Sterkere zorg met lokaal bestuur aan het roer

Welzijnszorg Kempen is een openbare welzijnsvereniging en een samenwerking van 27 OCMW’s, opgericht in 1982. Het was toen een pionier. Het groeide uit tot een grote organisatie van kwalitatieve gezinszorg, dag- en nachtopvang en aanvullende thuiszorg met een sterk netwerk.

 

Je bent een grote voorstander van een lokaal bestuur dat zelf de zorg- en welzijnsvoorzieningen organiseert. Waarom?

ERIC NYSMANS: “Ik vind dat die actorrol – waarbij je als lokaal bestuur zelf de zorg in handen neemt - een van de belangrijkste instrumenten is die de lokale besturen hebben. Dat hebben we gemerkt tijdens de coronacrisis. Lokale besturen vragen zich al langer af wat ze nog moeten doen en wat niet meer. Omdat de openbare sector inefficiënt, bureaucratisch en traag zou zijn, zie je al jaren dat taken van overheden worden geprivatiseerd of gecommercialiseerd, want dat zou performanter en goedkoper zijn. Sommige lokale besturen hebben dus de voorbije jaren hun woonzorgcentra afgestoten en nauwelijks nieuwe opgericht. Op een moment dat er als gevolg van de vergrijzingsgolf meer mensen naar een woonzorgcentrum gaan. De nieuwe woonzorgcentra zijn vooral opgericht door commerciële groepen. Dat is geen positieve evolutie.”

“Sinds de financiële crisis van 2008 zien we wereldwijd nogal wat overheden, lokale en regionale besturen opnieuw het heft in handen nemen. Behalve in Vlaanderen, waar het decreet lokaal sociaal beleid zegt dat een lokaal bestuur alleen mag optreden als actor als de anderen het niet doen. De coronacrisis bewijst eens te meer dat we juist wel die rol moeten opnemen. Om een onverdachte bron te citeren, de Nederlandse CDA-minister van Volks- gezondheid Hugo de Jonge gaf aan dat ‘de vakkundig uitgeklede overheid niet meer in staat is om snel en flexibel te reageren in deze crisis’ en dat komt volgens hem door de voortdurende decentralisatie, verzelfstandigingen en privatiseringen. Doordat de overheid veel taken niet meer in eigen beheer doet, verdwijnt ook de deskundigheid en kennis. Als je enkel nog maar regisseur bent, dan ontbreekt het een lokaal bestuur vaak aan macht om iets gerealiseerd te krijgen. Heel het privatiserings- en efficiëntiedenken leidt tot een veel te smalle overheid. Een buffer voorzien is uit den boze. Dus kan het systeem het niet meer aan wanneer er plots veel meer zieken zijn. Maar je hebt vet nodig om je te kunnen beschermen in periodes van nood. Dat is met dienstverlening in zorg en welzijn ook zo.”

Wat bedoel je met de stelling ‘de lokale overheden als zorgactor: van een noodzakelijk kwaad naar een onbewuste meerwaarde’?

“Voor de coronacrisis kende het openbaar initiatief niet zoveel verdedigers in de publieke opinie. De overheid was een noodzakelijk kwaad. Terwijl nu het tegendeel bewezen wordt en ik denk dat bij de grote crisis die ons nog te wachten staat, die van het klimaat, een sterkere overheid een meerwaarde zal betekenen. Ook in andere landen nemen regionale en lokale overheden weer het initiatief omdat de privésector op veel vlakken zijn beloftes niet waargemaakt heeft. Kijk naar de privatisering van het spoor in het VK, dat heeft het openbaar vervoer geen goed gedaan. Privatiseringen leiden vaak tot desinvesteringen wanneer er onvoldoende winsten gemaakt kunnen worden. Dat heeft gevolgen voor de kwaliteit van de dienstverlening. Zo ontstaat een kloof tussen degenen die het nog kunnen betalen en zij die dat niet meer kunnen, de kloof tussen arm en rijk wordt groter. Dat kan je vermijden door als overheid taken weer in eigen handen te nemen.”

Zal die steun voor de overheid bij de bevolking blijven hangen na de crisis?

“Dat is moeilijk in te schatten, maar ik vrees daar een beetje voor. Ik hoop dat degenen die de meerwaarde van het openbaar initiatief erkennen draagvlak vinden. We moeten het openbaar bestuur weer appreciëren. Ik vind ook niet dat we moeten terugkeren naar het openbaar initiatief uit het verleden. Ik ben een voorstander van het naast elkaar bestaan van verschillende vormen. Dat er zowel commerciële als openbare dienstverlening is. Op die manier krijg je een gezonde concurrentie, gezonde alternatieven waarbij het openbaar initiatief waakt over toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid. Die sociale rechtvaardigheid realiseren is de taak van de overheden.”

Even terugkomen op de actorrol die de lokale overheid heeft opgenomen tijdens deze crisis. Kan je daar voorbeelden van geven?

“We hebben een thuiszorgdienst. Toen die mensen technisch werkloos werden, hielpen ze op de telefooncentrale of bij het bedelen van maaltijden. Terwijl de commerciële sector volledig stopte omdat dat voordeliger was. De relatie met een woonzorgcentrum in een openbare of vzw- structuur in een kleine gemeente is ook veel directer dan wanneer een WZC tot een internationale groep behoort.”

Thuiszorg werd in het begin van de crisis stiefmoederlijk behandeld. Jij sprong voor hen in de bres.

“De thuiszorg werd vergeten, maar is blijven werken, wat ik enorm apprecieer. Thuiszorg staat vaak achteraan in de rij. Ze hebben te weinig goede verdedigers. Daarom ben ik een groot voorstander van een goed sociaal overleg. Arbeidsvoorwaarden zijn meer dan louter financiële aspecten. Appreciatie, het geven van vorming, mensen inzetten waar ze eigenaarschap kunnen ontwikkelen, zijn eveneens elementen van een modern personeelsbeleid die nogal eens vergeten worden.”

 

Meer betalen voor minder personeel

De hele ouderenzorg kampt al jaren met een personeelstekort. In de commerciële woonzorgcentra blijkt dat het ergst te zijn met 33 personeelsleden per honderd bewoners. In vzw-rusthuizen zijn dat er 39, in openbare OCMW-rusthuizen 43.

Jan Mortier, coördinator Openbare Zorg bij ACV Openbare Diensten: “We stellen dat al jaren vast. Maar het is goed dat er nu officiële cijfers zijn, gebaseerd op tellingen door de Vlaamse overheid. De dagprijs ligt in de commerciële woonzorgcentra gemiddeld stukken hoger dan in een openbaar woonzorgcentrum. Een meerprijs van 200 euro per maand is niet uitzonderlijk. Bewoners betalen dus meer voor minder personeel, wat dan weer zijn invloed heeft op de kwaliteit. Commerciële woonzorgcentra moeten nu eenmaal winst maken. Die winst wordt niet in zorg geïnvesteerd maar vloeit weg naar vaak buitenlandse investeerders. Nu veel WZC’s kampen met leegstand en de overheid moet bijspringen, roepen die commerciële instellingen nu het luidst om financiële steun van de overheid. Onze conclusie blijft: in zorg en welzijn is er geen plaats voor commercie en zeker al niet voor commercie die met belastinggeld wordt gefinancierd.”

Personalization

Je webbrowser is verouderd en wordt niet ondersteund door de ACV-website. Klik hier om een nieuwere versie te installeren.