De confrontatie

Minister Sven Gatz en Rudi De Coster, verantwoordelijke voor Brussel bij ACV Openbare Diensten, gaan de confrontatie aan over de Brusselse ambtenaren.

Minister Sven Gatz heeft nogal wat bevoegdheden: financiën & begroting, meertaligheid, Nederlandstalig onder­ wijs en ambtenarenzaken. Binnen de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) ­ de belangenbehartiger van de Vlaamse gemeenschap in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ­ is hij bevoegd collegelid voor ambtenarenzaken. De juiste petten dus om over het wel en wee van de Brusselse ambtenaren te debatteren. En met wie kan dat beter dan met Rudi De Coster, verantwoordelijke voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ACV Openbare Diensten?

Volgens haar algemene beleidsverklaring wil de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, met een meerderheid van socialisten en groenen, verder inzetten op het vast benoemen van ambtenaren.

Sven Gatz “We hebben nu eindelijk Talent.brussels (de publieke werkgever van het gewest) op de rails gezet. Dat moet zicht krijgen op het exact aantal mensen dat voor het Gewest werkt, de statutarisering en doorlooptijden bij aanwervingen verbeteren en meer inzetten op diversiteit, zodat we zoveel mogelijk een weerspiegelende administratie zijn. Over een aantal maanden hoop ik met de sociale partners gesprekken over de statutarisering op te starten.”

Toch zouden er ook veel contractuelen werken.

Rudi De Coster “Dat is vooral bij de VGC. De verhouding is daar 30% contractuelen en 70% statutairen. Wij hechten vooral belang aan een goede verhouding tussen Nederlands- en Franstaligen. Bij de instellingen van het Brussels Gewest met taalkaders is die ongeveer 26-74. Maar als je naar de werkelijke cijfers over de 8.800 ambtenaren kijkt, kom je aan een 18-82 verhouding.”

SG “Men komt gemiddeld uit bij ongeveer 29-71. Je moet natuurlijk voldoende Nederlandstaligen hebben. Het blijft een wankel evenwicht: enerzijds is het goed dat Brusselaars die anders moeilijk aan een job geraken er hier een vinden. Maar de federale en de hoofdstedelijke diensten hebben altijd mensen uit de andere gewesten nodig.”

RDC “Er zijn wat nuances, er zijn bepaalde Brusselse gemeenten die zich bij het rekruteren beperken tot de eigen inwoners.”

SG “Ik begrijp ook wel dat bij een relatief grote werkloosheid zoals in Brussel, de lokale bevolking prioritaire aandacht krijgt.”

Kan het Brussels Gewest concurreren met de Vlaamse of federale overheid?

SG “De statuten zijn financieel gezien bij die overheden misschien iets interessanter. Maar wij hebben nog altijd een interessante verhouding tussen de barema’s en de jobinhoud en we breiden het aantal statutairen wel uit in tegenstelling tot de andere overheden. Helaas ontkomen we niet aan de war for talent.”

Is vanuit die optiek een tweede pensioenpijler niet interessant om in te voeren?

SG “In de VGC gaan we de kostprijs ervan bekijken, voor het Gewest doen we hetzelfde via Talent.brussels. Ik wil wel duidelijk zijn: we moeten over alles kunnen praten, maar de hoofdstedelijke regering wil eerst de lokale ambtenaren, die in lagere barema’s zitten dan de gewestelijke, op een deftig niveau brengen. Ik ben niet bevoegd voor de lokale besturen, maar heb hun wel dit jaar een eerste schijf van 15 miljoen euro toegezegd voor het laagste niveau E. Het debat over hoe we dan met andere bedragen naar andere niveaus zullen gaan, ligt nog open.”

RDC “Belangrijk dat u dat aanstipt. In totaal gaat het over 40.000 ambtenaren voor alle niveaus. In niveau E zitten er toch nog altijd 9.000. Ken je hen nu 15 miljoen toe, dan moet je dat het jaar nadien ook toestaan.”

SG “Hoeveel dat over meerdere jaren zal zijn, zullen we bij de begrotingscontrole zien. Een degelijke inhaalbeweging voor het lokaal personeel heeft nu prioriteit. Voor de tweede pensioenpijler kan ik mij nog niet engageren. Naast ambtenarenzaken ben ik immers ook bevoegd voor financiën en begroting. Ik verklaar mij nader: de vorige legislatuur kreeg dankzij de zesde staatshervorming 500 miljoen extra. Deze regering heeft die manoeuvreerruimte niet en zal naar andere mogelijkheden moeten zoeken.”

