Gevangenissen blijven onderbemand

De confrontatie tussen vakbondsman Filip Dudal, die zelf jarenlange ervaring heeft als personeelslid in een gevangenis, en met minister Koen Geens.

Begin dit jaar volgden er na bijna twee jaar stilte opnieuw stakingen in verschillende gevangenissen. De werkomstandigheden, maar ook de aankomende verplichting van een minimale dienstverlening werden aangeklaagd. Wij gaan in gesprek met vakbondsman Filip Dudal, die zelf al jarenlang ervaring heeft als personeelslid in een gevangenis, en met minister van Justitie Koen Geens.

Na de stakingen in 2016 werd beslist om het personeelskader uit te breiden tot 7.075 voltijdse equivalenten. Is dat ook gebeurd?

FILIP DUDAL: “Ja en nee. Op 30 mei 2016 werd protocol 436 afgesloten waarin dat getal stond. Een datum die ik nooit ga vergeten. Er werden ons 7.075 voltijdse krachten beloofd, maar dat getal is nadien naar 6.825 gezakt. Dat was ook een van de redenen waarom er recent opnieuw acties uitgebroken zijn. Ik ga niet ontkennen dat er inspanningen gebeurd zijn door de administratie, maar we zijn intussen twee jaar verder en we kampen nog steeds met een tekort aan werkkrachten.”

KOEN GEENS: “De Vlaamse vakbonden zijn ontzettend constructief geweest tijdens de stakingen in de Waalse gevangenissen twee jaar geleden. We stonden dan ook volledig achter dat getal van 7.075 werkkrachten, wat nu na de oefening anders werken in overleg met de vakbonden 6.825 geworden is. Ook dat getal bleek echter in de huidige arbeidsmarkt in Vlaanderen geen sinecure te zijn. Het is heel moeilijk om de uitstroom voor te blijven met voldoende instroom. Daar zijn drie redenen voor: een traag wervingsproces, een krappe arbeidsmarkt en de mogelijkheid tot uitval. Toch is vooral de logheid van het wervingsproces, zeker in vergelijking met de privésector, de grootste boosdoener.”

FILIP DUDAL: “We kampen ook met een negatief imago. We promoten onszelf te weinig. Bovendien mogen we ook de budgettaire beperkingen niet vergeten. Proactief aanwerven kost geld. En dat is er zeker niet altijd voldoende geweest.”

Vandaag staat één penitentiair bewakingsassistent gemiddeld voor 1,63 gedetineerden. In Scandinavië is dat één voor vier gedetineerden. Waarom ligt de werkdruk hier zo hoog?

FILIP DUDAL: “Ik weet niet of die berekeningen correct zijn, want je moet ook rekening houden met technische profielen. We mogen zeker geen appelen met peren vergelijken. Bovendien zitten we met een verouderde infrastructuur die bijdraagt aan de werkdruk. Dat gezegd zijnde, vind ik het enorm belangrijk dat in ons systeem penitentiair bewakingsassistenten voldoende contact hebben met de gedetineerden. Hoe minder personeel, hoe minder contact en hoe meer problemen met gevangenen. En dat zie je natuurlijk niet in de aangehaalde cijfers.”

KOEN GEENS: “De infrastructuur legt andere eisen op het vlak van bewaking. In gevangenissen met veel automatisering en weinig personeel, zoals in de UK en  de VS, krijg je een heel ander klimaat. De menselijkheid is daar volledig zoek. Dat wil ik absoluut vermijden, ik ben dan ook volledig tegen privatisering. We zouden ook minder penitentiair bewakingsassistenten kunnen inzetten als we meer ander personeel hebben zoals psychologen en verpleegkundigen. Maar daar is inderdaad budget voor nodig. Ik doe daar mijn best voor, maar ik kan daar jammer genoeg niet alleen over beslissen.”

Minimale dienstverlening

In juni van dit jaar werd er vooral geprotesteerd tegen de plannen voor de invoering van de minimale dienstverlening. Volgens het plan van de minister moeten penitentiair bewakingsassistenten dertig dagen op voorhand hun staking aankondigen, 72 uur voor een staking moet de vakbond laten weten wie werkwillig is en 48 uur van tevoren zorgen ze voor voldoende vrijwilligers. Gebeurt dat niet, dan kan de gouverneur vanaf dag twee mensen opvorderen. Concreet moet die regeling de basisbehoeften, zoals bijvoorbeeld douchen, van gevangenen ook tijdens langere stakingen garanderen.

