Zonale veiligheidsplannen

De hervorming van de veiligheidsplannen moet zorgen voor minder planlast en administratie voor de politie. Toch zijn er bedenkingen.

Van de politiediensten wordt veel gevraagd. Er waren de terreuraanslagen en de radicaliseringen, maar ook gevangenisstakingen en een vluchtelingencrisis. De regering zoekt daarom maatregelen die kunnen zorgen voor minder planlast en administratie, en meer efficiëntie. De hervorming van de veiligheidsplannen is daar een onderdeel van. Joery Dehaes, secretaris van ACV Politie heeft echter nogal wat bedenkingen.

Op 1 januari 2019 zijn de nieuw verkozen lokale besturen gestart met de evaluatie en de opmaak van een nieuw zonaal veiligheidsplan. Dat zal ingaan op 1 januari 2020 en gelden tot 31 december 2026. Maar er kwam kritiek: door een lawine aan veiligheidsplannen - lokale, federale, Europese - zou de politie door de bomen het bos niet meer zien. En al die plannen zouden elkaar vaak doorkruisen. Ook Joery Dehaes, secretaris van ACV Politie, schaart zich volmondig achter de kritiek. “Maar diezelfde kritiek was er ook al in 2001, kort na de politiehervorming.”

Waarom zijn die plannen er gekomen? “De bedoeling is om per zone de prioriteiten en aandachtspunten op te stellen. Daarnaast is er ook het nationaal veiligheidsplan van de Nationale Politieraad. Daarin staan eigenlijk de prioriteiten van de regering vermeld.”

Wat is het goede nieuws? “Het goede is dat men op langere termijn doelen stelt. Een zone maakt eerst een analyse van onder meer de risico’s en de criminaliteitscijfers en stelt vervolgens op basis daarvan een plan van aanpak op. Zo loop je niet voortdurend achter de feiten aan en vermijd je op te treden als een ‘brandweerpolitie’, een politie die enkel wacht op een incident om te reageren.”

Ik voel een grote ‘maar’ aankomen. “Er zijn verschillende ‘maren’. Ten eerste zou er een wisselwerking moeten zijn tussen de zonale en de nationale veiligheidsplannen. Nu wordt er op lokaal niveau te veel vastgehouden aan het eigen veiligheidsplan, om dat te beschouwen als hun bijbel. Het nationale plan zou daarbij iets zijn waar enkel de federale politie zich iets van moet aantrekken. Dat is natuurlijk niet waar. Het nationaal veiligheidsplan bestaat namelijk uit twee delen: een voor de federale politie en een voor de geïntegreerde politie. En die laatste betreft zowel de federale als de lokale politie. Dus op die manier bepaalt de regering ook waar de prioriteiten van de lokale politie komen te liggen. Het grote probleem is de slechte wisselwerking tussen de twee niveaus. Dat heeft deels te maken met die ver-van-mijn-bed- showmentaliteit. Een andere reden is dat de regering nu verwacht dat de zonale veiligheidsplannen worden gefinaliseerd terwijl het nationale veiligheidsplan er pas in 2020 zal liggen. Dat maakt het voor de lokale zones moeilijk om in te spelen op prioriteiten van de regering die men nog niet kent. De kans is dus groot dat men lokaal dat plan al na een half jaar moet bijschaven. De zones kunnen zo geen toekomstvisie ontwikkelen. Wat is dan nog het nut van plannen op te stellen als je toch moet bijsturen? Het lijkt soms wel bezigheidstherapie, terwijl er genoeg ander werk op de planken ligt.”

Dit zal ook veel invloed hebben op personeelsvlak? “Als we zien hoe deficitair veel politiediensten op dat vlak zijn, dan vraag ik me af hoe al die plannen ooit uitgevoerd kunnen worden. Hoe kunnen de diensten nog iets extra doen buiten hun reguliere opdrachten? Als je amper rondkomt met je interventieopdrachten dan moet je niet verwachten dat men nog extra verkeerscontroles kan houden of de drugscriminaliteit kan aanpakken.”  

Personalization

Je webbrowser is verouderd en wordt niet ondersteund door de ACV-website. Klik hier om een nieuwere versie te installeren.