RDC “Ik was verbaasd dat de vorige legislatuur de barema’s voor de gewestelijke ambtenaren eenmalig doortrok naar 45 jaar. Zonder dat de vakbonden ook maar één actie moesten voeren. Voor de lokale sector zijn we ondertussen anderhalf jaar verder en is er nu pas een opening. Onze vraag zal niet alleen voor niveau A zijn, maar ook voor B want die doen vaak taken op hoger niveau terwijl ze daar niet direct voor beloond worden.”

SG “Strikt gezien is de hoofdstedelijke regering niet verplicht om het statuut van lokale ambtenaren te verbeteren. Gezien de almaar groter wordende verwevenheid van de gemeentelijke en gewestelijke financiën is het echter logisch dat we daar een opening maken. Hoe we dat aanpakken moeten we nog bekijken, we zijn nog maar in het begin van het proces. We doen daarvoor wel een appèl op de solidariteit binnen de ambtenarengemeenschap als geheel.”

Er blijken problemen op het vlak van re-integratie na langdurige ziekte te zijn.

RDC “Langdurig zieken krijgen van de VGC een brief met de vraag of men wil ingaan op een informeel gesprek. Niet iedereen begrijpt de intentie van zo’n brief en denkt dat men verplicht is om daarop in te gaan. Maar het ogenblik dat men op gesprek gaat, start het re-integratietraject. En wanneer de werknemer na enige tijd vaststelt dat het niet lukt om deels werkzaam te zijn, zit die met problemen want de verwachting is dan dat men op termijn weer 100% inzetbaar is. Daarnaast is het heel moeilijk om aangepast werk aan te bieden.”

SG “Dan zijn we toe aan een tussentijdse evaluatie van het systeem van re-integratie. Persoonlijk vind ik het zinvol om dat beleid verder te zetten.”

Het blijft een contradictie: iedereen aan het werk zonder dat er aangepast werk is.

SG “We moeten streven naar het beste evenwicht, voor iedereen aangepast werk is onmogelijk. Eigenlijk zou je moeten bepalen welke mensen kunnen terugkeren naar hun functie en voor welke het geen zin heeft om een traject te starten. In dat laatste geval zoek je jobs die voor hen wel geschikt zijn.”

Een ander pijnpunt is het ontbreken van evaluaties bij de brandweer.

RDC “Dat heeft voor een deel met de taal te maken. Hoe dan ook wordt het een uitdaging om de evaluaties te vereenvoudigen.”

SG “Het is de bedoeling om dit jaar de evaluatiecyclus op te starten. Als we daarin slagen kunnen we daar binnen twee jaar echt mee van start gaan.”

Ook de taalpremies zijn een oud zeer.

SG “Men krijgt de taalpremie maar gebruikt niet altijd de taal, merken we. Ik moet het doen met de taalwetgeving uit 1966. Sommige aspecten daarvan kraken en piepen. Collega Pascal Smet maakt extra middelen vrij voor taalmiddelen op de werkvloer. Laten we de resultaten daarvan afwachten. Ik geloof wel in de aanpak om binnen het kader van de taalwetgeving een bepaalde pragmatiek aan te brengen.”

RDC “Voor ons ligt dat moeilijk. Volgens de wet aparte taalkaders moet er bij de operationele dienst van de brandweer tweetaligheid zijn om de dienstverlening te garanderen. Dat betekent dat er in elke Brusselse ziekenwagen zowel een Nederlands- als Franstalige medewerker moet zitten. In de praktijk is dat niet het geval. Pas je het huidig taalkader toe dan wordt de werkdruk voor Nederlandstaligen veel te groot. Ik heb begrepen dat men herschikkingen wil doen. In Jette waar het UZ ligt, rijden er zeer veel Nederlandstaligen in de ambulances, in Oudergem dan weer geen. Ik ben benieuwd hoe staatssecretaris Smet daarmee om zal gaan, net als met de evaluaties straks.”

SG “Te veel pragmatisme kan ons in de problemen brengen, te veel formalisme zal ons niet van de grond doen komen. Het is goed dat er zo nu en dan iemand aan de boom schudt en zoals u weet is collega Smet daar redelijk goed in. En dat is als compliment bedoeld.”

Personalization

Je webbrowser is verouderd en wordt niet ondersteund door de ACV-website. Klik hier om een nieuwere versie te installeren.