dat een groot deel van het werk op afstand kan gebeuren. Binnen de New Way of Working willen we ambtenaren gemiddeld twee dagen per week laten telewerken. Sommige personeelsleden kunnen dat zelfs drie dagen doen, anderen helemaal niet. Bijvoorbeeld cipiers, de mensen van FedoRest en heel wat andere groepen ambtenaren moeten nu eenmaal altijd ter plaatse zijn. Thuiswerken is ook niet voor iedereen interessant. Je zult maar op een klein appartement met kinderen wonen. Mensen hebben bovendien het recht op disconnectie, er is nu nauwelijks nog een scheiding tussen ‘work’ en ‘life’. Wat ook geldt: wie op het werk acht uur per dag op een goede bureaustoel kan werken, hoeft thuis niet op een krakkemikkige stoel te zitten. De werkgever moet voor het juiste ergonomisch materiaal zorgen. En wie telewerkt, verbruikt thuis energie die we bij de overheid uitsparen. Dan moeten mensen daar een billijke compensatie voor krijgen. Er is een maximumbedrag dat belastingvrij gegeven kan worden. Voor ambtenaren is dat op dit moment 20 euro per maand. Dat is onvoldoende. Onder meer ACV Openbare Diensten wil een kader voor die compensatie scheppen om van telewerk een win-winsituatie te maken. We onderzoeken momenteel of dat puur in geld moet zijn.”

Zou die compensatie 129 euro per maand kunnen worden, want dat is het bedrag dat volgens de RSZ ingebracht kan worden?

“In dit stadium van overleg wil ik me daar niet op laten vastpinnen. Het zal zeker meer dan 20 euro zijn. Tegen de zomer zouden we meer duidelijkheid moeten hebben.”

De tweede pensioenpijler is ondertussen geregeld voor de federale contractuelen. Voor hen wordt 3 procent van de loonmassa gebruikt om dat pensioen te voeden. Bent u van plan om dat percentage op te trekken tot de voorziene 6 procent?

“Ook daar kan ik geen voorafname op doen. Ik rol nu het beleid uit dat al in de steigers stond. Het is belangrijk dat er nu een verhoging voor de contractuelen komt, de ongelijke behandeling op het vlak van pensioenen tussen statutairen en contractuelen was al langer een probleem. De rechtzetting brengt de twee pensioenregelingen dichter bij elkaar. Het is natuurlijk belangrijk dat eerst iedereen gelijk behandeld wordt voor we eventueel naar 6 procent gaan. Ik moet nog bestuderen welke budgettaire gevolgen dat zou hebben.”

Studies tonen aan dat de wedertewerkstelling van langdurig zieken meestal de kortste weg naar het OCMW betekent voor betrokkene.

“Dat is een heel specifiek probleem, ik wil dat bekijken in het kader van de re-integratie. De zorg die jullie hebben is dat zo’n re-integratie vaak niet lukt waardoor mensen uit het systeem gebonjourd worden en in de armoede terechtkomen. Dat moeten we vermijden, die doelstelling deel ik voor 100 procent. Om dat op te lossen moeten we de federale overheid als één grote werkgever gaan beschouwen. Dan kunnen we mensen makkelijker een nieuwe functie aanbieden binnen andere departementen. Men heeft daar een groot woord voor: redeployment, waarbij we investeren in opleiding en begeleiding van trajecten er alles doen om die mensen aan het werk te houden.

We hebben daar ook instrumenten voor: de federale coaches, het project Lumen en ook Talent Plus. De reglementering die re-integratie mogelijk maakt is vaak te rigide, dat is een pijnpunt binnen de federale overheid. Het moet veel soepeler kunnen. Als we de mensen niet kunnen helpen omwille van de reglementering of de bestaande projecten, dan moeten we niet besluiten met ‘jammer voor hen’ en ze vervolgens opzijschuiven. Dan moeten we de reglementering aanpassen.”

Personalization

Je webbrowser is verouderd en wordt niet ondersteund door de ACV-website. Klik hier om een nieuwere versie te installeren.