Voor de vakbonden is die minimale dienstverlening onbespreekbaar. Waarom?

FILIP DUDAL: “Omdat je raakt aan het stakingsrecht. Het klopt dat er vroeger sneller gestaakt werd, maar we hebben als vakbond echt geprobeerd om dat om te draaien naar een klimaat van overleg. De gesprekken over de minimale dienstverlening zijn daarom zwaar aangekomen. Wat in 2016 is gebeurd, had nooit mogen gebeuren. Je mag gedetineerden niet zo lang aan hun lot overlaten. Net daarom hebben we echt geprobeerd om op een andere manier actie te voeren. Maar dat was blijkbaar niet genoeg om de minister te overtuigen. Er zijn tussen 2014 en 2018 vier stakingsdagen geweest die te maken hadden met de penitentiaire problematiek. Steeds ging het om acties omdat de afspraken niet werden gerespecteerd door de overheid. Nooit werd er actie gevoerd om iets bij te krijgen maar gewoon om te krijgen waar het personeel recht op heeft. Door een minimale dienstverlening in te voeren zijn die problemen niet weggewerkt.”

KOEN GEENS: “Toen ik minister werd, stond de minimale dienstverlening in het regeringsakkoord. Ik heb nooit onder stoelen of banken gestoken dat we dat samen met de vakbonden gingen proberen verwezenlijken. Die staking van 2016 heeft mij daar nog meer van overtuigd. Ik moest het leger inzetten, werd op de vingers getikt door het Europees Comité inzake de voorkoming van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing (CPT). Dat kon echt niet door de beugel. We hebben toen samen- gezeten over die minimale dienst- verlening en dat overleg liep best goed. Maar op een bepaald moment moet er een besluit genomen worden. Ik had het liever gehad met volledig wederzijdse toestemming, maar het is nu zo. We proberen wel de werkdruk effectief te verbeteren. Zo hebben we een wetsontwerp gemaakt waarin we het statuut opwaarderen en voorzien we in het bewakings- en directiekader steeds statutaire aanwervingen en dat de bestaande medewerkers vastbenoemd blijven. Dat  is nog niet goed genoeg, maar het is beter dan niks. Ik geef de strijd zeker niet op, maar zoals ik al aanhaalde, kan ik daar niet alleen over beslissen.”

Hoe moet het verder met de problemen rond de werkdruk van penitentiair bewakingsassistenten? Welke structurele aanpassingen zijn nodig?

KOEN GEENS: “Het penitentiair klimaat moet verbeteren. Het budgettair klimaat uit het verleden heeft dat niet altijd even makkelijk gemaakt. De manier waarop de administratie nu aan de kar trekt samen met de vakbonden, toont dat we vooruitgang boeken.”

FILIP DUDAL: “De minister is vaak aanwezig op een overleg, ook in moeilijke perioden. Dat is niet vanzelfsprekend en dat appreciëren we. Maar alles gaat heel traag en dat is frustrerend voor het personeel. Er wordt een akkoord afgesloten in 2016 en twee jaar later is er eigenlijk nog niet veel verbeterd. Ik snap wat de problemen zijn, maar dat krijg je heel moeilijk uitgelegd aan de mensen op de werkvloer. Een van de grootste problemen is dat de mensen heel weinig respect voelen. Heel veel mensen doen goed werk in moeilijke omstandigheden, maar de buitenwereld beseft dat te weinig. Die perceptie verbeteren, zou al veel helpen.”

KOEN GEENS: “Elke Belg zou voor zijn 25e een dag in de gevangenis moeten doorbrengen om te weten hoe het voelt om hier te werken. Het begint met een gebrek aan respect voor gedetineerden bij de publieke opinie. Die negatieve perceptie zorgt voor een negatief imago van alles en iedereen die met gedetineerden in aanraking komen. Dat voelen de mensen die in deze sector werken maar al te goed aan. Het humane karakter van dit werk moet weer op de voorgrond treden door een campagne die de perceptie in de maatschappij verbetert.”

FILIP DUDAL: “Nog heel veel werk aan de winkel dus.”

Personalization

Je webbrowser is verouderd en wordt niet ondersteund door de ACV-website. Klik hier om een nieuwere versie te installeren.